Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
‘De declaraties zijn doelmatig te noemen. Of het in alle gevallen sober te noemen is, daar zullen de meningen over verschillen. Volgens het CvB heeft, daar waar de soberheid te betwisten valt, de doelmatigheid geprevaleerd boven de soberheid.’ Dixit Marjolijn van Oordt, de woordvoerder van het College van Bestuur van de UvA, in Folia deze week. Het is een tekenend citaat voor de manier waarop het CvB met de declaratieregels omgaat.

Als voortvloeisel uit de cao Nederlandse Universiteiten heeft de UvA in 2007 een Regeling Kostenvergoeding vastgesteld. Daarin wordt geregeld hoe en wat er gedeclareerd mag worden. Daarvan zijn bestuurders echter expliciet uitgesloten, vertelt Johan Huysse, beleidsmedewerker bij de Vereniging van Universiteiten (VSNU). Is daarmee de kous af? Nee, zo blijkt.

Dan weer wel, dan weer niet
Navraag leert dat het college zelf de Regeling Kostenvergoeding 2007 in sommige gevallen wel op zichzelf van toepassing verklaart. De woordvoerder van het CvB verwijst hier bijvoorbeeld naar voor vragen over de reiskosten en zorgmanagementcursus die Paul Doop, nadat hij zijn afscheid al aankondigde, op kosten van de UvA mocht volgen aan Harvard (prijskaartje: zo’n 7.500 euro). Ook de verhuis- en inrichtingskosten van vicevoorzitter Hans Amman blijven volgens de woordvoerder binnen de voorgeschreven 5.445 euro uit de Regeling Kostenvergoeding.

De vliegreizen van ex-collegevoorzitter Louise Gunning en rector magnificus Dymph van den Boom en de hotelkosten van Van den Boom liggen dan wél weer boven de maxima uit die regeling. De CvB-woordvoerder verklaart, in strijd met de Regeling Kostenvergoeding die businessclass reizen verbiedt: ‘Alleen naar verre bestemmingen buiten Europa wordt weleens businessclass gevlogen. Bijvoorbeeld omdat het programma vrijwel meteen na aankomst (ondanks tijdsverschil) van start gaat en men direct na aankomst een voordracht moet houden of een discussie moet leiden.’ Wanneer men de Regeling uit 2007 wél en wanneer niet van toepassing acht, wordt niet duidelijk.

Een ton aan wachtende chauffeurs
437.443,34 euro geeft het College van Bestuur uit aan onkosten in 2013 en 2014 en aan enkele bonnetjes uit 2012. Veruit de grootste kostenpost is het vervoer van de bestuurders. De 209.374 kilometer die de bestuurders reden kostten 210.485,63 euro. Daar komt nog bij dat de wachttijd van de chauffeurs, 186.759 minuten in twee jaar, de UvA 105.657,04 euro kost.

Lees meer over businessclass naar Brazilië, perentaartjes bij NRC en postzegels kopen op de Overtoom in Folia #31.