Straattaal uit de jaren ’90 is nog springlevend in Nederland. Uit onderzoek van het Meertens Instituut blijkt dat de huidige generatie jongeren woorden die zo’n 25 jaar geleden populair waren, zoals loesoe, chickie en fittie, nog steeds herkent en gebruikt. Hoe is deze straattaal zo geïntegreerd in onze samenleving? Gebruiken UvA’ers deze woorden ook?