Foto: Publiek domein
wetenschap

‘Ouders langs de lijn moeten zich bewust zijn van hun gedrag’

Dirk Wolthekker,
23 februari 2017 - 12:02

Forensisch orthopedagoog Anouk Spruit promoveert vandaag op een onderzoek naar het verband tussen sport en jeugddelinquentie. ‘Op het moment dat jongeren de sportomgeving als onveilig ervaren en het gedrag van de coach negatieve handelingen in de hand werkt, kan dit leiden tot ontwikkelingsproblemen.’

Wat vind je van de kwaliteit van het Nederlands sportklimaat?

‘Sinds vijf jaar bestaat in Nederland het project “Naar een veiliger sportklimaat”. Hierin werken sportbonden samen aan initiatieven om antisociaal gedrag op het sportveld te verminderen. Het is heel goed dat hiervoor aandacht is, aanzien de kwaliteit van het sportklimaat een grote invloed heeft op de ervaringen en ontwikkeling van jonge sporters. Hoewel het aantal incidenten daalt, komen ze nog steeds voor en daarom is het goed dat het project met twee jaar wordt verlengd. Veel sportverenigingen zijn goed op weg om verbeteringen in het sportklimaat te implementeren, maar sommige verenigingen blijven achter. Juist de verenigingen waar voornamelijk kwetsbare jongeren sporten zouden extra ondersteuning moeten krijgen om het sportklimaat te verbeteren.’

 

Coaches komen nogal eens negatief in het nieuws. Kan dit leiden tot meer jeugddelinquentie?

‘Ik zou niet willen zeggen dat slechte coaches direct leiden tot meer delinquentie, maar de coach speelt wel een grote rol in de kwaliteit van het sportklimaat. De coach kan een belangrijke rol kan spelen in de ontwikkeling van jongeren: op het moment dat jongeren de sportomgeving als onveilig ervaren en het gedrag van de coach negatieve handelingen in de hand werkt, kan dit leiden tot ontwikkelingsproblemen. Dit kan zich bij sommige jongeren uiten in delinquent gedrag.’

‘Sport kan ook sociale verschillen tussen jongeren vergroten als de condities niet goed zijn’

Hoe kunnen we dit te voorkomen?

‘Het vergroten van de betrokkenheid van ouders, het gebruik maken van technieken uit de gedragstherapie zoals gedragscontracten, investeren in een goed moreel klimaat en aandacht schenken aan de ontwikkeling en behoeften van jongeren in plaats van aan prestatie. Iedereen die betrokken is bij de sportomgeving dient zich er van bewust te zijn dat men elkaar met respect benadert. Dat betekent ook dat ouders langs de lijn zich bewust moeten zijn van hun eigen gedrag en dat er een sterk verenigingsbestuur moet zijn dat deze boodschap uitdraagt. Je kunt ook denken aan het aanbieden van cursussen pedagogische vaardigheden aan coaches en trainers en pedagogisch sterke coaches inzetten.’

 

‘Sportklimaat’ klinkt tamelijk algemeen. Maakt het nog uit of het gaat om voetbal, hockey of schaatsen?

‘Vooralsnog is hier nog weinig over bekend. In een van mijn studies vond ik gunstiger uitkomsten voor basketbal en minder gunstige uitkomsten voor voetbal, maar dat zou ook kunnen liggen aan dat er bij die twee sporten een verschil was tussen de pedagogische kwaliteit van coaches en de kwaliteit van het morele klimaat. Ik verwacht wanneer de kwaliteit van coaches en het sportklimaat even goed zou zijn, het verschil tussen sporten weg zou kunnen vallen.’

 

Jeugddelinquentie wordt geregeld in verband gebracht met een migrantenachtergrond. Zou het juist belangrijk zijn voor hen om aan sport deel te nemen?

‘Ik zou niet specifiek onderscheid willen maken naar jongeren met een migratieachtergrond. Het gaat vooral om jongeren die bijvoorbeeld vanwege een gebrek aan een steunend netwerk, armoede of een laag opleidingsniveau minder perspectief hebben op succesvolle deelname in de samenleving. Deze jongeren zouden er van kunnen profiteren van sport, mits deze voldoet aan de randvoorwaarden die ik heb geschetst. Sport kan namelijk ook sociale verschillen tussen jongeren vergroten als de condities niet goed zijn. Dat leidt juist tot een verwijdering van de samenleving.’