De Marokkaanse homo wordt vooral neergezet als een schepsel dat in staat is om een stukje onbehagen over de Marokkaanse cultuur weg te poetsen. Dat stelde schrijver Mohammed Benzakour gisteren in zijn Mosse-lezing met als titel 'HoMa: zwierige redder in nood'. De Mosse-lezing wordt ieder jaar georganiseerd door het Mosse Fonds ter bevordering van LGBT-studies aan de UvA.

In zijn lezing ging Benzakour in op hoe bekende Marokkanen de afgelopen jaren door de media zijn neergezet: als het personage Don Quichot uit de gelijknamige roman van Cervantes. De Marokkanen die we op tv zien zijn ridderlijk, poëtisch en kennen een zekere mate van zelfoverschatting. Denk bijvoorbeeld aan Ali B., Samir A. of Hafid Bouazza. Alleen zat er aanvankelijk wel een bittere nasmaak aan deze Marokkanen: hoe verhoudt hun achterlijke godsdienst, die vrouwen geen rechten geeft en homo's niet accepteert, zich tot de Nederlandse cultuur?

Met de komst van de HoMa (Marokkaanse homoseksueel) was er echter de hoop dat dit schepsel in staat was dit stukje onbehagen weg te poetsen. Het Westen accepteert immers de HoMa en kan zo de Marokkaanse cultuur eigen maken. Er is een verbeterde versie van Don Quichot opgekomen, 'eentje die het doet met zijn schildknaapje', aldus Benzakour. Het ultieme rolmodel is dressuurruiter Yessin Rahmouni, die ook nog eens vergezeld gaat van een paard.

 

Ordinaire atheïst
Benzakour stelde dat hij een dialoog of discussie tussen de gelovigen en de HoMa's tot nu toe heeft gemist. Ter afsluiting bracht hij daarom een fictief gesprek tussen een imam en een Marokkaanse homo ten gehore. Omdat hij naar eigen zeggen niet goed was in het doen van stemmetjes pakte hij uit een plastic tasje twee hoofddeksels om zo duidelijk te maken wie wanneer sprak. De fez was bedoeld voor de imam (al gaf Benzakour zelf toe dat het niet erg representatief was), de hippe hoed voor de HoMa.

 

Tijdens de dialoog was de HoMa van mening dat de natuur hem had gemaakt zoals hij was. De imam vond hem een ordinaire atheïst die geen waarde hechtte aan Gods woord. Uiteindelijk biggelde er een traantje over de wang van de imam, die niet opgewassen leek tegen de eruditie van de HoMa.

 

Na de lezing kon het publiek vragen stellen en leefden er wat discussies op, onder andere over waarom Benzakour het in zijn lezing helemaal niet had gehad over lesbische Marokkanen. Benzakour gaf te kennen dat de media meer gericht zijn op HoMa's en dat hij daardoor ook maar twee Marokkaanse lesbiennes kende. Er klonk enige verontwaardiging van vrouwen uit de zaal ('Dat betekent niet dat ze er niet zijn!') die Benzakours nadruk op mediarepresentaties niet helemaal begrepen hadden. De Marokkaanse lesbiennes bleven een punt van discussie; bij het verlaten van de zaal lieten verscheidene mensen aan elkaar weten hoeveel ze er kenden. 'Ik denk drie!' 'Nou, ik ken er wel zeven!'

 

Een ingekorte versie van Benzakours Mosse-lezing is aanstaande zaterdag in NRC Handelsblad te lezen.

Lees meer over