Wat vinden Amsterdammers van hun eigen stad? Hoe is de wijk waar zij zijn opgegroeid veranderd? En wat weten andere mensen niet van hun buurt?
‘Je leeft hier in de geschiedenis’
‘Wat Slotermeer Amsterdams maakt? Multiculturaliteit. Je vindt hier mensen van allerlei achtergronden. Die diversiteit brengt een levendige, energieke sfeer met zich mee. Tegelijkertijd kan die levendigheid soms wat chaotisch aanvoelen. Hier is altijd wat te beleven.’
‘Toch heb ik de buurt in de loop der jaren zien veranderen. Van de ooit bruisende markt op plein ‘40 - ‘45 is weinig overgebleven, en gentrificatie is duidelijk merkbaar. Steeds meer nieuwe bewoners uit de middenklasse trekken naar de wijk en vinden hier hun plek. Door die veranderende dynamiek voelt de buurt misschien wat minder levendig, maar wel veiliger. De vervallen gebouwen en leegstaande panden van vroeger zijn grotendeels verdwenen.’
‘Wat veel mensen niet weten is dat Slotermeer een bijzondere historische lading met zich meedraagt. Straten en pleinen zijn vernoemd naar verzetsstrijders uit de Tweede Wereldoorlog. Dat sentiment is bij mij altijd blijven hangen: Je leeft hier toch een beetje in de geschiedenis.’
‘Mijn herinneringen aan de wijk zijn bitterzoet. Ik heb een fijne jeugd gehad, maar er heerst ook armoede, en af en toe zijn er incidenten: een brandende auto, een schietpartij. Zulke beelden blijven vaak hangen bij buitenstaanders, alsof het hier het ‘Wilde Westen’ is, maar dat valt allemaal echt wel mee.’
‘Dat rauwe randje mis je hier een beetje’
‘Wat Watergraafsmeer Amsterdams maakt? Eigenlijk niet zo veel. Het is net een dorp. Je vindt er alles wat je nodig hebt, maar het blijft een kleine bubbel midden in de stad. Vroeger werd Watergraafsmeer gezien als het randje van Amsterdam, nu is het een gewilde buurt. Neem de Middenweg: hippe cafés, boetiekjes, een pilatesstudio. De sfeer is behoorlijk verzacht. Er wonen nu veel expats en jonge gezinnen.’
‘Voor mij was het een ideale plek om op te groeien: veilig, overzichtelijk. Wat me altijd is bijgebleven, is het jaarlijkse Bredewegfestival. Dan schoof de hele buurt aan lange tafels, speelden kinderen op straat en raakten buren in gesprek. Dat typeert voor mij Watergraafsmeer.’
‘Tegenwoordig kom ik er minder. Mijn ouders wonen er nog, maar met vrienden spreek ik liever in het centrum af. Daar is meer reuring. Dat rauwe randje mis je hier een beetje. Maar dat is waarom mensen er graag wonen: de rust, de ruimte, het park om de hoek. En tegelijkertijd ben je zo op de Dappermarkt of in het centrum, dat wordt hier gewaardeerd.’
‘Ik kan mij niet voorstellen om ergens anders opgegroeid te zijn’
‘Wat de Rivierenbuurt Amsterdams maakt? Vooral het Joodse karakter. In de jaren dertig kwamen veel Joodse mensen uit Duitsland hierheen. Dat merk je nog steeds in het straatbeeld.’
‘Zo woonde Anne Frank hier een tijd. Ze kocht haar dagboeken bij boekhandel Jimmink, waar ik later ook mijn schriftjes haalde. En op het Merwedeplein, bij haar standbeeld, gingen we elk jaar naar de dodenherdenking. Daardoor voelde ik me altijd een beetje met haar verbonden.’
‘Ik kom nog steeds graag in de Rivierenbuurt. Het is er rustig en gezellig, een plek waar je even aan de drukte van de stad ontsnapt. Als ik naar mijn werk in Buitenveldert ga, neem ik bewust de bus langs het Europaplein. Dan kijk ik uit het raam en voel ik altijd even een moment van nostalgie. Helaas zijn de huizen inmiddels onbetaalbaar. Vroeger was de buurt toegankelijker en gemengder.’
‘En ja, de buurt is soms wat saai en degelijk, maar dat heeft ook zijn charme. In Noord, waar ik nu woon, ervaar ik vaak geluidsoverlast. Dat heb je hier niet. Ik kan mij ook niet voorstellen om ergens anders opgegroeid te zijn, deze buurt voelt vertrouwd.’