Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Gistermiddag was het de beurt van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde (FEB) om in gesprek te gaan met studenten en medewerkers over medezeggenschap, rendement, onderwijs en onderzoek. Onverwacht bleek ook de reorganisatie van vijf jaar geleden weer op de agenda te staan. De ondernemingsraad van de FEB wil een evaluatie van hoe die reorganisatie toen is gegaan.

Foto: FEB-decaan Han Van DisselFEB-decaan Han Van DisselDecaan Han van Dissel gaf het woensdag tijdens een speciale aflevering van Room for Discussion al aan: met reorganisaties moet je voorzichtig zijn, want voordat je het weet heb je er spijt van. ‘Het is voor mijn aantreden gebeurd, maar het is misschien een vergissing geweest dat de onderzoeksgroep History and Methodology of Economics (HME) werd opgeheven,’ zei hij woensdag. Bij die reorganisatie, die door betrokkenen werd opgevat als een ‘massaontslag’, moest miljoenen worden bezuinigd en werden tientallen banen opgeheven. ‘Het was mismanagement dat tot die reorganisatie leidde en om zoiets te voorkomen moet er veel meer transparantie en democratie komen,’ zei vanmiddag een nog steeds woedende Koen Vermeylen, docent macro-economie, tijdens een bijeenkomst in zaal M 1.01 van de FEB.

'Groot democratisch tekort'
‘Ik zou ontslagen worden bij de reorganisatie van de faculteit, maar ik ging in beroep en toen bleek dat mijn ontslag niet nodig was. Het was puur mismanagement dat mij de wacht werd aangezegd,’ zei Vermeylen gisteren. Het was opvallend dat die reorganisatie kennelijk nog steeds onderwerp van gesprek is onder medewerkers en leden van de facultaire ondernemingsraad. Maurice Koster van de sectie wiskundige economie: ‘Die reorganisatie toonde een groot democratisch tekort op onze faculteit: er waren verschillende secties niet vertegenwoordigd in het managementteam en de ondernemingsraad.’ De ondernemingsraad van de FEB heeft inmiddels een evaluatie gevraagd van de reorganisatie uit 2010/2011 om te voorkomen dat een dergelijke situatie zich opnieuw voor zou doen.

Docent wiskundige economie Maurice Koster. Docent wiskundige economie Maurice Koster.
Met als uitgangspunt ‘More Room for Discussion’ waren rond de honderd studenten en medewerkers van de FEB bijeengekomen om te praten over de gerezen problemen rond transparantie en medezeggenschap. Of aan de FEB, net als op sommige andere faculteiten, misschien een faculteitsraad zou moeten komen waarin zowel medewerkers als studenten zitting hebben, decaan Van Dissel zei dat hij voorstander zou zijn. ‘Ik heb er goede ervaringen mee in Rotterdam. Zo’n raad maakt van een faculteit veel meer een echte community.’ Leden van de studentenraad betwijfelden echter nut en noodzaak van zo’n gezamenlijke raad: ‘Samenwerking met de ondernemingsraad is cruciaal en belangrijk, maar één gezamenlijke raad is niet nodig. De belangen liggen daarvoor vaak te ver uiteen.’ Als voorbeeld werd het plan om de nakijktermijn van tentamens te bekorten genoemd. Voor studenten uiteraard prettig, maar docenten vrezen een haastklus. Koster: ‘We kunnen misschien sneller nakijken, maar het kan gevolgen hebben voor het soort tentamens dat je afneemt en kan gemakkelijk tot stress leiden bij docenten.’

Z-kwaliteit
Ook de verdeling onderzoek-onderwijs kwam aan de orde. Door verschillende aanwezigen werd het als een probleem ervaren dat er weinig onderzoektijd overblijft op een faculteit waar de studentenaantallen de afgelopen jaren steeds groeiden, maar waar het personeel – na de reorganisatie van vijf jaar geleden – fors is gekrompen. Te weinig tijd voor onderzoek en vooral doorbuffelen als docent, leidt tot frustratie bij veel docenten. Van Dissel: ‘De UvA heeft ervoor gekozen om een research-based universiteit te zijn. Excellent onderzoek kan dan leiden tot een full professoraat, excellent onderwijs niet per se.’ De aanwezige rector magnificus Dymph van den Boom suggereerde om te kijken of er niet meer flexibiliteit kan worden ingebouwd in de verdeling onderzoek-onderwijs. ‘De ene faculteit wil 50/50. De andere 80/20.’

De nadruk op research leidt ertoe dat de druk om te publiceren hoog blijft, maar net per se met het gewenste resultaat, merkte hoogleraar Wout Buitelaar op. Hij zei zich eraan te storen dat veel wetenschappers tegenwoordig ‘met hun rug naar de samenleving’ staan om dat ze zoveel tijd aan het publiceren moeten besteden. En het resultaat? ‘Ik zie in A-tijdschriften artikelen staan met een Z-kwaliteit.’