Kraken: Kraakverbod werkt averechts
Onlangs verscheen in Folia een artikel van economie-studente Hala Naoum Nehmé waarin zij het mogelijke kraakverbod toejuicht. Kraken zou een overblijfsel zijn van de jaren zestig en zeventig, en nu haar relevantie hebben verloren. Bovendien vindt zij kraken een ontoelaatbare schending van het eigendomsrecht, diefstal dus.
Kraken is echter niet het probleem: dat is de leegstand. Er is namelijk grote woningnood. Bovendien leidt leegstand tot verkrotting en buurtverloedering. Kraken is een effectief middel tegen de leegstand en dus eerder een oplossing dan een probleem.
Vergeet hierbij niet dat dankzij de dreiging van een kraakactie alleen al in Amsterdam een paar duizend mensen antikraak wonen.
Nu claimen de indieners van het kraakverbod met hun wet ook de leegstand aan te pakken. Dit zou wel heel mooi zijn. Het zou dan niet eens meer nodig zijn kraken te verbieden, want zonder leegstand geen kraken.
Maar helaas zorgt de nieuwe wet vooral voor meer bureaucratie.
Onder de wet Kraken en Leegstand krijgen eigenaren de plicht leegstand na zes maanden te melden. De gemeente houdt dan een leegstandsregister bij en moet een overzicht leveren van potentiële gebruikers. Zij moet ook het initiatief nemen voor gesprekken met de eigenaar. De eigenaar wacht alleen maar af.
Als de eigenaar niet meewerkt kan hij een boete krijgen tot 7.500 euro. Dit is een schijntje voor speculanten, en zal niet afschrikwekkend werken. Bovendien blijft het niet melden van leegstand makkelijk onopgemerkt, en is dit moeilijk te controleren. De nieuwe wet zal daarom niet het beoogde effect hebben.
De huidige kraakwetgeving redeneert als volgt. Als je in ons dichtbevolkte landje een huis koopt, ga je daarmee ook de verantwoordelijkheid aan dat deze ruimte goed benut wordt. Als de eigenaar langer dan een jaar niets doet met zijn pand, is het daarom niet langer onwettig deze als woonruimte te betrekken.
Het betreft dus alleen maar panden die anders toch staan te verkrotten.
Maar wat als de eigenaar op de lange termijn wel plannen heeft met zijn pand? Dan zou er bescherming moeten zijn tegen krakers, en die is er: de antikraakbureau’s.
Huiseigenaren die ook maar een beetje moeite steken in hun pand hebben onder de bestaande wetgeving dus al niets te vrezen.
Krakers dringen ook niet voor, die huizen stonden anders toch leeg. Zij doen eerder het omgekeerde: doordat zij in toch al leegstande panden wonen, zijn zij niet meer woningzoekend. Zij staan hun plaatsje in de rij af aan andere woningzoekenden, en verlichten zo de woningmarkt.
Kraken is ook geen diefstal. De eigenaar krijgt zijn pand namelijk direct terug als hij kan aantonen plannen met het pand te hebben. Diefstal is “het vervreemden van iemands eigendom waardoor de eigenaar niet langer over dat eigendom kan beschikken”. Maar bij kraken houdt de eigenaar beschikking over zijn pand.
Kraken is juist heel efficiënt: een leger vrijwilligers voert de controle op leegstand uit.
Het overgrote deel van de krakers bestaat uit werkende of studerende mensen. Zij knappen het pand op, en bieden vaak ruimte aan kunstenaars en buurtprojecten.
En de weinig voorkomende geweldsincidenten zijn al strafbaar. Daar is geen nieuwe wet voor nodig.
De Raad van State, het hoogste adviesorgaan van de regering, uitte al zware kritiek op het wetsvoorstel. Ook de G4 (de vier grote steden) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten zijn tegen. Allen vinden dat nut en noodzaak van het kraakverbod onvoldoende wordt aangetoond. Zij voorspellen dat de nieuwe wet juist tot meer leegstand zal leiden en vinden de extra belasting voor ambtenaren ongewenst. Ook vrezen zij een toename van geweld bij toekomstige kraakacties.
Kortom, goedbedoelende huiseigenaren hebben nu al niets te vrezen van krakers, alleen verwaarloosde panden worden immers gekraakt. Onder de nieuwe wet zal de leegstand toenemen. Bovendien zijn steden en gemeenten tegen. Waarom dan nog die wet?
Joachim de Ronde

















Collegevoorzitter Karel van der Toorn is opeens opgestapt. Wie moet hem opvolgen?
