De moslim die moest hangen
Het ontslag van Tariq Ramadan door de EUR is een ernstige inbreuk op de academische vrijheid, vinden UvA-wetenschappers.
Het snelle ontslagbesluit van het CvB wekt op zijn minst de indruk dat de gemeente Rotterdam hier de hand in had.
Het ontslag van Tariq Ramadan als gasthoogleraar aan de EUR roept principiële vragen op. De belangrijkste is welke invloed de financier van een leerstoel heeft op het functioneren van de hoogleraar die de leerstoel bezet. Het is goed universitair gebruik dat de financier op een afstand wordt gezet. Wetenschappers moeten onafhankelijk zijn en omstreden standpunten kunnen innemen in het publieke debat. Het snelle ontslagbesluit van het CvB van de Erasmus Universiteit Rotterdam onmiddellijk nadat de gemeente Rotterdam Ramadan als adviseur ontslagen had wekt, ondanks ontkenningen door het CvB, op zijn minst de indruk dat de gemeente Rotterdam hier de hand in had.
Het besluit van de gemeente had niet zo heel veel te maken met Ramadans functioneren. Eind december vorig jaar was zijn aanstelling met twee jaar verlengd. Het college van B&W oordeelde positief over Ramadan en vond dat hij ‘een constructieve bijdrage heeft geleverd aan het stimuleren van het stadburgerschap in de stad’. Ook de Erasmus Universiteit was enthousiast en het CvB besloot om op grond van de positieve evaluaties van zijn werkzaamheden over 2007 en 2008 zijn aanstelling voor twee jaar te verlengen. Het CvB was van mening dat hij ‘op voortreffelijke wijze zijn onderwijs- en onderzoekstaken heeft opgepakt. Zijn aanwezigheid op onze campus is bovendien van inspirerende waarde gebleken voor studenten (...), moslims zowel als niet-moslims’.
Ramadans grote betekenis lijkt te zijn dat hij voor islamitische studenten hier een rolmodel kan zijn. Hij is geïntegreerd, hamert voortdurend op de noodzaak van actief burgerschap, beweegt zich met gemak in academische kringen en in het publieke debat, en dat alles terwijl hij zich heel nadrukkelijk als moslim profileert. Vreemd genoeg is dat nu juist wat hem door tegenstanders verweten wordt. Hij wordt er voortdurend van beticht dat hij heimelijk een fundamentalistische agenda heeft. Voor velen is het ondenkbaar dat een gelovige moslim de democratische waarden onderschrijft en bereid is zich te houden aan de hier geldende wetten.
Om deze reden lag Ramadan al een tijdje niet lekker bij een deel van de Rotterdamse politiek. Na een mislukte poging om hem kwijt te raken naar aanleiding van zijn vermeende uitspraken over homoseksualiteit, deed zich een nieuwe kans voor in augustus. De media meldden toen met veel ophef dat Ramadan een discussieprogramma presenteerde op het door de Iraanse regering gesubsidieerde televisiestation PressTV. Dat werd aangegrepen als bewijs dat Ramadan de Nederlandse democratische waarden niet deelde en dus ongeschikt was om burgerschap te bevorderen. Zijn verweer dat hij het Iraanse regime herhaaldelijk bekritiseerd had en onafhankelijkheid bedongen had in de keuze en presentatie van zijn onderwerpen, werd deed er niet meer toe.
Ramadans ontslag door de gemeente Rotterdam was een politieke beslissing: zijn draagvlak was afgebrokkeld en daarom moest hij gaan. Onbevredigend en, symptomatisch voor het huidige anti-islamitische politieke klimaat, maar begrijpelijk vanuit het oogpunt van de gemeentepolitiek. Dat ligt anders voor zijn ontslag door de Erasmus Universiteit. Volgens het CvB was Ramadans positie onhoudbaar geworden nadat bekend was geworden dat hij een discussieprogramma leidde voor PressTV. Als dat de werkelijke reden zou zijn, dan respecteert het CvB van de Erasmus Universiteit de academische vrijheid niet. Daarvoor is essentieel dat leden van de universitaire gemeenschap een grote mate van vrijheid hebben om controversiële standpunten te verkondigen. Het is echter waarschijnlijker dat het CvB zijn oren heeft laten hangen naar de financier van de leerstoel, de gemeente Rotterdam. En dat is misschien nog een ernstiger inbreuk op de academische vrijheid.
Het zou de Universiteit van Amsterdam sieren als Tariq Ramadan hier welkom zou worden geheten, bijvoorbeeld als gasthoogleraar. Daarmee zouden we ook duidelijk maken dat de UvA niet meedoet aan de hetze tegen moslims die vinden dat de islam voor hen ook van belang is buiten de privésfeer.
Paul Aarts, ud internationale betrekkingen, Michiel Leezenberg, uhd filosofie, Annelies Moors, hoogleraar hedendaagse moslimsamenlevingen, Ruud Peters, hoogleraar islamitisch recht

















Collegevoorzitter Karel van der Toorn is opeens opgestapt. Wie moet hem opvolgen?
