Foto: Daniël Rommens
opinie

Stella’s waslijst | ‘Shit, zit ik nu aan seks te denken tijdens mijn essay?’

Stella Vrijmoed,
11 juni 2019 - 14:48

Faalangst, prestatiedruk en keuzestress: hoe leuk is studeren nog? En dan heb je ook nog eens een waslijst aan praktische dingen te leren op weg naar die verdomde volwassenheid. Stella en Eva schrijven het om en om van zich af. Dit keer: wat doe je als je je niet kunt concentreren?

Om 10:00 kom ik aan in de bieb van het PC Hoofthuis. Eigenlijk is het daar veel te stil voor een beweeglijk iemand als ik, maar deze UvA-locatie heeft tegenwoordig alles wat ik wens: een fatsoenlijk kantineaanbod, een computerruimte, een bibliotheek en een authentiek UvA-gevoel van studeren-in-de-binnenstad. Ik neem me voor om niet te focussen op het zo stil mogelijk omslaan van mijn bladzijden, maar op dat wat er daadwerkelijk op die bladzijden geschreven staat.

 

Ik heb die ochtend nog niet op mijn telefoon gekeken, want ik heb gemerkt dat dat de concentratie bevordert. Nog geen mailtjes, appjes of nieuws gezien, maar nog helemaal fris uit mijn bed, pak ik de boeken die ik geleend heb voor mijn essay. Bewust laat ik mijn laptop in mijn tas zitten. Die heb ik pas nodig als ik ga typen. Technisch gezien.

‘Shit, zit ik nu aan seks te denken tijdens mijn essay? Ineens ziet iedereen om me heen er ook lekker uit’

Oké. Ik heb expres een onderwerp voor mijn essay gekozen waar ik enthousiast over ben: salsa dansen. Moet lukken, toch? Ik sla mijn eerste boek open: Everynight Life: Culture and Dance in Latin/o America. Klinkt veelbelovend.

 

Ik begin vol goede moed, maar na een paar zinnen kijk ik alweer opzij. Naast me zit een jongen. Ik had ‘m gegroet toen ik aankwam, want ik voelde me wel solidair met iedereen in de ruimte om me heen die ook vast essay- of tentamenweek hebben. Het is al bijna tijd voor mijn elfuurtje. Zal ik gewoon vragen of-ie mee gaat koffie halen? We moeten allemaal koffiepauze, toch? Waarom zou dat raar zijn om te vragen? Zou ik dat ook aan een meisje vragen?

 

Ik roep mezelf tot de orde en richt mijn blik weer op mijn bladzijden. Lezend over salsa moet ik denken aan een van de (niet-oorlikkende) mensen die ik op de dansvloer heb ontmoet. Onlangs deed hij een enorme versierpoging die ik niet had zien aankomen, toen ik hem vertelde over dit essay. Dat ik het wilde schrijven over hoe het dansen en de muziek alle grenzen van nationaliteit, cultuur en taal lijkt te overschrijden. ‘Een soort universele taal dus,’ reageerde hij. ‘Zoals seks.’ Daarna mondde het gesprek uit in een uitnodiging van hem om langs te komen die ik nog serieus overwoog ook. 

 

Shit, zit ik nu aan seks te denken tijdens mijn essay? Ineens ziet iedereen om me heen er ook lekker uit. Argh. Een jongen aan de overkant met ringen aan zijn vingers én een oorbelletje, turn-ons voor mij, aait lieflijk het meisje naast hem over haar hoofd. Jammer, bezet.

‘Na een half uur heb ik zo’n vijftien dingen op een lijstje staan, wat betekent dat ik dus elke twee minuten afgeleid ben’

Na het zoveelste uit het raam-staar-moment (ik heb nog steeds niet uitgevogeld wat de werkmannen met die kraan op die vlonder in het water van de Singel in godsnaam wilden bereiken) bedenk ik me dat ik echt een keer een column moet gaan schrijven over mijn concentratieprobleem. Binnen de kortste keren heb ik al verschillende scenario’s in mijn hoofd die ik zou willen beschrijven. Zal ik hem niet gewoon nu ter plekke schrijven? Dan heb ik ‘m tenminste alvast af en ik zit nu vol in de inspiratie.

 

Nee, dat is voor later.

 

Ik besluit om vanaf nu elke keer als ik afgeleid ben mijn gedachten op een briefje te schrijven. Gewoon even parkeren. Na een half uur heb ik zo’n vijftien dingen op een lijstje staan, wat betekent dat ik dus elke twee minuten afgeleid ben. Van de vijftien dingen gaan er alweer acht over seks. Confronterend allemaal dit.

 

Waarom lukt dit me zo slecht? Ik heb al drie scripties in mijn leven geschreven en ben daarvoor geslaagd. Heb ik wel goed les gehad? Worden mijn hersenen oud en verschrompeld? Of ben ik gewoon aan vakantie toe?

 

Het is inmiddels al lang tijd voor koffiepauze. In plaats van met mijn buurjongen, houd ik die met een studiegenootje. Ik uit mijn onvrede over de essayvoortgang in tranen. Ze weet niet helemaal hoe ze me moet opbeuren.

 

De dag eindigt met een mail naar mijn docent dat ik niet meer weet hoe ik een essay moet schrijven.

 

Na nog een week elke dag strijden om toch maar niét dat chatvenster te openen, niét een nieuwe Google-search te starten naar campings in Italië en niét het internet af te gaan struinen op zoek naar een nieuwe kledingkast, rond ik het essay anderhalve dag na de deadline af. Het is een incoherent verhaal geworden over hoe salsa dansen als een ontsnapping uit het dagelijkse leven kan werken voor kosmopolitische mensen.

 

Ik hoop dat mijn docent me wat gunt na mijn paniekmail van vorige week. Vanavond ga ik maar weer even salsa dansen, denk ik.

Lees meer over