Na jaren dromen van een leven als schrijver besloot de van oorsprong Duitse UvA-student comparative literature Peter Schimke (26) vorig jaar de daad bij het woord te voegen. Na een zomer van fulltime schrijverschap en een jaar bijschaven, ligt Beyond Blue nu in de winkel. Overigens blijft Schimke daar vrij nuchter over. ‘Niemand zit op dit boek te wachten.’

Amsterdam wemelt van de jonge schrijvers. De een weliswaar succesvoller dan de ander, maar toch. Hoe onderscheid jij je?
‘Zijn er zo veel jonge schrijvers in Amsterdam? Dat wist ik helemaal niet. Eigenlijk houd ik me daar ook niet mee bezig. In feite zit er natuurlijk niemand op dit boek te wachten, dat weet ik. Maar goed, ik wil echt schrijver worden, dus dan moet ik mijn schrijverschap in elk geval een kans geven.’

Waar gaat je boek over?
‘Het boek vertelt het verhaal van Quinn, een jongen die alles achter zich laat en naar Tokio verhuist. Daar raakt hij verzeild in het nachtleven en de jazzscene. Al snel gaat hij steeds meer op in deze parallelle wereld en kan hij werkelijkheid en verbeelding nauwelijks meer van elkaar scheiden.’

Waar haalde je de inspiratie vandaan voor dit boek?
‘Het boek is gebaseerd op een kort verhaal dat ik al eerder had geschreven. Mijn docent aan het Amsterdam University College, waar ik een bachelor Humanities volgde, is degene die mij heeft aangemoedigd door te gaan met schrijven. Hij had dit korte verhaal gelezen en stelde voor dat ik er een boek van zou maken.’

Maar is dat korte verhaal ook ergens op gebaseerd?
‘Ja natuurlijk. Om te beginnen heb ik een enorme fascinatie voor verschillende percepties van de werkelijkheid. Daarnaast houd ik  veel van jazz. Ik heb veel onderzoek gedaan naar hoe je jazz kunt verwerken in een verhaal. Jazz is een hele spontane muziekstijl. Dat impulsieve zie je ook terug in mijn verhaal. De reden bijvoorbeeld dat Quinn naar Japan gaat is heel irrationeel: het is meer een gevoel dat gebaseerd is op één liedje. Inderdaad: een jazzliedje.’

En Tokio?
‘Het verhaal dat ik wilde schrijven moest zich afspelen in een grote stad. Ik heb zelf een tijd in Japan gewoond. De stad leende zich bovendien goed voor een roman.’

Evenals de hoofdpersoon houd jij ook van jazz en heb ook jij in Japan gewoond. In hoeverre is je boek autobiografisch?
(Lacht): ‘Ik wist dat je deze vraag ging stellen. Het antwoord luidt: niet. Ik heb inderdaad in Japan gewoond, maar niet in Tokio. Ik heb gewoond in Hiroshima. Eigenlijk zijn Japan en de liefde voor jazz de enige overeenkomsten tussen mij en Quinn. Voor de rest is hij heel anders dan ik, hij maakt heel veel irrationele beslissingen en is vrij naïef. Hierdoor raakt hij voortdurend in allerlei vreemde situaties verzeild. Dat maakt zijn leven ook veel spannender dan het mijne.’

Duits is je moedertaal, maar je hebt het boek in het Engels geschreven. Waarom?
‘Ik spreek al zeven jaar elke dag Engels omdat ik al zeven jaar niet meer in Duitsland woon. Het voelde logisch om het boek in het Engels te schrijven.’

Zonder contacten in de uitgeverswereld is het niet zo makkelijk om een boek gepubliceerd te krijgen. Kende jij mensen in die wereld?
‘Nee. En dat was inderdaad heel lastig. Ik heb mijn boek naar een heleboel uitgeverijen gestuurd, maar overal kreeg ik afwijzingen. Heel logisch, want je geeft niet zomer een boek uit een van een onbekende auteur. Maar het was wel frustrerend. Eind februari was er gelukkig wel een kleine uitgeverij die met me in zee wilde.’

Je hebt altijd al schrijver willen worden. Wat als je straks slechte recensies krijgt?
‘Dan zal ik een beter boek moeten schrijven. Ik ben al met een volgend boek bezig. Dit keer speelt het verhaal zich af in Berlijn. Ik schrijf het ook in het Duits. Na een Engelstalig boek leek het schrijven in mijn moedertaal me een uitdaging.’