actueel

Toppers, tegenvallers en thuisblijvers bij NSK Atletiek

Sebastiaan van de Water,
2 juni 2014 - 11:44
De snelste student van allemaal is te laat. ‘Waar blijft Kaj?’ vraagt iemand. Een dag eerder had Kaj Emanuel nog de 100 meter sprint gewonnen op het NSK Baanatletiek. Maar op deze vrijdagochtend schittert de VU-student door afwezigheid. De series van de 200 meter staan op het punt van beginnen. De overige atleten hebben hun startpositie al ingenomen. Maar de baan gereserveerd voor de winnaar van de 100 meter is leeg. ‘Kaj slaapt nog,’ roept een ander.

Je ziet het voor je: de kampioen van de meest prestigieuze atletiekdiscipline, die de ochtend na het vieren van zijn overwinning nog in bed ligt, halfwakker naar de klok kijkt en zich lachend realiseert dat de mindere goden alweer op de baan staan voor die lelijke afstand met een bocht erin. De inferieure 200 meter.

De organisatie bevestigt even later dat Kaj zich afgemeld heeft. Een klap voor zijn concurrenten. Niets is mooier voor een 200 meter loper dan om de arrogante winnaar van de 100 meter te laten zien wie echt de snelste is. Want de 100 meter mag dan de glamour hebben, op de 200 meter ligt de gemiddelde snelheid feitelijk hoger.

Bedrijvigheid
Terwijl de zeven sprinters teleurgesteld op het startschot wachten, is de rest van het zonovergoten Olympisch Stadion een broedplaats van bedrijvigheid. Kogelstoters bulderen, polsstokspringers vallen en een vrijwilliger harkt de zandbak aan waar een verspringster zojuist haar sporen heeft achtergelaten.

Speerwerper Thomas Speerwerper Thomas van Ophem

Het middenveld behoort toe aan de speerwerpers. Ze gooien gaten in het veld waar ooit Johan Cruijff en Dennis Bergkamp furore maakten. De langste speerwerper is Thomas van Ophem, student informatica aan de UvA. Bij de junioren gold hij als talent. Nu is hij 21 en bezig met een comeback. ‘Drie jaar lang ben ik geblesseerd geweest. Mijn rug, mijn enkel, mijn schouders. Allemaal door het speerwerpen. Ik overwoog vorig jaar om te stoppen.’ Thomas besloot door te gaan. Hij wisselde van trainer en nam rust. Nu traint hij weer, en veel ook: zes dagen per week.

Het persoonlijk record van Thomas ligt op 65 meter. Iets waar veel van de andere deelnemers alleen maar van kunnen dromen. ‘Interessante aanloop,’ zegt Thomas cynisch terwijl een jongen houterig voorbij huppelt en zijn speer werpt. 25 meter. Dat gooide Thomas ook, toen hij dertien jaar oud was en voor het eerst een speer in zijn handen had. Nu komt hij met zijn eerste worp tot 63 meter.

Nameten
Het is lange tijd de beste worp. Totdat ene Wart uit Nijmegen een halve meter verder gooit. In de laatste ronde gooit Wart zelfs zeventig meter. Thomas maalt er niet om. Zegt hij. 'Dit toernooi is voor mij totaal niet belangrijk. Puur een warming-up voor het echte NK. Daar wil ik bij de top vijf eindigen.’ Even later verraadt hij toch zijn competitieve karakter. ‘Ze moeten het nog maar even gaan nameten. Want of die worp wel echt 70 meter was betwijfel ik.’
Lees meer over