Foto: Nasa Goddard Space Flight Center (cc, via Flickr)
wetenschap

UvA-wetenschapper vindt bron van mysterieuze radioflitsen

Steffi Weber,
5 januari 2017 - 16:46

Een internationaal onderzoeksteam heeft de bron achterhaald van mysterieuze radioflitsen in het heelal die sterrenkundigen jaren bezighielden. UvA-wetenschapper Jason Hessels is nauw betrokken bij het onderzoek. Hij stond ons te woord vanuit Dallas, Texas, waar hij deelneemt aan een conferentie van de American Astronomical Society. ‘Iedereen is ontzettend enthousiast, het is een baanbrekende ontdekking, echt een big deal.’

De zogenoemde fast radio bursts blijken afkomstig uit een, verrassend genoeg, zeer klein sterrenstelsel op 3 miljard lichtjaar afstand. Wat de uitbarsting van radiostraling veroorzaakt is nog steeds niet duidelijk, maar één ding is zeker: aliens zijn het niet. ‘Daarvoor is de straling simpelweg te sterk,’ zegt universitair hoofddocent Jason Hessels.

 

De flitsen werden zo’n tien jaar geleden voor het eerst ontdekt in metingen uit 2001. Toen vier jaar geleden bleek dat één van de flitsen zich af en toe herhaalt, werd het betreffende gebied in de gaten gehouden met grote netwerken van radiotelescopen, waaronder ook de Synthesis Radio Telescoop in Westerbork.

UvA-onderzoeker Jason Hessels maakte onderdeel uit van het onderzoeksteam dat de baanbrekende ontdekking maakte.

Ongekend krachtige straling

Uit dat onderzoek is nu gebleken dat de flitsen afkomstig zijn uit een klein sterrenstelsel, ruim 3 miljard lichtjaar hier vandaan. De resultaten zijn woensdag gepubliceerd in de wetenschappelijke tijdschriften Nature en Astrophysical Journal Letters. ‘We hadden verwacht dat ze uit een groot, massief sterrenstelsel zouden komen, maar dat blijkt niet het geval. Het gaat om een klein stelsel, heel ver weg. Dat betekent dat de straling ongekend krachtig moet zijn.’

 

Net als iedere wetenschappelijke ontdekking, roept ook deze uitkomst tal van nieuwe vragen op. Wat een dergelijk krachtige straling zou kunnen veroorzaken, is bijvoorbeeld vooralsnog onduidelijk. ‘In de Melkweg komen we iets dergelijks in ieder geval niet tegen,’ meent Hessels. Hij vermoedt dat de straling afkomstig is van een zogeheten neutronenster. Die ontstaat na een supernova, de spectaculaire explosie van een oude ster.

 

Pasgeboren neutronenster

‘De neutronensterren die wij kennen stralen veel minder krachtig, maar die zijn al wat ouder. Het zou bijvoorbeeld kunnen dat pasgeboren neutronensterren wél een dergelijke straling veroorzaken.’ Pasgeboren neutronensterren zijn relatief zeldzaam. Toch is het niet vreemd dat we de afgelopen jaren hun straling in de vorm van radioflitsen hebben waargenomen. ‘Dankzij het grote, nieuwe telescoopnetwerk kunnen we tegenwoordig een veel groter deel van het heelal in de gaten houden,’ zegt Hessels. ‘Daarmee wordt dus ook de kans groter, dat we een jonge neutronenster tegenkomen.’

 

Vervolgonderzoek moet uitwijzen of Hessels’ these juist is.