Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Foto: Sara Kerklaan
opinie

Dan Afrifa | Waar hebben ze alle zwarte studenten gelaten?

Dan Afrifa,
12 januari 2021 - 11:13

Op mijn vwo-diploma mist één prestatie: na zeven jaar op school in Amsterdam Oud-Zuid had ik de blanke Nederlander uitgespeeld. Naast mijn 8 voor geschiedenis en 5 voor wiskunde had daarom eigenlijk moeten staan: Dan Afrifa heeft met succes geleerd dat alle blanke Nederlanders elke vakantie op vakantie gaan, dat 75 procent van hen op hockey zit en 100 procent naar de hockeyfeesten gaat, én dat ze van hun blanke ouders niet op bezoek mogen in de Bijlmer.

Voor mij kende de blanke Nederlander geen geheimen meer. Althans, dat is wat ik dacht. Tot ik aan de UvA kwam. Op de studie politicologie was het alsof ik weer helemaal op nul begon. Zoveel vragen, zo weinig antwoorden. Waarom gaan blanke studenten bij verenigingen? Waarom vinden ze borrelen leuk? En waar hebben ze alle zwarte studenten gelaten?

Ik voelde me als een zoetwaterkreeft die in de zee is beland: je weet dat je er kan zwemmen, maar om een of andere reden lukt het niet

Dat ik dat jaar niet haalde behoeft weinig uitleg. Ik voelde me als een zoetwaterkreeft die in de zee is beland: je weet dat je er kan zwemmen, maar om een of andere reden lukt het niet en ga je dood. Maar de jongen uit de Bijlmer was strijdvaardig.

 

Mijn volgende poging waagde ik bij de studie rechtsgeleerdheid. Voorafgaand aan dat tweede UvA-jaar had ik me één ding voorgenomen: wat de blanken kunnen, kan Dan ook. Daarom ging ik mee op reis met de studievereniging, dronk ik door op de borrels tot het ook voor mij leuk werd en zat ik niet meer tijdens elk hoorcollege naast die ene andere zwarte student.

 

Na de eerste (en laatste) zes studiepunten gehaald te hebben sloeg mijn blanke imitatie door. Ook ik pakte terrasjes terwijl er colleges gaande waren, en ook ik ging tot vroeg in de ochtend feesten terwijl ik om negen uur weer een college had.

Ik word vast gecanceld als ik dit opbiecht, maar als jongen uit de Bijlmer zeg ik het liefst: tatta’s

Dat ik dat jaar niet haalde behoeft weinig uitleg. En ondanks mijn inspanningen waande ik me eigenlijk nog steeds de verloren rivierkreeft in zee. Drie keer is echter scheepsrecht, ook voor mensen uit de Bijlmer.

 

Bij mijn derde UvA-studie, geschiedenis ditmaal, viel het kwartje. Ik leerde mijn soort blanke mensen kennen: historici. En daarmee leerde ik dat het niet thuis voelen bij mijn eerdere studies weinig te maken had met de huidskleur van de meerderheid, maar met hun interesses. Historici, en geesteswetenschappers in het algemeen, duiken puur uit interesse in ingewikkelde materie en vraagstukken. En dat wil niet zeggen dat anderen niet vanuit oprechte interesse werken, maar niemand behalve geesteswetenschappers krijgen daarvoor zo vaak te horen: ‘Met zo’n studie kan je toch alleen maar werkloos worden?’

 

Nee, niet door de blanke omgeving en cultuur, maar door de inhoud van mijn eerdere studies voelde ik me daar niet thuis. Van politiek houd ik me eerlijk gezegd het liefst verre en bij rechten voelde ik me een slaaf van mijn wettenbundel. Geschiedenis was daarentegen als achten halen voor vakken die ik evengoed voor de lol zou hebben gevolgd.

 

Heb ik nou de hele tijd ‘blank’ gezegd? Mijn fout! Ik zou mijn geesteswetenschappelijke achtergrond geen eer aandoen als ik geen blijk gaf van hoe woke ik ben. Wit(-te mensen), dat was het toch? En ik word vast gecanceld als ik dit opbiecht, maar als jongen uit de Bijlmer zeg ik het liefst: tatta’s.

Dan Afrifa is een Ghanese Amsterdammer, schrijver en hij studeerde geschiedenis aan de UvA. Dit is zijn eerste column voor Folia.