Mazzel, mesjogge, jatten en natuurlijk Mokum: de afgelopen jaren konden UvA-studenten zich volop verdiepen in het Jiddisch, en de invloed die de Joodse taal op het Nederlands en het Amsterdams heeft gehad. Maar na vier jaar is de pret al weer voorbij.
‘Jiddisch terug in Mokum’. Met die woorden kondigde de UvA in 2022 groots aan dat er aan de universiteit weer onderwijs zou worden gegeven in de taal die wereldwijd door nog zo’n drie miljoen Joden wordt gesproken. Vier jaar lang konden studenten zich inschrijven voor zowel een vak gericht op taalverwerving, als voor een verdiepend vak over de Jiddische taal en cultuur, maar vanaf komend studiejaar komt daar al weer een eind aan.
Rothschild Foundation
Volgens Irene Zwiep, hoogleraar Hebreeuwse, Aramese en Syrische talen en culturen, wordt er op de faculteit ‘met spijt’ naar het verdwijnen van het Jiddisch gekeken, maar is het vanwege ‘de bezuinigingen, die niet in de laatste plaats bij geesteswetenschappen plaatsvinden, echt geen mogelijkheid om ermee verder te gaan’.
Dat zit als volgt: de Jiddische vakken werden voor een periode van vier jaar gefinancierd middels een beurs van de in Londen gevestigde Rothschild Foundation. ‘We kregen een grant om de Joodse stadsgeschiedenis in Amsterdam op de kaart te zetten. De Jiddische vakken waren daar onderdeel van,’ aldus Zwiep.
Per 1 september loopt de financiering die de UvA van de organisatie ontvangt af. ‘De regel is dat we vanaf dat moment een jaar moeten wachten voor we weer opnieuw een aanvraag voor een subsidie kunnen doen. En dan moeten we nog maar zien wat er op dat moment wordt aangeboden.’
Geen songfestival
Hoewel elementen van de Joodse cultuur momenteel breder in de samenleving onder druk lijken te staan, benadrukt Zwiep dat het in dit geval beslist niet om een politiek gemotiveerd besluit gaat. ‘De faculteit is geen songfestival dat worstelt met Joodse studies, maar heeft hele andere prioriteiten dan de geopolitiek. Dit is een financiële kwestie, waarbij wordt gekeken hoe we het bestaande aanbod zo goed mogelijk overeind kunnen houden.’
Of de Germaans-Joodse taal hiermee definitief van de universiteit verdwijnt, is overigens nog geen uitgemaakte zaak. Volgens Zwiep wordt er gezocht naar een nieuwe financier. ‘Vooralsnog heeft er zich geen rijke geldschieter gemeld, maar we hopen dat we ons weer over het Jiddisch kunnen ontfermen.’ Om met de vakken verder te kunnen gaan zou een bedrag van minimaal twintigduizend euro nodig zijn.