Weekgast Jos van Waterschoot
Jos van Waterschoot (1965) is adjunct-conservator bij de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam. Hij houdt zich daar bezig met de stripcollectie, moderne literaire collecties en organiseert boekensalons. Van 1 februari 1989 tot 1 januari 2010 was hij tevens conservator van het Multatuli Museum te Amsterdam. De Max Havelaar-tentoonstelling is de afsluiting van een twee decennia durende relatie met de grootste Nederlandse schrijver aller tijden.
Vrijdag, 5 februari
Na een snipperdag weer 'frisch und fröhlich an die Arbeit'. In ons hulpmagazijn in Zuidoost, het IWO voor ingewijden, de hoofdredacteur van de Donald Duck rondgeleid door de paar honderd meter stripcollectie die daar staat. Hij heeft belangstelling om met ons te gaan samenwerken. Anderhalf uur zoet mee geweest, maar de basis voor samenwerking is gelegd. Per metro terug de stad in. Bij de Bijzondere Collecties veel bezoekers bij de tentoonstelling, waarvan één iemand mij aanschoot om complimenten te maken. In tegenstelling tot Multatuli veracht ik 'mijn' publiek niet, dus de betreffende mevrouw hartelijk bedankt. Daarna met de hoofdconservator de opening van dinsdag geëvalueerd en wat lopende zaken besproken.
Daarna zat de werkweek erop en kon ik met mijn vrouw naar de voorlichtingsmiddag van het Bevalcentrum West, waar wij denkelijk over een maand of wat zullen gaan belanden. Een bloedhete zaal vol zwangere vrouwen met hun mannen: weer eens wat anders dan de overvolle aula van dinsdag. Vanavond tevreden thuis in de luie stoel gevallen met ... een stripalbum. Lekker ontspannen!
Donderdag 4 februari
Even een snipperdag om bij te komen. Mijn directeur en mijn vrouw vonden me er vermoeid uitzien gisteren. Het rare is dat je in een ontzettend drukke periode waarin je bezig bent iets af te gaan leveren in een soort roes leeft en werkt. En al ben je moe, je kunt het hebben en gaat stug door.
Gisteren dreef ik uit, vandaag kwam ik geheel tot stilstand. Dat wil zeggen: voor thuis een nieuwe luie stoel gekocht en een intakegesprek met de kraamhulp gehad. Tussen alle drukte door hopen mijn vrouw en ik in maart mama en papa te worden. Zoiets relativeert enorm: zo'n tentoonstelling is een prestatie waar je de pers mee haalt, maar over vier maanden is hij weer weg. En dat kind gaat nooit meer weg als het er eenmaal is. Nu ja, dat is tenminste het streven.
Overigens toch nog wel een beetje iets werkachtigs gedaan, want ik heb een strip gelezen. Als beheerder van de stripcollectie van de Bijzondere Collectie doe je dat nooit zonder meer. Want ik recenseer die dingen voor een stripinformatieblad en een website, en daarna stop ik ze in de collectie. Het mes snijdt aan twee kanten: ik blijf bij en de collectie op niveau. Strips lezen was al nooit een straf, maar op deze manier is er altijd een positief aspect, zelfs al is het boek bagger (wat het gelukkig zelden is). Inmiddels hebben we ongeveer 10.000 stripboeken, heel veel secundaire literatuur (die recenseer ik soms ook) en tijdschriften, stripknipsels en noem maar op. Logisch dat ik al jaren rondloop met het idee Max Havelaar te laten verstrippen. En zo zie je: die schrijver en dat boek laten me nooit meer los.
Woensdag 3 februari
The day after - een licht katterig en wat verloren gevoel de hele dag. Vier maanden lang, dag in dag uit aan die tentoonstelling gewerkt. En nu is-t-ie ineens af! Het bekende gat, maar ik kreeg nauwelijks gelegenheid om er in te vallen. Om half acht vanochtend ging de telefoon en werd ik aan de ontbijttafel tien minuten lang live geïnterviewd voor RTV Noord-Holland.
Meteen daarna naar de Bijzondere Collecties, waar zich om acht uur een journalist van de VARA zou melden. Gelukkig woon ik dichtbij, in het geboortehuis van Multatuli in de Korsjespoortsteeg. Ik was net op tijd, maar de VARA niet. Sterker nog, ze kwamen niet opdagen, kozen blijkbaar voor een ander item.
Zo kon ik even rustig de mails afwerken die de afgelopen dagen onbeantwoord bleven en kon ik mij vervolgens wijden aan die andere leuke taak die ik bij de Bijzondere Collecties vervul: het organiseren van boekensalons. Op 25 februari vindt er een plaats in ons Museumcafé waar Harrie Geelen en Imme Dros de gast zullen zijn van hoogleraar Saskia de Bodt. En op 11 maart wordt er een boek gepresenteerd over Ella Riemersma. En op 23 april werken we mee aan de Boekennacht op het Spui. Voor de presentatie van ons onderdeel, een heus Tussen Kunst & Kitsch-achtig programma (Laat je boek taxeren en hoor het verhaal wat er achter zit!), heb ik Erik van Muiswinkel weten te strikken. Kortom, voor mij never a dull moment bij de Bijzondere Collecties.
Dinsdag 2 februari
D-Day vandaag, niet best geslapen, want je bedenkt vlak voor zo’n opening toch altijd even aan wat er allemaal mis kan gaan en wat voor kritiek er zal komen. En inderdaad, op het allerlaatste moment moest dit nog en dat nog. Een tentoonstelling is doorgaans pas vijf minuten voor de opening echt af. Toch ’s ochtends de pers er al rondgeleid en aan Jeroen Wielaert van het Radio 1-journaal uitgelegd wat er allemaal te zien is en waarom we de tentoonstelling zo anders hebben gemaakt dan men wellicht verwacht. De opening in de bomvolle aula, met als meest prominente spreker burgemeester Job Cohen die een stuk uit Max Havelaar voorlas, was een feest. Je voelt een enorme verbondenheid met de mensen met wie je de afgelopen maanden intensief hebt samengewerkt.
Rondlopend op de tentoonstelling werd ik door velen aangeschoten en de Wereldomroep interviewde me voor de afdeling Indonesië. Ik meende te bespeuren dat over het algemeen de opinie over de tentoonstelling positief is. Om een uur of acht naar huis, onderweg nog even Thais gegeten en thuis op de pc nog even teruggekeken naar het 8-uur-journaal. Ja, ook daar zag het er leuk uit. Met aardige sms'jes van vrienden en familie in de luie stoel gevallen.
Maandag 1 februari
Zondag om twaalf uur vervoegde ik mij bij de studio van de radiozender Amsterdam FM. In het geschiedenisprogramma Graven aan de Amstel mocht ik bijna een uur lang vertellen waarom we een tentoonstelling hebben gemaakt over 150 jaar Max Havelaar en over de actuele betekenis van het boek. Het was een gezellig babbeluur en de boodschap kwam volgens presentator Laurens van der Heijden luid en duidelijk over.
Vandaag het tweede deel van het persoffensief. Eerst leidde ik Maaike Schoon van Het Parool rond over de tentoonstelling, die op enkele details na nog niet af was. Aansluitend deed ik dat met een ploegje van het NOS-journaal onder leiding van Peer Ulijn. Die bleek zelf fanatiek Multatulilezer en dat maakt zo’n rondleiding meteen anders, omdat de vragen van veel kennis getuigden. We waren dan ook meer dan twee uur bezig. Op Het Journaal blijven daar dan drie minuten van over. Maar als er geen rampen gebeuren zitten we in Het Journaal om zes uur, acht uur - en misschien ook wel om tien uur. Hopelijk levert dat veel bezoekers op.
’s Middags kon ik me nog een beetje bemoeien met de verdere afronding van de inrichting. Doodop, een dag met pers is toch wel intensief, toog ik huiswaarts. Samen met mijn vrouw even rustig gegeten en een tukkie gedaan. Om 20 uur mocht ik mijn stem wederom verheffen, maar nu bij de repetitie van het Toonkunstkoor. Heerlijk ontspannend, een avondje zingen. Eerder opgeknapt dan uitgeblust stapte ik om elf uur in mijn bed.


















Evenals vorig jaar begint op 1 september een record aantal eerstejaars aan een UvA-opleiding. Goede ontwikkeling?
