Wat een brille, wat een belezenheid, wat een wijsheid, wat een retorisch vernuft, wat een esprit, wat een bevlogenheid legde Halbe Zijlstra maandag 5 september in zijn openingsrede aan de dag. Onnavolgbaar hoe hij van zo’n briljante openingszin als ‘wie verre reizen maakt, kan veel verhalen’ moeiteloos wist te springen naar zijn eigenlijke thema van ‘selecteren, profileren en samenwerken’ om af te sluiten met een krachtige klaroenstoot als ‘we willen dat hoger onderwijs echt hóger onderwijs is’! Alleen een groot redenaar – denk Abraham Lincoln of Winston Churchill – is daartoe in staat.

Zonder dollen: het was weer van een tenenkrommende platheid. Een broddelwerkje van half verteerd onderzoek (‘Hahnusek en Woesmann uit 2010’), selectieve buitenlandse voorbeelden (‘zo nemen ze de forse collegegeldverhogingen in Engeland voor lief’), versleten clichés (‘een reis van duizend mijl begint met de eerste stap’) en veel gemeier over top dit en top dat, top zus en top zo. Met als belangrijkste boodschap: excelleren doe je door je ziel te verkopen aan het bedrijfsleven, door krachtenverslindende fusies met andere universiteiten (‘groter dan de som der delen’), maar heeft niets met meer geld te maken (‘om hoger op die ranglijsten te komen, is geld bepaald niet de enige factor’); alsof het budget van Harvard niet ruim vier keer zo groot is als dat van de UvA.

In de wereld van Halve Zoolstra (vrij naar Gerrit Komrij) zijn academici verwende uitvreters en is ‘academische vrijheid’ een slappe smoes voor geldverspillende hobby’s waar de BV Nederland niets aan heeft. Het CvB heeft dan ook Zoolstra’s volle zegen bij de disciplineringscampagne die onder de noemer ‘Harvard aan de Amstel’ in gang is gezet en die vooral is bedoeld om wetenschappers in het gareel van externe geldstromen te laten lopen. Vol lof sprak de halve zool daarom ook over het marketingoffensief Amsterdam. City of Science dat Amsterdam moet transformeren tot ‘Europese kennisregio’. Zonder poen, maar wel met eigen trekker, kek pandje, lekkere foldertjes en een geile website. Veel succes met je kennisregio. Maar goed, wat kun je verwachten van een omhooggevallen vertegenwoordiger met leasebak?

Veel erger is het dat Paul ‘zeg maar’ Doop, ‘Juf’ Bussemaker en ‘Akela’ van den Boom deze Filistijn naar de academische tempel hebben gehaald om hem – God betere ’t – de traditionele openingsrede van het academische jaar te laten uitspreken. Ooit was de universiteit een monument van beschaving, wijsheid, geleerdheid, georganiseerde scepsis en ‘nette mensen’. Tegenwoordig is zij een quasicommerciële façadeorganisatie met halfzachte missie en over het paard getilde bestuurders die zichzelf marktconforme salarissen toekennen en zich meer bekommeren om vastgoedmanagement en projectontwikkeling dan om hun eigenlijke bestaansreden: wetenschappers en studenten in staat stellen om goed onderzoek te doen en goed onderwijs te geven en ontvangen.

Dat wisten we natuurlijk allang, cynici die we zijn. Maar tot nog toe hadden universiteitsbestuurders ten minste het fatsoen om net te doen alsof. Het stuitende van deze spreker en deze rede op deze dag en deze plek schuilt in de volstrekte schaamteloosheid van zijn gastheren en -vrouwen. Bestuurders hoeven kennelijk niet meer te verhelen dat ze hielenlikkende dienaars van de macht zijn geworden. Net als Dostojevski’s grootinquisiteur zijn ze het cynisme voorbij.

Want laten we elkaar niets wijs maken: Zijlstra in Amsterdam, Verhagen in Wageningen – het zijn opgestoken middelvingers van universiteitsbestuurders naar alles en iedereen die de klassieke academische waarden van ongebonden nieuwsgierigheid en open intellectuele uitwisseling hoog in het vaandel heeft. Een provocatie aan het adres van al diegenen die menen dat de ‘gemeenschap van geleerden’ die een universiteit zegt te zijn, meer is dan een wingewest voor Filistijnen, een productiefactor voor aandeelhouders, een certificeringsmachine voor domme geldwolfjes of een springplank voor ambitieuze bestuurders.

Zoolstra wist de geste van Doop en de zijnen overigens te appreciëren. Hij zegde toe het CvB geen strobreed in de weg te zullen leggen bij het realiseren van de volgende ‘witte olifant’ (na de bestuurlijke fusie met de HvA, het Binnengasthuisproject en de Amstelcampus): de fusie van VU en UvA, die niemand wil, waar niemand wat aan heeft, en die alleen maar ellende, frustratie en verspilling belooft in plaats van de voorspelde schaalvoordelen en het hoge plaatsje op de ranking. Zoolstra wil er zelfs de wet voor wijzigen.

Maar het allerergst zijn de Hooggeleerde collegae die vriendelijk glimlachend naar dit onderbuikse gerommel hebben zitten luisteren, na afloop beleefd hebben geapplaudisseerd en tijdens de receptie misschien zelfs het slappe handje van de goede man hebben geschud.

Een hoer heeft meer zelfrespect: die gaat niet met haar klant op de bek.