Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Foto: Science in HD (cc, via Unsplash)
actueel

‘Door een perverse druk om te publiceren verliest onderzoek zijn integriteit’

Sanne Mariani,
18 februari 2020 - 08:55

Wetenschappelijk onderzoek is in gevaar door publicatiedruk, competitie en een gebrek aan geld. Fenneke Wekker, UvA-onderzoeker politieke sociologie en hoofd Academische Zaken bij het Nederlands Instituut voor Geavanceerde Studie (NIAS) modereert vandaag een publiek debat in Spui25 over het ‘onthaasten’ van de wetenschap.

Waarom hebben we slow science nodig?

‘Omdat het tijd kost om onderzoek te doen. Onderzoek zou gestuurd moeten worden door nieuwsgierigheid, en nieuwsgierigheid ontstaat als er tijd en ruimte is om na te denken, te verkennen en te vertragen. Maar nu krijgen resultaten, door een soort perverse druk om te publiceren, geen kans om langer te rijpen of een plek te vinden binnen de context van de maatschappij. De kern van de wetenschap is reflecteren, nadenken, herzien. Als wetenschappers dit niet meer doen, wie doet het dan? We moeten onszelf afvragen: is dit waar de universiteit voor is uitgevonden? En het probleem speelt niet alleen aan de UvA, het is een wereldwijd probleem.’

Foto: Tim Visser
Fenneke Wekker

Hoe is dat ontstaan, die druk om te publiceren?

‘Het gaat nu om je impactfactor als onderzoeker; hoe vaak je publiceert en hoe vaak je artikelen worden geciteerd. Wetenschappers schrijven daarom ook steeds minder boeken, en dat terwijl een boek juist een goed middel is om een onderzoek uitgebreid te onderbouwen. Ik ken wetenschappers die cum laude gepromoveerd zijn met een boek als proefschrift, maar vervolgens niet hogerop konden komen binnen een afdeling door een gebrek aan publicaties. Daarbovenop is de impactfactor ook nog eens vaak doorslaggevend voor het wel of niet ontvangen van een beurs. Zelfs de plek van de UvA als universiteit op de wereldranglijsten wordt mede bepaald door de aantallen publicaties van haar academici.’

‘Wetenschappers komen gestrest uit hun onderzoek, en depressies en burn-outs onder promovendi komen vaak voor’

Wat heeft dit voor gevolgen, dat streven naar zoveel mogelijk citaties en publicaties?

‘Het maakt eigenlijk dat iedereen zichzelf over de kop werkt. Wetenschappers komen nu vaak gestrest uit hun onderzoek, depressies en burn-outs onder promovendi komen vaak voor. De competitie om te kunnen publiceren is groot en bevindingen worden niet meer gedeeld. Als je een wetenschappelijk artikel schrijft, zeg zevenduizend woorden, dan duurt het ongeveer anderhalf tot twee jaar tot publicatie.’

 

En tegen die tijd zijn de resultaten alweer verouderd?

‘Klopt. Op die manier wordt het moeilijk om direct voort te bouwen op elkaars bevindingen. Op het moment van publicatie zijn niet alleen de resultaten verouderd, ze zijn ondertussen niet gedeeld met collega’s. In de ergste gevallen zie je dan dat wetenschappers data gaan fabriceren, om maar snel en veel te kunnen publiceren. Hierdoor komt de academische integriteit in gevaar.’

‘Een onderzoek waarin gezegd wordt ‘we dachten dit, maar dat blijkt toch niet zo’, is niet spannend genoeg voor publicatie’

Hoe kan het dat het zo lang duurt om te kunnen publiceren?

‘Wetenschappelijke tijdschriften spelen hier ook een rol in. Langzamerhand zijn toonaangevende tijdschriften onderdeel geworden van de academische wereld en tegelijkertijd bepalend geworden in die wereld. Vaak krijg je alleen iets gepubliceerd als het gaat om “baanbrekend” onderzoek. Maar een onderzoek waarin gezegd wordt “we dachten dit, maar dat blijkt toch niet zo”, is niet spannend genoeg om te publiceren. Hetzelfde geldt voor een onderzoeker die resultaten uit eerder onderzoek repliceert.’

 

Ook UvA-politicoloog Bert Bakker had hier kritiek op in een radiouitzending. Hij vond dat er te weinig ruimte is voor het overdoen van onderzoek.

‘Replicatiestudies zijn inderdaad cruciaal voor de wetenschap, maar niet spectaculair genoeg voor publicatie. Het lijkt verbonden te zijn met een soort neoliberaal marktdenken, waarin het niet meer per se gaat om het vergaren van kennis, maar om excellentie en innovatie. Onderzoek met een direct nut voor beleid en de overheid is belangrijk, maar theoretisch of filosofisch onderzoek is onmisbaar als we als samenleving meer kennis en inzicht willen vergaren.’

‘Je kan je afvragen wat grote beurzen doen met onderzoek en samenwerking binnen de universiteit’

Kunnen we dat oplossen door onderzoek op een andere manier te subsidiëren?

‘Als individu heb ik de antwoorden niet, we moeten hier als samenleving gezamenlijke oplossingen voor vinden. Wel kun je je afvragen wat grote beurzen doen met onderzoek en samenwerking binnen de universiteit. Een hoogleraar met een Europese beurs van 2,5 miljoen euro krijgt dan opeens een zware stem binnen de wetenschap. Door het grote budget kan die ene hoogleraar allerlei promovendi en postdocs aanstellen, terwijl het onderzoek van andere hoogleraren op dezelfde afdeling verbleekt naast dat grote, gesubsidieerde onderzoek.’

 

Is dat dan per definitie geen goede zaak, grote onderzoeksbeurzen?

‘Ik weet het juiste antwoord niet, maar je moet je afvragen of je zulke competitie wil op de werkvloer. De structuur van de academische wereld moet onder de loep worden genomen, anders gaat de universiteit zichzelf reproduceren. Juist door langzame wetenschap te bedrijven, kan er weer worden nagedacht over de basisaannames die je doet als onderzoeker en het belang van de wetenschap voor de samenleving.’

 

Het evenement Why do we need slow science? vindt vandaag om 20:00 uur plaats in Spui25. Fenneke Wekker leidt de avond. Te gast zijn NIAS Directeur Prof. Jan Willem Duyvendak, schrijver Dick Pels, wetenschapshistoricus Noortje Jacobs en UvA-promovendus Inez van der Scheer.

Lees meer over