Die Amerikaanse uitdrukking heb ik nooit begrepen. Je gaat toch geen koe kopen als je niet weet hoe de melk smaakt? Je moet toch weten wat voor vlees je in de kuip hebt? Of, platter: wat nou als je je hart verpandt aan iemand die niet lekker sekst?
In de wetenschappelijke literatuur worden zulke gebeurtenissen veelzeggend turning points genoemd. Daarna is blijkbaar niets meer hetzelfde. Onderzoek in dit veld laat bijvoorbeeld zien dat wachten met seks verband houdt met samen gelukkiger zijn (dat geldt zowel voor getrouwde als ongetrouwde stellen) en dat eerst je liefde verklaren samenhangt met betere seks (opgevat als minder spijt achteraf). Het probleem met zulke studies is dat ze vrijwel allemaal Amerikaans zijn en alleen maar over heteroseksuelen gaan. Bovendien verklaren de uitkomsten niks, maar reflecteren ze historisch en cultureel bepaalde normen.
Hoe je je voelt als iemand na twee dates zegt dat ze van je houdt is niet los te zien van de ongeschreven regels die we over daten hebben. In wit, middenklasse, Christelijk Amerika is zo’n vroege verklaring vast enorm fijn – voor Amsterdamse studenten op Tinderdates ligt dat echt anders.
Uiteindelijk draait alles om timing, maar meer dan dat draait het om liefde. Als het goed zit, zit het goed. Dan wil je geen tijd verspillen met gedraai, dan kan je direct met iemand naar bed en meteen laten weten hoe je je voelt. Als het goed zit, dan maakt het niet uit dat het pas de tweede date is. Dan sluit je haar in je armen en leef je nog lang en gelukkig – al was het maar voor even.