De nieuwe maatregelen om de doorstroom van het mbo naar het hbo te beperken zijn volstrekt ontoereikend. Dat schrijft de Vereniging Hogescholen vandaag in een brief aan de Tweede Kamer. Volgens de belangenvereniging worden met de maatregelen de uitvalproblemen in het hoger onderwijs niet aangepakt.

Vorige week kondigde minister van onderwijs Bussemaker nieuwe eisen aan, waardoor mbo’ers niet meer automatisch kunnen doorstromen naar iedere hbo-opleiding. Met de maatregel wil minister Bussemaker de hoge uitval onder deze groep aanpakken. Van de dertig duizend mbo-doorstromers, haakt zo’n 25 procent in het eerste jaar af. Vanaf 2015 wil Bussemaker daarom voor zeven zogenaamde doorstroomroutes strengere eisen invoeren. Studenten met een mbo-diploma die zo’n route toch willen volgen, moeten zich eerst laten bijscholen.

Volgens voorzitter van de Vereniging Hogescholen Thom de Graaf gaan de maatregelen van Bussemaker echter niet ver genoeg. Slechts bij zeven van de tachtig doorstroomroutes worden de nieuwe eisen gesteld, waardoor maar vijftienhonderd van de dertig duizend instromers ermee te maken krijgt. ‘Met deze maatregel blijft de situatie bestaan dat teveel mbo-studenten op een verkeerde hbo-opleiding terecht komen waardoor het uitvalpercentage hoog blijft’, aldus De Graaf in een persbericht van de vereniging.

In de brief roept de vereniging de Kamerleden daarom op de maatregelen uit breiden. Ze stelt voor eisen in te voeren voor alle hbo-studies waarbij de uitval twintig procent of hoger is. De Graaf: ‘In dat geval zouden zo’n zesduizend mbo-studenten met instroomeisen te maken krijgen. Afgezet tegen de zevenduizend mbo-uitvallers per jaar heb je dan de grootste groep te pakken.’