Foto: Publiek domein
opinie

‘Meneer Andriessen, er bestaan geen verkeerde akkoorden’

Henkjan Honing,
14 januari 2019 - 13:58

In het interview met Folia naar aanleiding van zijn eredoctoraat klonk Louis Andriessen als een zich wat afzijdig houdende, op zichzelf en werk gerichte man die wat neerbuigend doet over popmuziek, wetenschap en de luisteraar, vindt hoogleraar muziekcognitie Henkjan Honing. ‘Zonder de verwachting van de luisteraar zou alle muziek betekenisloze ruis zijn.’

In het interview Componist Louis Andriessen (79): ‘De akkoorden in de popmuziek zijn altijd nét verkeerd.’ ter ere van zijn eredoctoraat kwam Louis Andriessen wat ongunstig uit de verf. Hij klonk als een zich wat afzijdig houdende, op zichzelf en werk gerichte man (‘Ik ben andere dingen aan het doen’), die wat neerbuigend doet over popmuziek (‘En dan gaat de bas ook nog mee met de melodie…’), over de wetenschap (‘Verder is alles wat zich buiten de organisatie van het stuk afspeelt lariekoek’) en de luisteraar (‘Wie ernaar gaat luisteren zal je een zorg zijn.’). 

 

Nieuwsgierigheid

Nu komen mij die eigenschappen niet onbekend voor. Mijn vader was van dezelfde generatie en had een vergelijkbaar talent voor trots, toewijding én bravoure. Toch had ik verwacht dat een componist, die heel bijzondere muziek en muziektheater heeft gemaakt – en nog steeds maakt –, nieuwsgierig zou zijn naar andere zaken dan alleen het componeren. Zeker nu Andriessen een eredoctoraat in ontvangst nam en de trots het kennelijk van de bravoure won. De studenten van muziek- en theaterwetenschap lieten dit niet onvermeld in hun presentatie tijdens de plechtigheid.

‘Zonder de verwachting van de luisteraar valt er niets te schenden, en zou alle muziek als betekenisloze ruis klinken’

Wat de wetenschap betreft: er is inmiddels veel te zeggen over wat wel of niet ‘verkeerde akkoorden’ zijn, wat de luisteraar wel of niet hoort, en hoe de luisterervaring daar een effect op heeft. Duidelijk is dat ‘verkeerde akkoorden’ niet bestaan. Zonder de verwachting van de luisteraar valt er niets te schenden, en zou alle muziek als betekenisloze ruis klinken. En dat blijkt niet zo te zijn. De luisteraar doet zeker de helft van het werk en dat blijft een lastig feit voor sommige componisten. Pierre Boulez, een invloedrijk componist, dirigent en denker, gaf in 1999 aarzelend toe dat hij een en ander destijds verkeerd had ingeschat. Hij zei: ‘misschien hielden we [de atonale componisten] niet genoeg rekening met de manier waarop muziek door de luisteraar gehoord werd.’.

 

Onmisbaar

De componist, de musicus én de luisteraar: ze zijn alle drie onmisbaar in de bijzondere menselijke activiteit die we muziek noemen. Ik hoop dat Andriessen daar nog een mooie vorm voor kan vinden de komende tijd. Wat de wetenschap betreft weet ik zeker dat de studenten muziek- en theaterwetenschap staan te popelen om mee te denken.

Henkjan Honing is hoogleraar muziekcognitie aan de UvA en auteur van onder meer Iedereen is muzikaal en Aap slaat maat.