Foto: Marijn van Zanten (UvA)
opinie

‘De commissie-Van Rijn etaleert een old school-visie op hoger onderwijs’

29 mei 2019 - 17:04

Het is ouderwets om te denken dat alleen afgestudeerden van bèta- en techniekstudies nodig zijn om problemen op de arbeidsmarkt voor informatici op te lossen, schrijven decaan Han van Dissel en hoogleraren Hans Amman en Marc Salomon (allen Faculteit Economie & Bedrijfskunde). ‘Het kernprobleem – meer exact opgeleiden voor de arbeidsmarkt – wordt met het verschuiven van geld niet opgelost.’

Als resultante van afspraken in het regeerakkoord zag vorige week het rapport van de Commissie-Van Rijn het licht. Daarin wordt naast een aantal nuttige suggesties rond perverse prikkels in het systeem van financiering van het hoger onderwijs onder meer voorgesteld een deel van het budget over te hevelen van alfa/gamma/medische studies naar bèta-techniek, met een netto-effect van in de orde van 70 miljoen.

 

KNAW en VSNU hebben al het nodige gezegd over de onwenselijke effecten voor de bekostiging van hogescholen en universiteiten. Het rapport lost geen probleem op, het verlegt het alleen.

‘Het kernprobleem - meer exact opgeleiden voor de arbeidsmarkt - wordt niet opgelost. Er is slechts de hoop, dat er indirect enig effect optreedt’

Belangrijker: het kernprobleem ‘meer exact opgeleiden voor de arbeidsmarkt’, wordt niet opgelost omdat de voorgestelde kortetermijnverschuiving in de bekostiging niet de gewenste arbeidsmarkteffecten zal hebben. Er is slechts de hoop, dat er indirect enig effect optreedt.

 

Te grof geschut

Het idee dat er meer exact opgeleiden zullen komen door geld te herverdelen langs de traditionele en weinig fijnmazige indeling in wetenschapsgebieden, is een idee-fixe. Feitelijk probeer je daarmee via een macro-instrument een arbeidsmarktvraagstuk op micro-niveau te adresseren. Een gerichter instrumentarium is nodig.

Foto: Rijksoverheid
Voormalig staatssecretaris Martin van Rijn (PvdA) was voorzitter van de Adviescommissie bekostiging hoger onderwijs en onderzoek

Zoals het rapport zelf al aangeeft, is de traditionele indeling in alfa, bèta, gamma en medische opleidingen feitelijk achterhaald. Dit komt doordat vrijwel over de hele linie door de toepassing van wiskunde, statistiek en data science-opleidingen veel exacter zijn geworden. Tegelijkertijd zijn de technische universiteiten zich meer op de theorie gaan richten en de klassieke algemene universiteiten meer aan praktijkonderzoek en valorisatie gaan doen.

 

Waar zit de ‘vraag’ naar exact opgeleiden? Uiteraard voor een deel in de klassieke bèta-techniekvakken, heel belangrijk voor het vinden van technologische oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken én voor de Nederlandse kenniseconomie, maar de bulk van de vraag zit in de ICT-hoek. Ontwikkelingen op het gebied van ICT, kunstmatige intelligentie en data science hebben de vraag naar exact-opgeleiden behoorlijk doen stijgen.

 

ICT is niet meer het domein van bèta-technsche opleidingen

De benodigde kennis is evenwel al lang niet meer het exclusieve domein van de bèta-technische opleidingen. Vanwege het sterke toepassingsgerichte karakter van ICT, zijn economen, econometristen, sociale wetenschappers maar ook de taalwetenschappers uit de geesteswetenschappen actief in dit domein.

‘De implementatie van complexe technologieën in organisaties vereist veel management- en gedragswetenschappelijke kennis en vaardigheden’

Volgens het jaarlijkse onderzoek Studie & Werk van SEO Economisch Onderzoek, dat fijnmaziger de feitelijke tekorten op de arbeidsmarkt meet, zijn het juist de econometrie-, finance- en accountancystudenten, opgeleid aan gammafaculteiten, die het snelst de weg naar de arbeidsmarkt vinden en het hoogste startsalaris hebben, niet de bèta-techniekstudenten. Hiernaast neemt de snelheid waarmee deze gamma-afgestudeerden momenteel een baan vinden sneller toe dan de snelheid waarmee techneuten de weg naar de arbeidsmarkt vinden.

 

Multidisciplinair

Hier komt nog bij dat ook de arbeidsmarkt steeds vaker vraagt om een multidisciplinaire aanpak. De succesvolle adoptie en implementatie van complexe technologieën in organisaties vereist veel management- en gedragswetenschappelijke kennis en vaardigheden. De regulering van datamonopolies van platformbedrijven vraagt om kennis over marktwerking én ICT. Aantasting van de privacy zal bestreden moeten worden met juridische kennis, data-science en kennis van de ethiek. Datzelfde geldt voor algoritmen met een discriminatoire bias die bij machine learning kunnen ontstaan.

 

Om tekorten op de arbeidsmarkt op te lossen, zul je daarom veel gerichter en fijnmaziger te werk moeten gaan dan de Commissie-Van Rijn. Als universiteit zijn we blij met de groei van het aantal bètastudenten, maar dat is lang niet genoeg, gezien de verwachte vraag. Gebruik daarom ook het potentieel buiten de traditionele scheidslijnen, de opleidingen waar grote aantallen studenten tegen relatief lage kosten worden opgeleid, vaak ook nog met een betere aansluiting op arbeidsmarkt.

‘Met een betrekkelijk kleine investering in het hoger onderwijs, kun je wonderen doen’

De gewilde econometristen combineren exacte kennis met kennis van het economische domein. Evenzo kunnen steeds meer psychologen en sociologen prima overweg met Python, R, MatLab en machine learning. Ga daar vooral geen geld weghalen na jaren van verschraling van onderzoek en onderwijs, terwijl prestaties van wereldformaat worden geleverd.

 

Exact, maar dan breder

Wat zou het ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap nu concreet moeten doen? Op dit moment zijn er bij vrijwel alle universiteiten initiatieven gaande die veel specifieker aansluiten op de gesignaleerde discrepanties op de arbeidsmarkt. Ga als ministerie met de instellingen en de werkgevers rond de tafel, en maak afspraken over het aantal op te leiden studenten in de bredere definitie van ‘exact’.

 

Betrek ook de werkgevers bij deze afspraken, ook zij kunnen bijvoorbeeld via duale trajecten een belangrijke bijdrage leveren. Omarm ook de toestroom van internationale studenten. Ook recente studies over arbeidsmigratie tonen duidelijk de behoeften. We zullen ze hard nodig hebben voor de arbeidsmarkt. Een substantieel deel van de opgeleiden blijft in Nederland en draagt daarmee bij aan de kwaliteit van onze kennisinfrastructuur, economie en welvaart. En leg daar ook geld bij, in plaats van geld te verschuiven.

 

Met een betrekkelijk kleine investering in het hoger onderwijs, kun je voor de Nederlandse economie wonderen doen. Het verdelen van het tekort via het macrokader is daarvoor niet de oplossing.

 

Hans Amman is hoogleraar computational economics, Han van Dissel is decaan van de Faculteit Economie & Bedrijfskunde en Marc Salomon is hoogleraar mangement en organisatie van de professionele en zakelijke dienstverlening. Ze zijn alle drie werkzaam bij de Faculteit Economie & Bedrijfskunde.