Weekgast John Kleinen
John Kleinen is universitair hoofddocent antropologie. Hij is gespecialiseerd in Vietnam en daarnaast actief als fotograaf en visueel antropoloog. Vanaf 19 maart begint onder zijn leiding de pilot praktijkcursus videotraining visuele antropologie.

Vrijdag 16 maart
De praktijkcursus video startte vandaag onder leiding van Jean Hellwig, directeur van Vista, Far Reaching Visuals, ooit in de jaren tachtig opgericht als off-spin product van visuele antropologie. De cursisten vormen een ideaal aantal om in kleine crews te werken met het beschikbare materieel. De cursus is intensief. Na afloop van de eerste les hoor ik enthousiaste reacties. De meesten zullen terugrapporteren naar de werkgroep waar we video en fotografie als hulpmiddelen gebruiken.
Kort overleg met Hans en Laura Samsom over hun masterclass fotografie aanstaande maandag. Voorheen kwamen ze trouw een gastcollege geven dat altijd te kort bleek. Nu kunnen ze niet alleen hun werk tonen, maar ook hun fabelachtige technisch inzicht doorgeven. Zij hebben me indertijd in contact gebracht met Aart Klein, die ik samen met Hans en Laura, en niet te vergeten Joost Guntenaar als mijn leermeesters in de fotografie beschouw. Klein’s uitzuiverende aanpak van zijn foto’s maakte hem tevens tot een kunstenaar van de klaren lijn en het welomschreven vlak, iets wat hij gemeen had met Mondriaan.
Op de valreep meldde zich Fatanah van uitgever ISEAS in Singapore. Het boek over zeepiraterij in Azië kan eindelijk naar de drukker. Met Somalië vrijwel dagelijks in het nieuws, raakte ik soms ongeduldig. Gelukkig zijn de meeste hoofdstukken van niet-actuele historische en/of antropologische aard. Wat in Afrika gebeurt op het gebied van piraterij is deels een herhaling van zetten.
Donderdag 18 maart
In het schrijfpracticum voor eerstejaars studenten behandelen we het nieuwe boek van Peter Geschiere The Perils of Belonging, een interculturele zoektocht naar de termen ‘allochtoon’ en
‘autochtoon’. De studenten vinden het moeilijk, maar ook reuze spannend. Etnografisch materiaal treffen ze tegenwoordig bijna letterlijk op straat aan. Geschiere voert ons langs het oude Athene, Kameroen, de Ivoorkust en de Hollandse moerasdelta. Wat deze Afrikanist goed laat zien is de schijnzekerheid die de notie van ‘autochtonie’ biedt, zeker in landen van Afrika. Ook hoe betrekkelijk het idee eigenlijk is. Ik ben benieuwd wat de studenten er van zullen oppikken. Gelukkig worden ze bijgestaan door een enthousiaste groep van docenten, van wie de meesten dicht bij de leefwereld staan van de huidige jongerejaars.
Wat ben ik blij dat ik nog in de binnenstad werk. Op weg naar huis loop ik even binnen bij mijn vriend Wiet Hekking, eigenaar van Wonderwood, op de hoek van het Rusland en de Oudezijds. Wiet maakte vorig jaar een mooi vriendenboekje met afbeeldingen van “huisvlijt” van bekende en onbekende kunstenaars. Iedereen kreeg twee houten plankjes mee die hij of zij naar hartelust mocht bewerken. Ik transformeerde één ervan tot een knipoog naar een voor-oorlogs foto-schilderijtje ‘Forget me not’, geïnspireerd door een gelijknamige tentoonstelling in het Van Gogh Museum. Ooit kocht ik een serie glasnegatieven op het oude Waterlooplein. De afdrukken leidden tot een verzameling van onbekende Amsterdammers. Jaren later krijgt nu één ervan een tweede leven. Het boekje Little Wonders en de plankjes van Wonderwood gingen grif van de hand. De niet geringe opbrengst was voor Artsen zonder Grenzen.
Woensdag 17 maart
Mijn Leidse collega Gerard Persoon meldt dat het NWO/WOTRO onderzoeksvoorstel voor het meerjarig CoCoon-project naar ‘marginaal land’ in Zuidoost-Azië (Vietnam, Indonesië en de Filippijnen) op tijd is afgeleverd. CoCoon staat voor 'Conflict and Cooperation over Natural Resources in Developing Countries'. Samen met collega Denyse Snelder (VU) en een aantal Zuidoost-Aziatische collega’s hebben we de laatste maanden keihard gewerkt om het van 45 aanvragen bekroonde voorontwerp uit te werken tot een volledig voorstel. Laten we hopen dat we weer in de prijzen vallen.
Het programma is transdiscipliniair: ook mensen uit de niet-academische wereld zullen er actief aan meewerken. In dit geval zijn er in elk land ngo’s bij betrokken. In de eerste twee jaar kijken we waar en hoe conflicten zoals bijvoorbeeld die bij de voorgenomen bauxiet-winning in de centrale hooglanden van Vietnam en het produceren van palmolie in Kalimantan een bedreiging vormen voor lokaal grondbezit. Aanspraken op landbouwgrond worden steeds penibeler. Inheemse volkeren raken bekneld tussen overheden en lokale machtsgroepen voor wie de grond louter een lucratief productiemiddel is. Over de vraag naar de valorisatie van dit project hoeven we niet lang te praten. De discussie herinnert me aan de jaren zestig. Nut en relevantie werden toen ook gauw door elkaar gegooid.
Aangezien ik morgen mijn vaste dag voor eerstejaarscolleges heb, heb ik vandaag de resterende werkstukken voor het Schrijfpracticum Antropologie nagekeken en beoordeeld. Onze studenten moeten zo vroeg en goed mogelijk leren academisch te schrijven. Dat gaat vaak van au. Ook heb ik het eindrapport van een Vietnamese dissertatie voor de Australian National University afgerond. Ik heb zitting in de promotiecommissie, maar anders dan bij ons geeft de commissie alleen het eindoordeel. Voor een openbare verdediging hoef ik niet 24 uur te reizen. Dat ritueel kent Australië niet.
Dinsdag 16 maart
Vanmiddag heb ik namens de East-West Foundation mijn handtekening gezet onder een contract met het Prins Claus Fonds (PCF). De EWF is een stichting voor de promotie van moderne kunst in Azië. De aanleiding is een fotoboek met en van de Vietnamese fotograaf Nguyen Quang Phung.
Ik leerde hem kennen toen ik een paar jaar geleden in Hanoi woonde. Nauwgezet en kritisch volgde hij sinds 1972 de transformatie van belegerde stad tot een mini-metropool die uit zijn voegen barst (zie Photoq.nl Quang Phung). Aanvragen voor subsidie leken niet te lukken. Uiteindelijk zag het PCF er wel wat in.
Toen ik Phung medio januari het nieuws bracht was hij zichtbaar ontroerd. De cirkel is rond: in 1993 had ik het voorrecht prins Claus, zelf ook gedreven fotograaf, te adviseren voor zijn bezoek, 'op persoonlijke titel' , aan Vietnam. Nu 17 jaar later een boek dat de naamgever van het fonds helaas niet meer zal zien. Hij zou er van hebben genoten.
Maandag 15 maart
Het schrijven van dit dagboek doet me denken aan een opdracht van NRC-Handelsblad voor een 'Hollands Dagboek' toen ik net uit Vietnam kwam van veldwerk. Vlak voordat ik kon beginnen, liet een andere redacteur weten dat de eer niet aan mij, maar aan zwerver Henk was toebedeeld. Folia heeft niet gebeld. Anders dan toen lijkt dit een beetje op Twitteren.
Vanmiddag was bij mijn reguliere college visuele antropologie Louis Zweers te gast. Hij sprak over zijn nieuwe (foto)boek Koloniale Oorlog, 1945-1949, Van Indië naar Indonesië. En hij toonde vooral indrukwekkende beelden.
Ik moest onwillekeurig aan mijn reeds lang overleden vader denken. Hij weigerde als sergeant-majoor naar Indië te gaan. Niet om politieke redenen. Ik was in aantocht. Hij had bovendien zijn vuurdoop gehad aan de Grebbeberg. In 1945 werd hij kwartiermaker in Duitsland bij de demobilisatie van Nederlandse krijgsgevangenen. Ik ben hem er nog dankbaar voor dat hij niet aan deze koloniale oorlog heeft meegedaan.

















Collegevoorzitter Karel van der Toorn is opeens opgestapt. Wie moet hem opvolgen?
