Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Tijdens de bezettingen van het Bungehuis en het Maagdenhuis moet politicoloog Meindert Fennema ongetwijfeld hebben teruggedacht aan een van de acties waaraan hij zelf ooit meedeed: bijvoorbeeld de bezetting in april 1970 van het inmiddels ter ziele zijn de Instituut voor Wetenschap der Politiek (IWP) aan de Oudezijds Voorburgwal.

Vandaag komen de memoires uit van emeritus hoogleraar politicologie en oud-communist Fennema. Hij studeerde in de jaren zestig en zeventig aan de Universiteit Utrecht en aan de UvA en stond aan de wieg van de universitaire revolte tegen de toenmalige elite.

Anders dan het Bungehuis nu, werd het IWP  in 1970 omgedoopt in ‘Karl Marx Instituut’. Wat daar zou moeten worden gedoceerd, moge duidelijk zijn. De toen bijna 24-jarige student Meindert Fennema had zichzelf tot bibliothecaris van het nieuwe instituut benoemd, en had voldoende humor om de bibliotheek te vernoemen naar de liberale negentiende-eeuwse voorman Johan Roelof Thorbecke.

‘Zo werd het vooroordeel bestreden, meende ik, dat het liberale gedachtegoed door de studenten in de ban was gedaan’, schrijft Fennema nu - vijfenveertig jaar later - in zijn deze week verschenen memoires Goed Fout. Herinnering van een meeloper. Kennelijk was dat liberale gedachtegoed in de visie van Fennema helemaal niet in de ban gedaan. Maar aan de UvA, in het bijzonder aan de Politiek-Sociale Faculteit, was dat wel degelijk het geval. Het marxisme in al zijn varianten voerde er de boventoon in onderzoek en onderwijs, blijkt uit het boek, dat niet meer en minder is dan een persoonlijke afrekening met die tijd, waarin Fennema zelf prominent lid was van de Communistische Partij Nederland (CPN), inmiddels al lang opgegaan in GroenLinks.

Homoseksualiteit
Ondanks zijn lidmaatschap van de CPN was Fennema geen groot liefhebber van de toenmalige Sovjet-Unie: die had hij persoonlijk in de ban gedaan nadat hij aan de Universiteit Utrecht (UU) – waar hij aanvankelijk studeerde en lid was van het studentencorps – een college had bijgewoond van de Sovjet-ambassadeur en aan hem had gevraagd hoe het aan weerszijden van de Oeral gesteld was met de positie van homoseksuelen. ‘Homoseksualiteit bestaat in de Sovjet-Unie niet, het is een product van de westerse decadentie, die kenmerkend is voor de laat-kapitalistische maatschappij,’ had de ambassadeur geantwoord. Fennema was verbijsterd. ‘De Sovjet-Unie had voor mij afgedaan.’

Het is een van de talrijke anekdotes in het boek, dat en passant ook een kleine geschiedenis is van de UvA in de jaren zeventig. In het revolutiejaar 1968 was Fennema overgestapt van de UU naar de UvA, nadat hij de Amsterdamse sociaalliberale en toentertijd zeer controversiële politicoloog Hans Daudt had horen spreken. ‘Zijn presentatie beviel me, hij formuleerde puntig en was geestig.’ Het was voldoende reden om naar de UvA over te stappen. Extra voordeel: ‘Degenen die [aan de UvA] hun studie afrondden, deden daar gemiddeld meer dan tien jaar over. Het was een prettig idee dat ik voorlopig niet afgestudeerd zou raken.’

Maagdenhuisbezetting
De studie zou dus lang gaan duren; dat betekende niet dat dat hij maar wat liep te lanterfanten. De roemruchte Maagdenhuisbezetting van 1969 – De Grote Gebeurtenis – ging zelfs pardoes aan zijn neus voorbij. ‘Want ik moest mij voorbereiden op een tentamen.’ Vanuit de theorie van ‘het wetenschappelijk socialisme’ was het nog maar een kleine stap naar het lidmaatschap van de CPN, later door Fennema in Folia omschreven als ‘een vereniging van massamoordenaars’. In naam van het communisme zijn er in de toenmalige Sovjet-Unie vele miljoenen mensen vermoord.

Fennema was de niet de enige politicologiestudent die lid werd van de CPN: een stoet aan latere docenten en hoogleraren deed precies hetzelfde. In zijn memoires vergelijkt Fennema de partijcultuur van de CPN met die van het studentencorps: dezelfde geslotenheid, dezelfde naar binnen gerichte cultuur en dezelfde baantjesjagerij ‘langs familielijnen’. Die CPN-netwerken leidden er bijna automatisch toe dat Fennema’s wetenschappelijk focus kwam te liggen op netwerkanalyses binnen (sociaaleconomische en culturele) elites, waaraan hij tijdens zijn werkzame leven nog vele studies heeft gewijd. Zodoende ging hij ook zelf tot de elite behoren: naast hoogleraar, auteur en columnist is hij sinds begin dit jaar leider van de GroenLinks-fractie in de gemeenteraad van Bloemendaal. Hoe mooi kun je een levenslang onderzoek naar elites afsluiten.

Komende zondag 10 mei vindt er in De Balie een debat plaats naar aanleiding van de verschijning van Fennema’s boek. Deelnemers zijn onder anderen Frits Bolkestein, Roel van Duijn en Meindert Fennema.