Foto: Maartje Meesterberends (UvA)
opinie

‘Geef docenten in OC's de tijd die ze verdienen’

28 juni 2018 - 12:08

UvA-docenten die in een opleidingscommissie zitten hebben veel te weinig tijd om hun taken uit te voeren, vinden studenten Michele Murgia en Gaia Willemars. Op de bètafaculteit, bij geesteswetenschappen en op de FMG krijgen docenten soms nog niet eens een derde van de honderd uren die volgens een UvA-advies minimaal nodig zijn, schrijven ze.

De opleidingscommissie (OC) is een orgaan waarin zowel studenten als docenten van een opleiding plaatsnemen. Zij borgen en bevorderen de kwaliteit van het onderwijs en onderzoek. De OC is daarmee onmisbaar voor het functioneren van de universiteit. Hoewel dit alom erkend wordt, is de daad vooralsnog niet bij woord gevoegd.

 

Meer rechten en meer taken
Vanaf 1 september 2017, de dag dat de Wet Versterking Bestuurskracht (WVB) inging, is de OC een medezeggenschapsorgaan. Dit betekent dat ze meer rechten heeft rondom de inrichting van de opleiding. De OC’s hebben sinds dit jaar onder meer instemmingsrecht op een aantal onderwijsinhoudelijke delen van de Onderwijs- en Examenregeling (OER). Zo moeten ze instemmen met de inhoud van de afstudeerrichtingen binnen een opleiding en de eindtermen van de opleidingIn de eindtermen staat welke kennis en vaardigheden een student aan het eind van de opleiding verworven moet hebben.. Bij opleidingen die trajecten hebben, heeft de OC ook instemmingsrecht op de wijze waarop de studenten geselecteerd worden voor een traject.

‘In een advies, dat op verzoek van de UvA-rector magnificus werd opgesteld, staat dat er minimaal 100 uur per docent per jaar beschikbaar moet zijn’

De nieuw verworven rechten zorgen ervoor dat de OC’s meer en zwaardere taken moeten uitoefenen. Om de ontwikkeling van opleidingscommissies een impuls te geven en te monitoren heeft de rector magnificus van de UvA de Programmagroep Versterking Opleidingscommissies ingesteld, die een advies over het functioneren van OC’s uitbracht. Het advies doet meerdere suggesties ter versterking van de positie van OC's. Een van de meest concrete suggesties is om de uren voor OC-leden aan te passen. Deze moeten in lijn zijn met de verhoogde tijdsinzet, die naar aanleiding van de WVB is ontstaan. Zo staat er in het advies dat er minimaal 100 uur per docent per jaar beschikbaar moet zijn. Helaas is dit nog bijna nergens het geval.


Voor het goed functioneren van opleidingscommissies is het zaak ze de middelen te geven die ze verdienen. Temeer omdat de Instellingstoets Kwaliteitszorg voor de deur staat. Bij deze toets komt de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) bij de UvA langs, en toetst ze of de instelling een systeem van kwaliteitszorg hanteert waarmee het de kwaliteit van de aangeboden opleidingen kan garanderen. Voor de accreditatie is het dus essentieel dat opleidingscommissies naar behoren werken en dat de UvA kan aantonen dat ze de positie van OC’s serieus neemt.

‘Op de hele Faculteit der Geesteswetenschappen krijgen docenten op dit moment maar 25 uur in plaats van de 100 uur die ervoor staan’

Onmogelijk

Op dit moment ontstaan er zichtbaar problemen door de verhoogde werkdruk. Het is voor OC’s soms onmogelijk om hun taken uit te voeren. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de brief die de OC Filosofie aan de decaan van de Faculteit der Geesteswetenschappen heeft geschreven. In deze brief stelt de OC dat het met het huidige aantal uren onmogelijk is om positief te reageren op de Onderwijs- en Examenregelingen. Bij filosofie is per docent in plaats van de minimale 100 uur, maar 25 uur beschikbaar gemaakt. Met slechts een kwart van de tijd die nodig is voor het verzwaarde takenpakket is het niet meer dan logisch dat het de OC niet lukt om haar werk naar behoeven af te ronden.

 

Niet alleen voor de OC van filosofie gelden deze problemen. Op de hele Faculteit der Geesteswetenschappen krijgen docenten op dit moment maar 25 uur in plaats van de 100 uur die ervoor staan. Bij de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde & Informatica is er per docent-lid 30 uur vrij gemaakt en bij de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen 35 tot 65 uur. Voor al de OC’s die onder deze faculteiten vallen is er dus 35 tot 75 uur te weinig beschikbaar gesteld. In het advies ‘Versterking Opleidingscommissies’ staat dat er geen centraal georganiseerde vergoeding voor docenten bestaat, maar dat die op dit moment door de decanen wordt bepaald. De huidige, ontoereikende vergoeding moet dus door de decanen of op centraal niveau worden rechtgezet.

 

Om ervoor te zorgen dat de OC’s hun taken kunnen blijven verrichten en er dus studenten en docenten meedenken over de opleiding waartoe zij behoren, is het van groot belang om dit probleem aan te pakken. In de brief van de OC Filosofie staat: ‘Het functioneren van het medezeggenschapsorgaan is afhankelijk van de mogelijkheid voor leden om zich te verdiepen in de beleidsdocumenten en proactief onderwerpen aan te kaarten die betrekking hebben op de kwaliteit van het onderwijs.’ Een goede stap richting het faciliteren van OC’s en de taken die zij hebben zou het opvolgen van het advies Versterking Opleidingscommissies zijn. Wie OC’s erkent als essentieel, moet ze ook als zodanig behandelen.

 

Gaia Willemars is voorzitter van de opleidingscommissie filosofie. Michele Murgia is afgevaardigde van de Facultaire Studentenraad Geesteswetenschappen in en vicevoorzitter van de Centrale Studentenraad.

 

Heb je hier ook een mening over? Reageer hieronder of schrijf een opinieartikel.