Foto: Kwennie Cheng
actueel

Jan van de Streek: de professor die de premier betrapte

Henk Strikkers,
19 december 2018 - 13:01

We kozen Rens Bod als onze UvA’er er van het Jaar, maar er zijn meer medewerkers en studenten die dit jaar een lauwerkrans verdienden. Vandaag een profiel van onze nummer 4: hoogleraar belastingrecht Jan van de Streek.

‘Dit is een grap toch. Dit is toch niet echt?’ Nog geen minuut nadat we hoogleraar belastingrecht Jan van de Streek mailden dat hij genomineerd was, belde hij compleet overdonderd op. Of het echt was. En waar hij dit aan verdiend had. Het is tekenend voor het jaar van hoogleraar belastingheffing van concerns Jan van de Streek.

 

Dit jaar was het jaar waarin Van de Streek doorbrak bij het grote publiek. Sinds het kabinet Rutte-III aankondigde de dividendbelasting af te schaffen, was hij gefascineerd door wat achteraf de eerste verdedigingslinie van de minister-president bleek te zijn: ‘Er zijn geen documenten.’ Van de Streek accepteerde dat niet. Een dag na het eerste Kamerdebat diende hij met zijn promovendus Martijn Nouwen een Wob-verzoek in. Van de Streek loopt al lang genoeg mee om te zien dat er ergens documenten moesten zijn. ‘Bij een normale belastingherziening heb je eerst de ambtelijke beleidsvoorbereiding met vuistdikke rapporten. Dit was ongekend. Belastingrecht is een serieus vakgebied. Je kunt niet met een spontaan idee een belasting afschaffen,’ zei hij in april.

 

Zijn Wob-verzoek werd afgewezen, maar doordat er een afwijzing per document moest komen, wist Van de Streek dat er documenten waren. Achtentwintig maarliefst. Ineens stond Van de Streek in het oog van een politieke storm: door zijn Wob-verzoek bleek dat minister-president Rutte niet de volledige waarheid had verteld. Van de reuring was hij niet onder de indruk – ‘wij zijn geïnteresseerd in het belastingrecht, niet in politieke vragen’.

‘Ook al vind je belastingrecht het allersaaiste rechtsgebied dat er is, als je Jan hoort spreken vergeet je dat gewoon’

Die reactie tekent Van de Streek. Hij is van origine een echte jurist, een belastingexpert, een techneut zelfs. Tien jaar geleden promoveerde hij aan de UvA op ‘de omzetting van rechtspersonen’, een ingewikkelde technische exercitie over de fiscale gevolgen van omzettingen van eenmanszaken, BV’s en beursgenoteerde ondernemingen. In de jaren erna werkte hij zich op tot hoogleraar, vooral door tientallen veelal technische artikelen te schrijven over Europese belastingprojecten en de manieren waarop je belastingontwijking kunt aanpakken. Tegelijkertijd werkte hij bij grote kantoren: eerst bij accountantskantoor Ernst & Young en daarna bij advocatenkantoor Loyens & Loeff.

 

In zijn tijd bij Ernst & Young was hij vaak te vinden in de cursuszalen, waar hij het personeel bijschoolde. Daar profiteert hij nu nog van. In 2013 ontving hij een eervolle vermelding bij de UvA-brede Docent van het Jaar-verkiezing en in 2014 en 2017 eindigde hij in de top-5 van de Docent van het Jaar-wedstrijd van de rechtenfaculteit. ‘Jan weet als geen ander hoe je een verhaal moet opbouwen,’ vertelt een collega. Hij vindt het leuk om te vertellen, is een meester in het geven van colleges en zijn enthousiasme is aanstekelijk. ‘Ook al vind je belastingrecht het allersaaiste rechtsgebied dat er is, als je Jan hoort spreken vergeet je dat gewoon.’

 

Dat hielp hem dit jaar: hij werd dé expert in kranten en actualiteitenrubrieken als het over de dividendbelasting ging. Later dit jaar ontdekte hij nog een twijfelachtige belastingdeal tussen de overheid en Shell, en organiseerde hij met zijn collega Otto Marres een congres over de dividendbelasting. Hij vond dat zowel voor- als tegenstanders uit de wetenschap te stil waren over deze maatregel. Alsof de duivel ermee speelde besloot het kabinet nog geen maand later om de afschaffing terug te draaien. Een overwinning zal hij dat niet noemen, maar zijn naam lijkt als boegbeeld van de fiscale wetenschap definitief gevestigd.