Het hoofd van de Palestijnse Missie in Nederland Ammar Hijazi sprak dinsdagmiddag tijdens een discussie bij Room for Discussion over de situatie in Palestina. In een goedgevulde zaal benadrukte hij hoe Palestijnen keer op keer worden geconfronteerd met uitwissing en sprak hij zijn waardering uit voor studenten die zich daartegen verzetten.
Uitwissing. Als er één woord is dat de Palestijnse vertegenwoordiger Ammar Hijazi herhaaldelijk gebruikt tijdens zijn interview bij debatplatform Room for Discussion (RfD) in de E-hal op de Roeterseilandcampus, dan is het dat. Voor een goedgevulde zaal – uiteindelijk zijn er meer bezoekers dan stoelen – schetst hij dinsdagmiddag de geschiedenis van Palestina.
Op uitnodiging van RfD en de Arab Student Association Amsterdam, sprak Hijazi een uur lang uitgebreid over het land dat hij sinds september in Nederland vertegenwoordigt. Het eerste half uur had dat gesprek veel weg van een geschiedenisles. Hijazi praatte onder meer over de oprichting van de voorloper van de Verenigde Naties, de Nakba en het VN-verdelingsplan voor Israël en Palestina. Gebeurtenissen die – kort samengevat – allemaal min of meer hetzelfde resultaat hebben gehad: ‘Uitwissing na uitwissing na uitwissing van Palestijnen.’
Een voorbeeld dat hij noemde, is de mogelijkheid om je in officiële documenten te identificeren als Palestijns. Hijazi: ‘Ik ben een diplomaat. Ik heb al zoveel meer rechten en mogelijkheden dan de gemiddelde Palestijn, maar zelfs ik heb niet eens het meest basale recht: om op mijn eigen identiteitsbewijs mijn eigen identiteit mee te dragen.’
Vertrouwen in het recht
Het gesprek met het hoofd van de Palestijnse Missie in Nederland – formeel geen ambassadeur, omdat Nederland Palestina niet erkent – werd vooral interessant toen zijn diplomatieke werk en de huidige situatie in de Palestijnen aan bod kwamen. Zo werd Hijazi, sinds september 2024 verantwoordelijk voor de Palestijnse vertegenwoordiging in Den Haag, meermaals in verschillende bewoordingen gevraagd of hij nog wel vertrouwen heeft in internationale gerechtshoven en diplomatie. Waarop hij uiteindelijk met een vraag reageerde: ‘Wat is het alternatief?’
Die vraag beantwoordde hij zelf later: het alternatief is de Board of Peace van de Amerikaanse president Donald Trump. Of in andere woorden: het recht van de sterkste. ‘Dan wordt alles bepaald door mensen met grote geweren die zeggen: ik wil dit stuk land hebben, ik wil dat stuk land pakken.’
Ook de houding van Nederland tegenover de Palestijnen, Israël en de genocide in Gaza kwamen aan bod tijdens het gesprek. Toen Hijazi werd geconfronteerd met een eerdere uitspraak waarin hij stelde dat je ‘of aan de kant van het internationaal recht of aan de kant van kolonialisme, genocide en oorlogsmisdaden staat’, ontweek hij de vervolgvraag waar Nederland dan staat handig. Grappend: ‘Jij wil de Nederlands-Palestijnse relaties blijkbaar verpesten.’
Vragen uit de zaal
Vragen van studenten uit de zaal, bij wie ook verschillende keffiyehs te zien waren, richtten zich vooral op één onderwerp: wat kunnen wij doen om Palestina te helpen en om de uitwissing tegen te gaan? Als reactie daarop sprak Hijazi vooral respect uit richting de studenten en de generatie ‘die op de hoogte is, klaar staat om te handelen en opstaat tegen ongelijkheid’. Hij adviseerde om aandacht te blijven vragen voor de Palestijnse situatie in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever via sociale media, om onderling discussies te blijven voeren en om politici ter verantwoording te roepen voor beslissingen die zij maken.
‘Ik heb geen lijst met dingen die je kan doen’, zei Hijazi. Tegelijkertijd vroeg hij aanwezigen wel om door te gaan met waar ze mee bezig zijn en benadrukte hij dat de Rode Lijn-demonstratie volgens hem ‘bergen heeft verzet’. Hij zei te denken dat de gevoerde acties ertoe hebben geleid dat in Nederland nu discussie wordt gevoerd over aanvullende maatregelen tegen Israël en Nederland kritischer staat tegenover nieuwe nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Hij zei vooral te hopen dat studenten dat voortzetten. Of, in zijn eigen woorden: ‘Be the good people we claim to be, and carry on.’