Foto: Monique Kooijmans (UvA)
actueel

‘Je zou het uitgebreide promotierecht vooral moeten inzetten voor jonge wetenschappers’

Henk Strikkers,
9 januari 2019 - 13:12

Arts en wetenschappelijk onderzoeker Ruben Coronel, verbonden aan de afdeling Experimentele Cardiologie van het Amsterdam UMC, was vorig jaar de eerste universitair hoofddocent die mocht optreden als hoofdpromotor aan de UvA. Op 15 maart 2018 bevorderde hij Nicoline Smit tot doctor. Hij is dankbaar dat hij als promotor heeft kunnen optreden, al heeft hij ook kritische kanttekeningen. ‘Je kunt je afvragen of dit de goede manier is om het promotierecht uit te breiden.’

Coronel begeleidde al vaker promovendi, vertelt hij. ‘Met enige regelmaat promoveren er mensen binnen de projecten waar ik geld voor heb verworven.’ In het verleden moest hij daar steeds een hoogleraar bij zoeken die als hoofdpromotor kon optreden. ‘Dan planden we wel iedere paar maanden een overlegmoment met de begeleidende hoogleraar en de promovendus, maar dat was vooral om de hoogleraar op de hoogte te houden van de voortgang,’ zegt hij.

Foto: Ruben Coronel

Het was ook de bedoeling om dat te doen voor de promotie van Nicoline Smit, vertelt Coronel. ‘Ik had al een emeritus-hoogleraar op het oog, maar die was net iets langer dan vijf jaar tevoren met emeritaat gegaan,’ zegt hij. ‘En alleen in de eerste vijf jaar na hun pensioen mogen hoogleraren nog promotor zijn.’

 

In het eindstadium betrokken

Gelukkig voor Coronel en zijn promovendus breidde de UvA begin vorig jaar het ius promovendi uit. Daardoor mogen niet enkel hoogleraren, maar ook universitair hoofddocenten – en in sommige gevallen ook universitaire docenten – als promotor optreden.

Ius promovendi

Tot vorig jaar mochten in Nederland enkel hoogleraren optreden als promotor. In de praktijk hadden hoogleraren het vaak te druk om al hun promovendi te begeleiden, waardoor ze hun medewerkers co-promotor maakten. Die verzorgden de dagelijkse begeleiding, maar konden tijdens de promotie niet als promotor optreden.

 

In 2017 werd na een lange lobby een wetsvoorstel aangenomen waardoor ook niet-hoogleraren promotor konden worden. De enige wettelijke voorwaarde is dat de promotor zelf gepromoveerd is. De UvA kende vervolgens het recht generiek aan universitair hoofddocenten toe en maakte het in specifieke gevallen mogelijk om ook universitair docenten promotor te maken.

‘Ik ben erg blij dat je ook in het eindstadium betrokken kunt zijn bij de promotie en je ook de officiële formule van de promotie mag uitspreken,’ vertelt Coronel. ‘Voorheen mocht ik als co-promotor alleen de laudatio, de lovende woorden aan de promovendus, uitspreken. Dat is ook eervol, maar dat doet toch niet echt recht aan het werk dat je hebt gedaan als dagelijks begeleider.’

 

Vijftigplussers

Coronel heeft wel enige bedenkingen bij hoe de UvA omgaat met de uitbreiding van het ius promovendi. Aan de UvA zijn het vaak universitair hoofddocenten met ervaring in het begeleiden van promoties die nu als promotor optreden. ‘Je kunt je afvragen of het goed is om vijftigplussers die universitair hoofddocent zijn het ius promovendi te geven.’

 

‘In mijn ogen zou je dit moeten inzetten om juist jonge wetenschappers te begeleiden naar het hoogleraarschap,’ stelt hij. ‘Dan zou je een jonge universitair docent, die een grote beurs heeft gekregen, onder begeleiding van een ervaren hoogleraar kunnen opleiden als promotor. Zo zou hij of zij later hoogleraar kunnen worden.’

Coronel heeft er zelf overigens geen gras over laten groeien: hij begeleidt op dit moment drie promovendi als promotor.