De Fabeltjeskrant, Alfred Jodocus Kwak en Purno de Purno, hele generaties in Nederland zijn grootgebracht met deze animatieprogramma’s op de Nederlandse televisie. De Nederlandse animatiecultuur heeft zelfs een heel eigen karakter, ontdekte UvA-promovendus Grietje Hoogland die voor het eerst in deze geschiedenis dook.
In de jaren 50 verschijnen in Nederland de eerste illustraties op televisie. Werd de Amerikaanse animatiestudio Walt Disney als voorbeeld genomen?
‘Verrassend genoeg viel dat wel mee. Ik heb me ook afgevraagd hoe het kwam dat animatie al zo’n vijftig jaar bestond voor het de Nederlandse televisie bereikte. En het korte antwoord daarop is dat Nederland simpelweg niet zo’n industrie had als Hollywood met grote studio’s waar heel veel mensen tegelijkertijd aan tekentafels aan animaties werkten.’
‘En dus werd er voor de Nederlandse televisie geïllustreerd in plaats van geanimeerd, wat minder bewerkelijk is. De Nederlandse illustratoren kwamen van de kunstacademies en waren aangenomen bij de publieke omroep vanwege hun veelzijdigheid: ze konden én logo’s ontwerpen én weerkaarten maken en eigenlijk alles wat er maar getekend moest worden. De illustratoren hadden bewondering voor het hoge niveau van de Hollywood-animatie maar lieten zich er weinig door leiden. Ze waren namelijk zelf kunstzinnig en konden op die manier een hele eigen artistieke waarde toevoegen aan de programma’s die ze illustreerden voor de Nederlandse televisie.’
Wat kenmerkt de Nederlandse televisie-animatie?
‘Dat vind ik lastig om te zeggen, omdat het zich door de tijd heen ontwikkelt. Ik heb gekeken naar de periode van de Nederlandse televisie van 1951 tot 1996 en in de beginjaren lieten de illustratoren zich vooral inspireren door Nederlandse boekillustratoren en is er weinig beweging in de animaties.’
‘In de jaren zeventig – de bloeitijd wat betreft artistieke vrijheid voor de illustratoren die voor de omroepen werkten – kwam er meer ruimte voor animatie. Er waren nog steeds restricties, het maakproces mocht niet te veel tijd in beslag nemen, maar er kwamen wel wat meer geanimeerde intro’s en items binnen programma’s zoals in De film van Ome Willem, een kinderprogramma van de Vara.’
‘Eind jaren tachtig werd de facilitaire afdeling van de publieke omroep geprivatiseerd en moest de vaste groep illustratoren – die het tekenen voor de televisie nog on the job hadden geleerd – opeens ideeën gaan pitchen. Veel illustratoren gingen toen vervroegd met pensioen. Dat opende het veld voor een nieuwe generatie illustratoren die wél vakken in animatie voor film en televisie hadden gevolgd aan de kunstacademie. Er verschijnen dan nieuwe technieken zoals computeranimatie en objectanimatie: animatie met voorwerpen in plaats van tekeningen.’
‘Maar ook de nieuwe generatie blijft illustreren. De geschiedenis van de Nederlandse televisie-animatie is dus niet per se een verhaal van stilstand naar beweging, want de artistieke illustratie van hoge kwaliteit blijft een constante factor. Dat zie je aan tv-programma’s zoals Jarig, verhalen van Toon Tellegen met de illustraties van Annemarie van Haeringen en Verhalen van de boze heks, dat gebruik maakt van silhouet-illustratie, eigenlijk een hele traditionele techniek.’
Voor je proefschrift keek je bijna zeshonderd tv-programma’s. Wat is je favoriet?
‘Ik ben persoonlijk echt een VPRO-kind, dus ik houd wel van het rebelse, ondeugende en ongelofelijk creatieve van de jaren negentig. Maar een van mijn favoriete programma’s komt uit een andere hoek. Dat is Kleine Isar, een tv-serie van de NCRV uit de jaren tachtig, over het kinderkoninkje Isar dat hoort dat Jezus is geboren en met hem wil spelen. De animatie vertelt het verhaal van het leven van Jezus vanuit de ogen van een kind, met geschilderde poppetjes, overeind gezet op prikkers in een laag piepschuim. De camera beweegt daar doorheen en dat geeft een enorm dromerig kijkdoos-effect van aquarelachtige kwaliteit.’
Denk je dat de artistieke illustratie standhoudt met de opkomst van AI?
(Zucht): ‘Oh, AI. We zullen het zien, ik hoop het. Ik wil graag optimistisch zijn en zeggen dat mensen een drang blijven hebben naar het creëren van iets eigens, iets echts en iets met karakter. Dus ja, echte verhalen en mooie kunstzinnige beelden zullen blijven bestaan.’
Grietje Hoogland promoveert op vrijdag 24 april om 16.00 uur op het proefschrift ‘Drawing for television. Illustration and animation in Dutch public youth television 1951-1996: media technological, financial and cultural influences forming a professional cultural field.’ De promotie vindt plaats in de Agnietenkapel en is gratis toegankelijk.