Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Foto: Engin Akyurt (Unsplash)
actueel

Iets meer geld, een lagere lat: hoe komt het onderwijs uit de coronacrisis?

Maureen Blankestijn,
20 mei 2021 - 14:01

Deze week gingen de eindexamens voor middelbare scholieren van start na een jaar online onderwijs. Hoe gaat het middelbaar en hoger onderwijs om met opgelopen achterstanden? ‘Het water stond veel onderwijsinstellingen voor de coronacrisis al aan de lippen. Nu komt de golf van de opgelopen achterstanden daarbij.’ 

De centrale eindexamens zijn dit jaar van start gegaan met verruimde mogelijkheden vanwege de coronacrisis. De scholieren mogen één heel vak wegstrepen, hun examens in drie verschillende tijdvakken maken en daarbij krijgen de scholieren dit jaar een extra herkansing.

 

De nieuwe regelingen zijn een schoolvoorbeeld van onderwijsbeleid tijdens de coronacrisis: doorstroom bevorderen, zegt Remmert Daas, onderzoeker en docent onderwijskunde aan de UvA. ‘Stel je voor: het onderwijs is als een hardloopwedstrijd, dan hebben we met elkaar afgesproken binnen welke tijd alle leerlingen en studenten de finish moeten halen. Als je niet op tijd binnen bent, moet je de race opnieuw lopen. Tijdens de coronacrisis hebben we leerlingen langer de tijd gegeven en zo kunnen kinderen die langzamer lopen, toch de finish halen.’

Foto: Tirzah Schnater
Remmert Daas

Goede doorstroom in het onderwijs is cruciaal, legt Daas uit. ‘Zouden we dit niet doen, dan loopt het systeem spaak. Dan ontstaat opstopping in alle jaarlagen omdat het systeem niet is ingericht op grotere aantallen. Dan gaat de kwaliteit van het onderwijs omlaag.’

 

Coronadiploma

Het lager leggen van de lat gaat gepaard met risico’s. Daas: ‘Het gemiddelde van de doorgestroomde leerlingen ligt nu lager. Dat is een feit, want we hebben ‘langzamere’ leerlingen laten doorstromen, ook naar de universiteit. Of dit een significant verschil is, dat moet blijken. Maar dit is deel van het trilemma waar onderwijs altijd mee te maken heeft: je wil doelmatig, toegankelijk en hoge kwaliteit van onderwijs, maar je moet altijd schipperen tussen die drie.’

 

Zo zijn er door de verlaagde lat begrijpelijke zorgen over de onderwijskwaliteit, vertelt Daas. ‘Vorig jaar hoorde ik dat sommige eindexamenleerlingen zich af vroegen of ze wel een ‘echt’ vwo-diploma hadden en niet een diploma met een smetje, omdat de exameneisen aangepast waren. Dat geeft ook het dilemma aan: je wil leerlingen gezien de omstandigheden tegemoet komen, maar ze verdienen ook een volwaardig diploma.’

‘Vorig jaar hoorde ik dat sommige eindexamenleerlingen zich afvroegen of ze wel een ‘echt’ vwo-diploma hadden’

Bsa opgeschort

Uit het jaarlijkse rapport van de onderwijsinspectie dat vorige maand verscheen blijkt dat, terwijl de achterstanden in het basis- en middelbaar onderwijs tijdens de crisis opliepen, er op de universiteit minder aan de hand is. De toegankelijkheid en de kwaliteit van het hoger onderwijs staan niet onder druk, meldt het rapport. Iedereen die wil, kan nu naar de universiteit en de kwaliteit van het onderwijs is nagenoeg gelijk gebleven, luidt de conclusie. Onderzoek van onder andere DiversityTalks onder ruim negenhonderd studenten van de faculteit natuurkunde, wiskunde en informatiekunde aan de UvA liet daarentegen zien dat volgens de studenten zowel hun motivatie als de onderwijskwaliteit was verslechterd sinds de coronacrisis. 

 

De UvA laat weten zich ondanks het online onderwijs, net als de inspectie, geen zorgen te maken om een afname in kwaliteit of de angst te hebben dat een diploma minder waard is. ‘Op de UvA hebben we niks veranderd aan de toetsing, dus ook niks veranderd aan de waarde van het diploma. Het enige wat we wel hebben gedaan is het bsa tijdelijk opschorten, maar uiteindelijk moeten alle studenten hetzelfde aantal studiepunten halen voor een diploma’, aldus een woordvoerder van de UvA.

‘De onderwijsinspectie stelt dat, terwijl achterstanden in het basis- en middelbaar onderwijs opliepen, er op de universiteit minder aan de hand is’

Meer ongelijkheid

Daas uit wel zijn zorgen over de kansengelijkheid in het onderwijs op de lange termijn, ook op de universiteit. ‘Uit alle onderzoeken die ik hierover de afgelopen tijd heb zien verschijnen, blijkt dat leerlingen uit kansarmere gezinnen, met lager opgeleide ouders of een lagere sociaaleconomische status, meer te lijden hebben gehad onder de maatregelen. Dat betekent dat de coronacrisis de ongelijkheden die er al waren hoogstwaarschijnlijk verder vergroot heeft.’

 

Andere zorgen over de langetermijneffecten komen voort uit het feit dat toegankelijkheid complex is om goed in kaart te brengen. Daas: ‘Als we het hebben over kansenongelijkheid hebben we het vaak over de groep leerlingen die wél op de universiteit hoort, maar er niet komt. Om redenen die buiten henzelf liggen, komen ze toch niet op de universiteit terecht. Maar het is daarmee ook een lastige groep om te onderzoeken, juist omdat je ze niet tegenkomt als je onderzoek doet naar de studenten op de universiteit. Hier ligt dus wel een uitdaging voor beleid de komende jaren, om ook die studenten de kans te geven om te laten zien dat ze wel de capaciteiten hebben.’

17 miljoen subsidie 

Roos Eggers, betrokken bij het Centrale Crisisteam Onderwijs van de UvA dat in maart werd ingesteld, vertelt meer over het toegankelijkheidsbeleid van de UvA voor de studenten die er wel terecht komen. Vanuit het nationale programma onderwijs (NPO) krijgt de UvA ongeveer 17 miljoen euro om te investeren in het bewaken van de toegankelijkheid en het kwaliteitsniveau van het onderwijs in tijden van corona, vertelt Eggers.

‘De beste manier om de crisis het hoofd te bieden: zo snel mogelijk meer goede docenten voor de klas krijgen. Maar daar was al een tekort aan’

‘We zijn in het beleid momenteel bezig met de kortetermijneffecten van de crisis. Met die 17 miljoen euro willen we na de zomer eerstejaarsstudenten en de tweedejaarsstudenten die mogelijk nadelige gevolgen van de crisis hebben ondervonden extra begeleiding, zowel persoonlijk als studiegericht, en bijspijkercursussen aanbieden voor bijvoorbeeld wiskunde en academisch schrijven. Daarnaast willen met het geld de groei van de studentenaantallen opvangen door onder andere meer docenten en studieadviseurs aan te stellen.’ Ook wil de UvA het geld inzetten voor meer sociale activiteiten voor studenten en promovendi, om hun welzijn te verbeteren. Eggers: ‘Hopelijk leren de studenten elkaar beter kennen en kunnen we zo werken aan community building.’

 

Voor nu lijken de kortetermijngevolgen van de onderwijscrisis ondervangen door meer geld en een lagere lat, zoals het tijdelijk opschorten van bsa en verruimde mogelijkheden bij de eindexamens. Toch blijven er redenen tot zorg. Het water stond veel onderwijsinstellingen voor de coronacrisis al aan de lippen en nu komt de golf van de opgelopen achterstanden daarbij. Daas: ‘Het is echt heel ongelukkig dat deze crisis zich nu afspeelt, want de beste manier om deze crisis het hoofd te bieden is door zo snel mogelijk meer goede docenten voor de klas te krijgen.’ En daar legt Daas de vinger op de zere plek: daar was al een tekort aan.

 

De toekomst zal uitwijzen of we momenteel aan het begin of het eind staan van de onderwijscrisis. Eggers: ‘Het is belangrijk dat onderzoek hiernaar op de agenda staat, ook voor de basis van het beleid van de UvA.’ Daarnaast is het onderzoek dat scholen zelf verrichten naar de achterstanden cruciaal, vindt Daas. ‘Het is noodzakelijk dat scholen in beeld brengen wie welke achterstanden heeft opgelopen, zodat zij hier effectief mee aan de slag kunnen.’