Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Foto: Privéarchief Michiel van Kempen
actueel

‘Racistische denkpatronen over de koloniën hebben tot ver in deze tijd stand gehouden’

Dirk Wolthekker,
23 januari 2020 - 09:58

Michiel van Kempen is deze maand herbenoemd op de bijzondere leerstoel Nederlands-Caraïbische Letteren. Het is de enige leerstoel in Nederland die exclusief gericht is op de cultuur van de voormalige Antillen en Suriname. ‘De term “tot slaaf gemaakt” is mij veel te politiek correct. Ik spreek gewoon van “slaaf”. Dat is de historisch juiste term, met alle pijn die daar aan vast zit.’

We spreken Michiel van Kempen in Grand Café 1e klas van het Centraal Station, een bouwwerk dat stamt uit het einde van de negentiende eeuw, toen de slavernij weliswaar formeel was afgeschaft, maar het koloniale Nederland nog volop in bedrijf was. Het gesprek zal gaan over de Nederlands-Caraïbische cultuur en ja, dan komt het West-Indische kolonialisme in Suriname en de voormalige Antillen natuurlijk aan bod.

 

Zijn kennis hierover reikt overigens verder dan de UvA alleen: Michiel van Kempen (Oirschot, 1957) bezet de enige leerstoel Nederlands-Caraïbische Letteren in Nederland en weet ook in het buitenland zijn kennis aan de man te brengen: naast verschillende Surinaams-Antilliaanse onderscheidingen krijgt hij eind februari een onderscheiding van de Hongaarse Academie der Wetenschappen vanwege zijn bijdrage aan de Caraïbische wetenschappen in Hongarije. Aan de UvA liep zijn bijzondere leeropdracht eind vorig jaar af, maar deze werd deze maand wegens succes geprolongeerd, met dank aan verschillende universitaire subsidiegevers en particulieren.

‘Ik denk dat we de schaamte rond de dekolonisatie hebben omgezet in de mythe dat we super gastvrij, totaal niet racistisch en altijd antikoloniaal zijn geweest’

Gefeliciteerd! Uw leerstoel is kennelijk belangrijk.

‘Nou en of. Alleen al omdat het de enige leerstoel is in Nederland die zich heel specifiek richt op de cultuur van het Nederlands-Caraïbische gebied, dat wil zeggen de voormalige Antillen en Suriname. Vorig jaar bestond de leerstoel 12½ jaar, maar omdat het een bijzondere leerstoel is, blijft de financiering ervan steeds afhankelijk van de welwillendheid van geldschieters. Als je nagaat hoe vaak we de voormalige Antillen en Suriname op ons netvlies krijgen is het verwonderlijk dat de leerstoel nog maar zo kort bestaat.’

 

Op ons netvlies?

‘Kijk om je heen: de geweldige Suriname-tentoonstelling in de Nieuwe Kerk die net is verlengd, de Surinaamse zanger Jeangu Macrooy die Nederland in mei vertegenwoordigt op het Songfestival, de Antilliaanse schrijver en dichter Radna Fabias die al vijf literaire prijzen won, de stadsdichters van Amsterdam en Rotterdam komen beiden uit de Caraïben en Johan Fretz, die vorig jaar de Nederlandse Boekhandelsprijs won. En dan hebben we het nog niet eens over de honderdduizenden Surinamers en Antillianen die hier wonen. Allemaal mensen die dagelijks op ons netvlies komen.’

 

Wat is uw persoonlijke fascinatie met de Caraïben?

‘De voortdurende aanwezigheid van dat gebied in Nederland. Als je in Amsterdam van het station naar het Maagdenhuis loopt, kom je voortdurend herinneringen en cultureel erfgoed tegen die verwijzen naar de cultuur, de slavernij, de plantages in Suriname en de voormalige Antillen. Het heeft mij altijd verbaasd dat we daar zo weinig van weten.’

‘Surinamers en Antillianen werden altijd gezien als mensen die goed konden voetballen en zingen. Verder dan dat clichébeeld werd niet gekeken en niet gedacht’

Hoe komt dat denkt u?

‘We schamen ons voor wat daar is gebeurd. In Suriname kent men de uitdrukking “Bedek je schande”. Het is een uitdrukking die vaak wordt gebruikt om misstanden te verdoezelen. Die uitdrukking is ook op Nederland van toepassing als het gaat om de kolonisatie en dekolonisatie. De hele dekolonisatie van de Nederlandse koloniën is een aaneenrijging van zeer schaamtevolle momenten. Dat geldt overigens ook voor Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea. Ik denk dat we die schaamte hebben omgezet in de mythe dat we super gastvrij, totaal niet racistisch en altijd antikoloniaal zijn geweest. Die mythes kun je zo doorprikken.’

 

Nederland heeft te weinig gedaan aan de ontwikkeling van de Surinaamse kolonie?

‘Helemaal niets. Veel te weinig in elk geval. Nederland heeft bijvoorbeeld nooit een infrastructuur aangelegd in Suriname zodat het hele achterland niet tot ontwikkeling kon komen. Nederlanders zijn toch zulke goede bruggenbouwers? Waar bleef die brug over de Suriname-rivier dan? Waarom heeft de Nederlandse regering die brug nooit aangelegd toen Suriname nog een kolonie was? Meer recent zijn alle wegen in Suriname geasfalteerd. Dat had ook kunnen gebeuren toen het land nog bij Nederland hoorde.’

 

Is het belang voor uw vakgebied groeiende onder druk van de huidige discussie over kolonialisme en slavernij?

‘Dat belang is altijd groot geweest, maar het is pas heel laat onderkend en wordt nu gelukkig volop onderkend. Dat zoiets lang duurt, heeft ook te maken met de tijd die het kost om je goed in te werken in de geschiedenis en cultuur van een land of gebied en het daarna op de agenda te krijgen. Surinamers en Antillianen werden altijd gezien als mensen die goed konden voetballen en zingen. Verder dan dat clichébeeld werd niet gekeken en niet gedacht. Hetzelfde geldt voor Nederlands-Indië. Daarover bestond ook een vertekend beeld. Wat daar werkelijk gebeurde was geen onderwerp van gesprek.’

‘De term “tot slaaf gemaakt” is mij veel te politiek correct. Ik spreek gewoon van “slaaf”. Dat is de historisch juiste term, met alle pijn die daar aan vast zit’

Er waren toch Surinaams-Antilliaanse schrijvers die vanuit hun eigen perspectief een beeld schetsten van de koloniale wereld?

‘Je had natuurlijk iemand als de Nederlands-Surinaamse schrijver Albert Helman, maar die schreef óók op basis van deels koloniale patronen. Ook in zijn hoofd kon een ideale samenleving waarin iedereen vrij is, niet bestaan zolang er nog slavernij is en dus geen vrijheid. Helmans roman De stille plantage (1931) zet de zwarte mens neer in een stereotiep en koloniaal perspectief. De zwarte mens is daarin toch een brullend wezen dat uit het struikgewas komt. Tot voor kort bestond het boek alleen in die vorm. Samen met de Surinaamse schrijfster Henna Goudzand Nahar heb ik boek nu opnieuw laten uitgeven. Daarbij hebben we vanuit hedendaags perspectief commentaar gegeven op de beeldvorming over de zwarte mens.’

 

Inmiddels zijn veel mensen van Surinaams-Antiliaanse komaf naar de voorgrond getreden.

‘Dat is zeker waar. Jörgen Raymann, Humberto Tan, Gerda Havertong, allemaal mensen die mainstream zijn geworden. Maar dat heeft lang geduurd. Ik herinner mij nog de weerstand tegen Noraly Beyer toen zij in de jaren tachtig als eerste Antilliaans-Surinaamse vrouw nieuwslezeres werd bij het NOS Journaal. Dat kon toch zeker niet, met zo’n accent. Die vrouw komt nota bene uit een gegoede familie en is een zeer goede journalist. Racistische denkpatronen over de koloniën hebben tot ver in deze tijd stand gehouden.’

‘Een leerstoel als de mijne hoort een volledige door de UvA gefinancierde leerstoel te zijn en niet een leerstoel die uit allerlei externe potjes en fondsen wordt betaald’

Enige vooruitgang lijkt er wel te zijn: we zeggen bijvoorbeeld geen ‘slaaf’ meer, maar ‘tot slaaf gemaakt’.

‘Nee hoor, ik niet. Die hele term “tot slaaf gemaakt” is mij veel te politiek correct en veel te snel door de media overgenomen. We ontdoen het woord van de historische banden die het met zich meesleept en geven onszelf als 21ste-eeuwers opeens een positie, met de term “tot slaaf gemaakten”. Ik spreek gewoon van “slaaf”. Dat is de historische term, met alle pijn die daar aan vast zit.’

 

U bent erg gefocust op de Surinamistiek. Wijkt Suriname in literair opzicht af van de voormalige Antillen?

‘In Suriname is het Sranantongo een belangrijke taal, als volkstaal maar ook als literaire taal. Maar het meeste wordt geschreven in het Nederlands. Op de Benedenwindse eilanden [onder meer Aruba, Bonaire, Curaçao, red.] is de positie van het Papiamentu in alle opzichten veel sterker, maar ik kan van mijn studenten niet verwachten dat ze een lap tekst in het Sranantongo of Papiamentu gaan lezen natuurlijk, al laat ik ze die talen wel horen en zien, met een vertaling ernaast.’

 

Hoe belangrijk uw kennis misschien ook is, u zit nog steeds op een extern gefinancierde bijzondere leerstoel.

‘Dat zegt misschien genoeg over hoe de UvA naar mijn leerstoel kijkt. Het belang daarvan wordt dat nog steeds onvoldoende onderkend. Een leerstoel als de mijne hoort een volledige door de UvA gefinancierde leerstoel te zijn en niet een leerstoel die uit allerlei externe potjes en fondsen wordt betaald, zeker in een tijd waarin het subject van mijn leerstoel zo aan belang wint. De Faculteit der Geesteswetenschappen wil of kan er gewoon niet aan. De bezuinigingen aan de faculteit gaan gewoon door. Een hoogleraar die vertrekt wordt niet vervangen door een nieuwe hoogleraar, maar door een (hoofd)docent of niet. Dat is gewoon niet goed.’

‘Ik word al veertien jaar achtervolgd door een man die me beticht van plagiaat’

Er is vaak gedoe over bijzondere leerstoelen: ze zouden niet onafhankelijk onderzoek verrichten en lippendiensten bewijzen aan de geldschieter.

‘Dat verwijt kan je soms misschien maken bij leerstoelen waar industrie-gebonden onderzoek wordt verricht in opdracht van een specifieke sector, maar dat is bij mijn leerstoel totaal niet aan de orde. Ik verricht onderzoek zonder dat daar een verder liggend commercieel doel aan vast zit. Ik onderzoek kunst en cultuur.’

 

U bent al jaren in een juridische strijd verwikkeld met een zekere mijnheer Gangadin, die u voortdurend van wetenschapsfraude en plagiaat beticht. Kunt u eens toelichten waarom?

‘Deze mijnheer achtervolgt mij al veertien jaar en beticht me van plagiaat. Dat klopt allemaal niet en hij is daarom al twee keer veroordeeld door de rechter, maar deze man houd je niet tegen, die gaat door. Op dit interview komen waarschijnlijk ook weer allerlei reacties en rondzendmails van zijn kant. Niet reageren. Het is een man met een gefnuikte literaire carrière. Vrij Nederland besteedde eens aandacht aan mislukte schrijvers en dichters. Daar stond zijn naam ook bij. Tragisch allemaal.’

 

U bent de eerste hoogleraar op uw vakgebied in Nederland. Hoe zorgt u ervoor dat er ook een tweede komt na uw emeritaat?

‘De leerstoel is nu gered tot mijn emeritaat. Voor de uitstraling van de faculteit zou het heel goed zijn als er eindelijk eens een full professor zou komen. Daarmee geef je ook een signaal af aan gekleurde studenten. Die gingen altijd naar de VU en veel minder naar de UvA. Jongeren zoeken naar kennis die aansluiting geeft op hun beleving en de actualiteit. Dat hoeft toch niet alleen de VU te bieden? Misschien moet er na mij eens iemand komen met een andere persoonlijke geschiedenis dan ik, iemand die binnen de academie een andere stem vertegenwoordigt, andere thema’s aan de orde stelt en een andere kant van de geschiedenis belicht. We zullen zien. Voorlopig zit ik nog vier jaar op deze leerstoel.’