Foto: Privéarchief Thea Peetsma
actueel

Hoogleraar Thea Peetsma: ‘Ik had helemaal geen zin om af te studeren’

Dirk Wolthekker,
21 mei 2019 - 10:38

Wat vonden hoogleraren van hun scriptie? We blikken terug met vijf UvA-professoren. Vandaag: psycholoog Thea Peetsma (66), hoogleraar motivatie voor leren. Ze schreef een scriptie over het toekomstperspectief als motivator voor leren.

‘In de jaren tachtig studeerde ik aan de UvA psychologie en schreef een scriptie onder de titel Toekomstperspectief. De titel zegt het al: het ging over toekomstperspectief, in het bijzonder het toekomstperspectief als motivator van onderwijsgedrag, een heel belangrijk onderwerp waar ik sindsdien altijd op heb voortgeborduurd. Het was een theoretische literatuurstudie, gecombineerd met empirisch onderzoek onder zeshonderd leerlingen van mavo, havo en vwo in heel Nederland. Ik schreef mijn scriptie bij Harrie Vorst, gespecialiseerd in methoden van onderzoek, de constructie van psychologische testen en het ontwerpen van vragenlijsten.

‘Mijn scriptie bleef maar liggen, onder meer omdat de arbeidsmarkt- perspectieven heel slecht waren’

‘Na de middelbare school volgde ik eerst een uitgeverij-opleiding. Dat vond ik aanvankelijk heel interessant en ik heb daar ook allerlei economische en psychologische aspecten van bedrijfsvoering geleerd waar ik ook hier nog wat aan heb gehad toen ik afdelingsvoorzitter was. Maar die opleiding gaf mij onvoldoende perspectief op de toekomst. Was ik gemotiveerd genoeg om ermee door te gaan? Zo gaat het vaak met leren. Pas tijdens de opleiding merk je of je er wat aan hebt, of je gemotiveerd genoeg bent om op die weg door te gaan. Of een opleiding, met andere woorden, voldoende toekomstperspectief biedt. Niet alleen economisch, maar ook psychologisch.

 

‘Toen ik aan het eind van mijn studie was ben ik een tijdje student-assistent geweest. Als afgestudeerde kon dat niet meer. Daarom bleef de scriptie maar liggen, te meer daar de arbeidsmarktperspectieven heel slecht waren. Daarom had het geen zin om af te studeren, het was bovendien ook niet zo’n streberige tijd als nu. Ik had de theoretische scriptie met een vernieuwende omschrijving van het begrip “toekomstperspectief” klaar en de data voor de empirische scriptie verzameld. Om na mijn studie verder te gaan als onderzoeker had ik een subsidie nodig. Die subsidie heb ik gelukkig gekregen en toen heb ik in een paar weken tijd het resterende deel van de scriptie afgerond, waarna ik meteen kon starten als projectleider van mijn onderzoek. Ik weet niet precies meer welk cijfer ik heb gehaald voor de scriptiedelen. Ik neem aan geen zes, maar wel iets hoger. In Friesland zeiden we vroeger: “Een tien is voor God, een negen voor de meester en daaronder komen de leerlingen.” Ik denk dus dat ik iets van een 7 of 8 had voor die scriptie. Ik ben sindsdien altijd met motivatieonderzoek bezig gebleven.’