Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Foto: Teska Overbeeke (UvA)
actueel

UvA grijpt al acht jaar naast de Spinozaprijs

Dirk Wolthekker,
30 juni 2020 - 11:23

En weer grijpt de UvA naast de wetenschappelijke hoofdprijs: de Spinozapremie, de jaarlijkse hoofdprijs voor de Nederlandse wetenschap, ging voor de achtste keer op rij aan de neus van de UvA voorbij. Wat is er aan de hand met de universiteit die zich graag profileert als ‘onderzoeksintensief’?

Wie weet nog wanneer een UvA-wetenschapper voor de laatste keer de Spinozapremie kreeg toegekend? Er zullen ongetwijfeld wat antropologen of andere sociaalwetenschappers zijn die het nog weten, maar dan vooral omdat de laatste UvA-winnaar hoogleraar antropologie van het lichaam Annemarie Mol was. In 2012 won ze de Spinozapremie, de jaarlijkse hoofdprijs van de wetenschap, toegekend door de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), voor haar baanbrekende onderzoek, waarin ze antropologie combineert met filosofie, medische sociologie, wetenschapssociologie en sociale theorie. Het klinkt heel origineel en voldoet bovendien aan het academische mantra van de interdisciplinariteit. Ze kreeg er tweeënhalf miljoen euro voor om haar onderzoek voort te zetten en internationaal uit te bouwen.

Foto: Dirk Gillissen
Han van der Maas

Lobby

Jaarlijks worden er maximaal vier van deze Spinozapremies toegekend, uiteraard alleen aan de absolute top van de wetenschap. De premie geldt niet voor niets als de Nederlandse Nobelprijs. Maar sinds de toekenning aan Mol is het aan de UvA doodstil geworden rond de Spinozapremie. Het verbaast hoogleraar psychologische methodenleer Han van der Maas helemaal niets. De UvA maakt er ook helemaal geen werk van om die premie binnen te halen, meent hij. ‘Er wordt vanuit de UvA nauwelijks voor gelobbyd. Andere universiteiten hebben een speciale afdeling die probeert invloed uit te oefenen op de besluitvorming. Aan de UvA heeft dat kennelijk geen prioriteit.’

 

Dat er aan de UvA geen toponderzoekers zouden zijn die voor de premie in aanmerking komen is volgens Van der Maas flauwekul. ‘Alleen al op mijn afdeling psychologie kan ik zo drie of vier namen noemen van onderzoekers die de prijs verdienen, omdat ze gewoon heel goed zijn. Namen kan ik niet noemen, want het hele proces is omgeven door geheimzinnigheid.’ Volgens hem is het toekennen van de premie ‘totale willekeur,’ de hele premie is ‘dikke onzin en onbeslisbaar, blijkbaar is het een leuke manier om feestjes te vieren’. De eerlijkste manier om discriminatie en ongelijkheid tegen te gaan, is loten voor studie, huizen en banen, betoogde hij onlangs in de Volkskrant. ‘Voeg daar de Spinozapremie en al die andere prijzen maar aan toe,’ zegt hij nu. Maar toch: ‘Als je eraan mee wilt doen, doe het dan ook goed.’

Foto: Dirk Gillissen
Agneta Fischer

Tot 2012 waren de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen (FMG), de Faculteit der Geesteswetenschappen (FGw), maar vooral de Faculteit der Natuurkunde, Wiskunde en Informatica (FNWI) de leveranciers van UvA-Spinozapremies. Vanaf 1995, het eerste jaar dat NWO de premies uitreikte, zijn er aan de UvA in totaal twaalf premies aan UvA-wetenschappers uitgereikt. Van die twaalf gingen er twee naar de FMG, één naar de FGw en maar liefst negen naar de bètafaculteit (FNWI), waar onder meer Robbert Dijkgraaf in 2003 een premie in de wacht sleepte.

 

Mailbox

‘Wij dragen wel wetenschappers voor bij het UvA-bestuur, maar wat er met de facultaire voordracht gebeurt zodra die in het Maagdenhuis belandt, weet ik niet, feedback komt er niet,’ zegt FMG-decaan Agneta Fischer. ‘Eerlijk gezegd weet ik niet wat er mis gaat.’ Het UvA-bestuur moet een of meer facultaire kandidaten doorsturen naar NWO en dan afwachten of er een prijswinnaar uitrolt. ‘Meestal komen onze kandidaten niet verder dan de mailbox van de rector magnificus, maar ook dat weet ik niet. Wat er daarna gebeurt is voor mij een zwart gat,’ zegt Fischer. De hele verkiezing is volgens haar ‘behoorlijk subjectief’, want het gaat om een keuze ‘uit onvergelijkbaar onderzoek’. Ook Fischer denkt niet dat het om gebrek aan kwaliteit gaat, want haar kandidaten zijn van hoog niveau. Ze spreekt van ‘toppers’. Ze bedoelt wetenschappers die ‘grote subsidies’ in de wacht slepen en van wie het onderzoek ‘een zeer hoge wetenschappelijke kwaliteit heeft’.

Foto: Dirk Gillissen
Peter van Tienderen

Haar collega Peter van Tienderen, decaan van de FNWI, weet ook niet precies wat er aan de hand is, temeer daar de bètafaculteit eerder zo’n prominent leverancier was van de Spinozapremie. Dat de UvA niet genoeg zou lobbyen om de prijs in de wacht te slepen, zegt hij niet. Hij zegt wel subtiel: ‘Wellicht moeten we informeel meer aandacht geven aan de vraag of een kandidatuur ook door andere partijen [dan de UvA] wordt ondersteund.’ Van Tienderen is er trouwens van overtuigd ‘dat we in Nederland hele goede wetenschappers hebben, ook zonder Spinoza.’ Dat zou volgens hem blijken uit het grote aantal toekenningen die de UvA binnenhaalt in Europees verband (ERC-toekenningen) en via andere NWO-kanalen zoals de zogenoemde Zwaartekracht-subsidies.

 

'Zorgvuldige selectie'

Wat zegt de NWO-toekenningscommissie over het toekennen of onthouden van de Spinozapremies aan universiteiten, in het bijzonder aan de UvA. Er zaten dit jaar twaalf buitenlandse topwetenschappers in van instituten als Harvard en Cambridge. Aafke Hulk, emeritus hoogleraar Frans taalkunde en eerder ook decaan van de Faculteit der Geesteswetenschappen van de UvA, was technisch voorzitter (evenals vorig jaar). De commissieleden treden niet naar buiten, ook Hulk niet. Een woordvoerder van NWO laat weten dat Hulk niet naar buiten kan treden vanwege haar onafhankelijke rol als commissielid en dat de beleidsmatige keuzes rond 'de inrichting van de Spinozapremie' bij het NWO-bestuur liggen. NWO-voorzitter Stan Gielen wil wel wat vragen beantwoorden rond de Spinozapremie-procedure.

 

Volgens Gielen zijn de commissieleden ‘zorgvuldig geselecteerd op deskundigheid en ervaring en op het ontbreken van belangenverstrengeling’. Gielen zegt dat juist om die reden de commissie wordt samengesteld ‘uit buitenlanders en in het buitenland werkzame Nederlandse wetenschappers’ Hoe de commissie exact tot een oordeel komt aan wie de premie wordt toegekend blijft ongewis. Gielen: ‘Het is aan de commissie zelf om haar werkwijze te bepalen binnen de criteria voor toekenning van de premies zoals die door NWO zijn gesteld. De commissie heeft ruimte om de criteria te wegen. Tot dusver is de Spinozapremie-commissies er altijd in geslaagd om tot unanieme voordrachten te komen.’

‘Eén van de mogelijke verklaringen is dat als we kandidaten met een meer interdisciplinair profiel voordragen deze minder kans lijken te maken bij NWO’

Mismatch

Tijd voor het commentaar van de teleurgestelde UvA, meer in het bijzonder de afdeling Academische Zaken, waar samen met de rector magnificus wordt gekeken welke facultaire voorstellen er worden ‘doorgestuurd’ naar NWO om mee te dingen naar een van de Spinozapremies. Er zit overigens een hele adviescommissie omheen die de rector adviseert. Namens Academische Zaken reageert Niek Brunsveld. Hij vermoedt een mogelijke mismatch tussen wat NWO verwacht en wat de UvA voordraagt. ‘Eén van de mogelijke verklaringen is dat als we kandidaten met een meer interdisciplinair profiel voordragen deze minder kans lijken te maken bij NWO, terwijl deze wetenschappers in Europa (ERC) juist wél heel kansrijk blijken. Dit zou kunnen komen doordat de [door NWO] geraadpleegde reviewers vaak uit een monodisciplinair vakgebied komen en daarom een interdisciplinair werkende wetenschapper niet de topper in hun veld vinden. We hopen binnenkort van NWO te horen of er wel UvA-genomineerden op de shortlist zijn gezet. Dat geeft ons dan goede indicatie voor de komende jaren.’

 

Brunsveld zegt wel dat de UvA de afgelopen jaren veel andere grote prijzen in de wacht heeft gesleept waarin vergelijkbare bedragen omgaan. ‘Juist omdat we in vergelijking met de collega-universiteiten in Nederland bovenmatig veel ERC-laureaten hebben, heeft het ons best verbaasd dat we nu al een tijd geen Spinoza-laureaten meer hebben gehad.’

Intussen woedt in de wetenschappelijke wereld een discussie over het belang van grote en prestigieuze prijzen, zoals de Spinozapremie en de Stevinpremie. Die laatste premie wordt sinds 2018 uitgereikt en bedraagt ook tweeënhalf miljoen euro. De Stevinpremie wordt, anders dan de Spinozapremie, uitgereikt aan een (team van) onderzoeker(s) voor een bijzonder succes dat is behaald in de kennisvalorisatie, het overbrengen van kennis naar de samenleving. De premie ging tot nu toe nog geen een keer naar de UvA. NWO-voorzitter Gielen daarover: ‘Grote prijzen zijn niet alleen belangrijk voor het prestige van de prijswinnaars, maar ook van groot belang voor het maatschappelijk prestige van de wetenschap in den brede. Ze zijn aanleiding om de fascinatie voor en het maatschappelijk belang van wetenschappelijk onderzoek onder de aandacht te brengen van een breed publiek.’