Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Foto: Ruben den Harder
opinie

Rens Bod | Genoeg bullshit jobs aan de UvA

Rens Bod,
24 mei 2022 - 09:06

Ook aan de UvA bestaan bullshit jobs, en het is goed dat dit eindelijk wordt erkend. Eerst iets over het woord zelf: we moeten ‘bullshit job’ niet te letterlijk opvatten. Het is een technische term van (wijlen) antropoloog David Graeber die in het Nederlands het best kan worden vertaald met onzintaak. En ja, onzintaken zijn er genoeg.

Lange tijd werd er door managers en bestuurders meewarig gekeken als het probleem van academische onzintaken ter sprake kwam: ‘Dit hoort er nu eenmaal bij’. En buitenlandse werknemers kregen wel eens te horen: ‘Zo doen we het nu eenmaal hier’. Maar de tijden zijn veranderd.

 

WOinActie heeft bullshit jobs op de agenda weten te zetten en sinds afgelopen jaar zitten we met de Universiteiten van Nederland (UNL, voorheen VSNU) om de tafel om zoveel mogelijk universitaire bullshit jobs, pardon onzintaken, van de academische tafel te vegen. ‘Schrapsessies’ noemen we ze ook wel, een eufemistische aanduiding voor taken die volstrekt overbodig of dubbelop zijn. Waar hebben we het over?

‘Elke (co-)auteur moet handmatig worden toegevoegd, net als de titel van het tijdschrift, de paginanummers, de uitgever’

Er zijn onzintaken in soorten en maten. Een redelijk onschuldige is het meermaals moeten invullen van de jaarlijkse wetenschappelijke output: publicaties, lezingen, valorisatie-activiteiten, conferentiebijdragen, redacteurschappen, prijzen, mediaoptredens en nog wat meer van dit soort dingen. Deze output moeten medewerkers echter niet alleen opvoeren op hun universitaire website, maar ook op de website van de organisatie die hun onderzoek financiert, zoals NWO, en dan ook nog een keer op de Orcid-website (Open Researcher and Contributor ID) die vrijwel onontbeerlijk is voor het aanvragen van onderzoeksubsidies.

 

En nu komt het probleem: NWO gebruikt een ander systeem (Isaac) voor het bijhouden van wetenschappelijke output dan de universiteiten (Pure), waardoor alles meermalen moet worden ingevuld: een bullshit-taak bij uitstek. En het gaat hier niet om een simpele kopieer-en-plakoperatie, maar elke (co-)auteur moet handmatig worden toegevoegd, net als de titel van het tijdschrift, de paginanummers, de uitgever, en dan hebben het nog niet eens over de andere vormen van output. Het kost elk jaar een halve dag om deze taak te vervullen, en dan drie keer. Je zou zeggen: waarom sturen de universiteiten de eenmaal ingevulde output niet door naar NWO, of omgekeerd? Dan is het probleem opgelost. Gelukkig wordt hier nu aan gewerkt, juist door deze verdriedubbeling van taken als onzinnig weg te zetten.

‘Ik heb te doen met de UvA-medewerkers die deze onzintaken moeten uitvoeren’

Maar er staan ook bullshit-taken op onze schraplijst die minder onschuldig zijn. Tot de grootste onzintaken behoren misschien wel het verzamelen en het verwerken van cursusbeoordelingen door studenten, aan onze universiteit bekend als UvA Q. Aan de hand van anonieme enquêtes kunnen studenten hun docenten ‘aanknopingspunten’ geven om het onderwijs waar nodig te verbeteren. Dit klinkt prachtig ware het niet dat deze enquêtes controversieel zijn geworden door hun bewezen ineffectiviteit. Er is nu onomstotelijk bewijs dat ‘teaching ratings’ en ‘student learning’ niet zijn gerelateerd (zie bewijs1, bewijs2) en dat er een misogyne bias in het systeem zit (zie bewijs3). Het hele circus van het verzamelen en verwerken van anonieme feedback door studenten moet daarom zo snel mogelijk van tafel.

 

Ik heb te doen met de UvA-medewerkers die deze onzintaken moeten uitvoeren. Hier wordt energie, tijd en geld verkwist. Toegegeven, dit gebeurde met de beste bedoelingen. Maar er is ook zo iets als voortschrijdend inzicht, en daarom moeten we nu naar een ander systeem waar de zogeheten onderwijskwaliteitsborging plaatsvindt via dialoog met de studenten en intervisie – en in het ergste geval via klachtenmelding – maar niet via anonieme enquêtes.

 

Rens Bod is hoogleraar Digital Humantities. Dit is zijn eerste column voor Folia.

Lees meer over