Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Een teken van God: hoe religie verslaafden helpt om te stoppen met spuiten
Foto: Unsplash - Colin Davis
wetenschap

Een teken van God: hoe religie verslaafden helpt om te stoppen met spuiten

Matthias van der Vlist Matthias van der Vlist,
6 november 2025 - 13:10

Drugspastoren bieden geestelijke steun aan mensen met een verslaving. Een van hen is Greta Huis, de eerste vrouwelijke drugspastor van Nederland. Opvallend genoeg speelt religie een belangrijke rol in het leven van drugsgebruikers, ontdekte Huis. Volgende week promoveert de religiewetenschapper aan de UvA op dit onderwerp.

Amsterdam werd in de jaren negentig vaak gezien als het toonbeeld van moreel verval: de stad van prostitutie, ‘junks’ op straat en goddeloosheid. In die wereld werkte UvA-religiewetenschapper Greta Huis als drugspastor, oftewel geestelijk verzorger, voor mensen verslaafd aan de heroïne en cocaïne. Binnenkort promoveert ze op haar PhD-onderzoek naar de rol van religie in de levensverhalen van deze mensen.

 

Je bent de eerste vrouwelijke drugspastor van Nederland. Wat is (in hemelsnaam) een drugspastor?
‘Ik begon in de jaren negentig met werken voor het Amsterdamse Drugspastoraat, waar pastorale zorg wordt aangeboden. Pastorale zorg betekent luisteren naar de verhalen, de zorgen, problemen en vragen van mensen. Denk aan het gemis van kinderen omdat ze in een pleeggezin zaten. Familie missen, maar hoe weer contact zoeken als je tijdens de vakantie van je ouders hun inboedel hebt verkocht?  Zo spuugzat zijn van het hosselenHosselen verwijst naar het verkrijgen of verhandelen van drugs, van dat leven, maar echt veranderen lukt ook niet. Weer opgepakt, weer in de gevangenis. Voor hen heb je een luisterend oor, heb je een schouder, een glimlach, een knuffel.’


‘Maar we hielpen ook met praktische zaken zoals het zorgen voor kleding en verzorgingsproducten nadat iemand in het ziekenhuis was opgenomen of opgepakt door de politie. Of we deden boodschappen met en voor mensen die honger hadden. Daarnaast was het de periode van AIDS, en er was nog geen medicijn. Dat betekende dat we veel mensen bezochten die zeer ernstig ziek waren, en verzorgden we ook stervensbegeleiding en uitvaarten.’

Greta Huis
Greta Huis

Hoe zag een kerkdienst van het Drugspastoraat eruit en wie kwamen er?
‘Het Drugspastoraat zat toen in de Petrus en Pauluscrypte van het Bethaniënklooster op de Wallen. We hadden spreekuren, waar mensen konden komen voor een luisterend oor. Elke zondagmiddag was er een kerkdienst, uitsluitend voor, zoals de naam al verraadt, drugsverslaafde mensen. Met eerst een half uur koffie, thee en koek. Dan de kerkdienst, zonder preek, maar een discussie naar aanleiding van een Bijbelverhaal. En het laatste half uur koffie met krentenbrood. Vooral voor de mensen die dakloos waren, was de crypte op zondag middag een geliefde plek om te schuilen.’


‘Amsterdam had een grote drugsscene in de jaren negentig, van Centraal Station tot Oudemanhuispoort, van de Gelderse kade tot waar nu de Albert Heijn is achter de Dam en bestond toen uit vier- á vijfduizend mensen. Zo’n 75 procent van de Amsterdamse drugsscene schoof wel eens aan, waardoor het Drugspastoraat ook een ontmoetingsplek werd.’

 

Waarom ben je de levensverhalen gaan verzamelen van druggebruikers in Amsterdam?

‘Ik werd tijdens mijn studie gevraagd als vrijwilliger voor het Drugspastoraat in Amsterdam. Ik studeerde toen theologie aan de UvA en het viel het mij op dat al het wetenschappelijk onderzoek naar druggebruikers over de aspecten van het druggebruik zelf ging. Het ging nooit over de verhalen achter de druggebruiker. Het onderzoek naar hun levensverhalen en de rol van religie mistte heel erg.’

 

Wat viel je aan die levensverhalen op?
‘Veertig van de 43 mensen die ik om hun levensverhaal vroeg, gebruiken het zelfbeeld ‘druggebruiker’, zonder dat ik daar expliciet om vroeg. Zij vertellen hun levensverhaal als ‘druggebruiker’ en vertellen bijna alleen maar over druggerelateerde onderwerpen. Ze vertelden hóe ze verslaafd zijn geraakt, waarom ze niet zijn afgekickt en hoe ze hiv-besmet zijn geraakt, als daar sprake van was.’

‘Ze gebruiken het zelfbeeld ‘druggebruiker’, zonder dat ik daar expliciet om vroeg’

‘Bovendien vertelden ze hoe ze invulling geven aan hun drugsbestaan door middel van vergelijkingen met vroeger waardoor ze nu beter uit de bus komen. Bijvoorbeeld: ‘Toen hosselde ik dag en nacht op de Zeedijk, nu haal ik twee keer per week een bolletje drugs. Toen spoot ik nog, nu rook ik mijn drugs. Toen was ik dakloos, nu heb ik een kamer.’’


‘Daarnaast vergelijken mensen zich – als druggebruiker - vooral met ‘junks’, waarbij de vertellers altijd positief uit de vergelijking komen. ‘‘Junks’ stelen tasjes van oude vrouwtjes, dat doe ik niet. Zo laag ben ik nooit gezonken.’ Het viel me op hoezeer de vertellers en schrijvers bewust zijn van normen en waarden, en hoe ze daarmee worstelen. Het viel me ook op hoe ze moeite hadden met het hosselen, de gepleegde criminele activiteiten, en hoe ze daar een morele rangorde in aan brengen. Eigenlijk: hoe graag ze aan de fatsoenlijke kant van de streep willen staan.’

‘Het viel me op hoe graag ze aan de fatsoenlijke kant van de streep willen staan’

Waarom besloot je onderzoek te doen naar religie in de levensverhalen? En wat is die rol van religie voor druggebruikers?

‘Als de druggebruikers over religie verteld, is dat ook altijd in relatie tot drugs. Zo vertellen mensen veelal van religieuze ervaringen die tot positief gedrag hebben geleid en vooral tot een inperking van het druggebruik, minder ernstig criminele delicten plegen of het minder toedienen van drugs.’


‘Bijvoorbeeld het verhaal van Xandra: ze zit in de metro op weg naar de stad om drugs te scoren als ze via haar overleden moeder een teken krijgt, zo vertelt ze me. Een man schudt nee met zijn hoofd. Dat betekent: ga geen drugs scoren. Methadonkan worden gebruikt als lichter vervangmiddel voor heroïne is nog wel oké. Dat methadon oké is, was wat haar moeder altijd tegen Xandra zei. Nu haar moeder is overleden, laat ze dat Xandra weten via deze man. Xandra probeert dat ook en dat gaat best wel vaak en lang goed.’

CV Greta Huis

Greta Huis studeerde theologie aan de Universiteit van Amsterdam en het Union Theological Seminary in New York. Daarna werkte ze als drugspastor bij het Drugspastoraat Amsterdam. Momenteel is zij docent Religie & Levensbeschouwing aan het Willem Lodewijk Gymnasium in Groningen. Daarnaast werkt zij als voorganger bij de Vereniging van Vrijzinnige Protestanten in de provincie Groningen. Zij heeft een bijzondere voorkeur voor het leiden van diensten in het Groningse dialect, de zogeheten Grunneger Dainsten.

‘Of het verhaal van James, die krijgt een waarschuwing van boven op een moment dat hij drugs wil gaan spuiten, vertelde hij me. God laat zijn hand trillen, waarin de boodschap zit: stop met spuiten. Hierna doet James al zijn spuitspullen weg en spuit geen drugs meer. Hij hoeft niet meer zo crimineel te zijn en ook niet dag en nacht met die drugs bezig te zijn.’


‘Deze en andere religieuze ervaringen hebben voor de vertellers een duidelijke rol en functie en worden vaak vervlochten met normen en waarden. De religieuze ervaringen hebben gezorgd voor een positieve wending in het leven waardoor ze fatsoenlijke(re) druggebruikers zijn geworden. Daarom heet ook mijn proefschrift: Ik ben een druggebruiker, maar wel een fatsoenlijke.’


Wat hoop je dat je proefschrift teweegbrengt in de religiewetenschap?
‘Ik hoop dat de blik van religiewetenschappers, meer en vaker op de geleefde religie van mensen in het leven van alledag is gericht. Een wereld aan religie is er te vinden, maar daarvoor moet je wel in het diepe durven te springen.’


Greta Huis promoveert op 17 november op het proefschrift: Ik ben een druggebruiker, maar wel een fatsoenlijke! Religie en normen en waarden in de levensverhalen van mensen in de Amsterdamse drugsscene. Locatie: Agnietenkapel. Aanvang: 13.00 uur. Toegang vrij.


Alle namen genoemd als deelnemer van het onderzoek, zijn gefingeerde namen.

Podcast De Illustere Universiteit - Artikel
website loading