Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
De directeur van sportcentrum van de VU ziet vooralsnog niets in een volledige fusie van alle studentensportorganisaties in Amsterdam, zoals vorige week werd bepleit door USC-directeur Theo van Uden. ‘We werken toch al samen?’

Het idee van USC-directeur Theo van Uden om alle studentensportorganisaties in Amsterdam te laten fuseren en er één gezamenlijke organisatie van te maken lijkt een mooi plan, maar de directeur van het Sportcentrum VU Jan Snellen ziet dat niet zomaar zitten. ‘Als alle vier de instellingen voor hoger onderwijs en wetenschap in Amsterdam daaraan zouden meebetalen, dan zou het misschien kunnen. Maar dat is tot nu toe niet het geval. Daar zou dan eerst door de collegebesturen over moeten worden gepraat.’ Van Uden opperde het plan vorige week in zijn USC beleidsnota 2014-2019.

In Amsterdam zijn twee algemene universitaire sportcentra, namelijk het USC van de UvA en het VU Sportcentrum van de VU. Die worden beide door de colleges van bestuur van respectievelijk UvA en VU gesubsidieerd. Inholland en de HvA hebben geen eigen algemeen sportcentrum. De HvA heeft daarom een gebruiksovereenkomst met het USC. Daardoor kunnen HvA-studenten voor dezelfde prijs als UvA-studenten gebruik maken van de sportfaciliteiten van het USC.

‘Iets dergelijks geldt niet bij de VU,' stelt Snellen. 'Studenten van HvA of Inholland of elke andere hbo-instelling zijn 25 procent duurder uit bij ons dan universitaire studenten,' zegt hij. 'Als directeuren van de Nederlandse universitaire sportcentra hebben wij ooit afgesproken onderling elkaars studenten te accepteren, maar hbo-studenten zijn van die afspraak uitgesloten tenzij men – zoals bij UvA en HvA – een gebruiksovereenkomsten heeft afgesloten. Er zouden in het plan van Van Uden dus ook nieuwe prijsafspraken moeten worden gemaakt. ’

Snellen vreest overigens dat zo’n grote fusie tot logistieke en financiële problemen voor studenten zal leiden. De gedachte is dat sporten dan geconcentreerd zouden kunnen worden op de ene of op de andere locatie met reizen tot gevolg. Snellen: ‘Het klinkt aardig, maar wie op Science Park woont gaat niet sporten in Buitenveldert of andersom.’