8-8-4: Wat is goed academisch onderwijs?
Laat studenten niet sneller, maar meer studeren
De recente maatregelen van de Universiteit van Amsterdam (UvA) om studenten te dwingen om sneller af te studeren zijn typerend voor de economisering van het onderwijs. De UvA heeft het plan opgevat om een uniforme jaarindeling te maken voor alle opleidingen. Daarnaast wil de universiteit de mogelijkheden om tentamens te herkansen verder terug dringen. Plannen die bijdragen aan het sneller laten afstuderen van studenten klinken sympathiek. Toch kan men vraagtekens zetten bij de opvatting dat het louterend werkt om studenten sneller te laten afstuderen. Nederland is een kenniseconomie en heeft de ambitie dat te willen blijven. In het kader van deze ambitie is het van belang dat men zich niet richt op meer efficiëntie, maar op verdieping van de studie en het vergroten van de betrokkenheid van de student. Niet de studiesnelheid, maar opgedane kennis dient de graadmeter van goed academisch onderwijs te zijn.
In de moderne samenleving gaat alles steeds sneller en bedrijfsmatiger. De academische wereld is meegegaan in de vaart der volkeren en de managementcultuur domineert op de universiteiten. Universiteiten worden dan ook afgerekend op harde cijfers. Ieder jaar kijken de rectoren weer zenuwachtig uit naar de publicaties van internationale ranglijsten om te kijken hoe goed de 'eigen' universiteit heeft gescoord. Verder worden overheidssubsidies verstrekt naar aanleiding van het aantal verstrekte diploma's. Juist dit laatste punt is typerend voor de situatie waar het Nederlands universitair onderwijs zich in bevindt. Universiteiten worden op deze manier beloond voor kwantiteit in plaats van kwaliteit. Het gevolg hiervan is tweeledig. Enerzijds proberen universiteiten zoveel mogelijk studenten aan zich te binden door populaire brede opleidingen aan te bieden. Anderzijds verzint men allerlei maatregelen om studenten zo snel mogelijk te laten afstuderen.
Deze bedrijfsmatige aanpak leidt ertoe dat er meer mensen afstuderen. Sneller afstuderen zegt echter niks over de kwaliteiten van de afgestudeerden. Het hedendaagse beleid lijkt erop gericht te zijn studenten zo snel mogelijk gereed te maken voor de arbeidsmarkt. Onderwijs staat als het ware in dienst van de economie. Kennis omwille van de kennis is niet chique. Kennis dient een direct (economisch) doel te hebben. Men dient in vier jaar het minimaal nodige te leren en zich vervolgens in dienst te stellen van de economie. Terwijl academisch onderwijs er juist op gericht moet zijn om studenten de kans te geven zichzelf te ontplooien en zich te verdiepen in een studie. Dit proces van zelfontplooiing en verdieping kan in sommige gevallen langer duren dan de reguliere vier jaar.
Toch mag dit geen vrijbrief zijn voor de luie student. Het kunnen volgen van een universitaire studie is een voorrecht en daarom mag er van de student een grote betrokkenheid verwacht worden. Het intensiveren of verzwaren van opleidingen is dan ook een reële optie. Studenten besteden nu zelden de voorgeschreven 42 uur per week aan hun studie. Er zijn veel manieren denkbaar om studenten te dwingen meer met hun studie bezig te zijn. Vanuit de universiteit kan worden gedacht aan het verhogen van het aantal toetsmomenten, het verplichten van een relevante stage, vermeerderen van het geven van presentaties of simpelweg meer stof opgeven. Namens de overheid zou men kunnen werken aan een ander subsidieringssysteem voor het academisch onderwijs. Op deze manier hoeft de universiteit zich niet in allerlei bochten te wringen om studenten te trekken. Tevens zijn de studenten die wel aangetrokken worden op deze manier verzekerd van een inspirerende leeromgeving waar kennisvergaring en zelfontplooiing centraal staan.
Tim Jansen, politicoloog en minorstudent praktische filosofie aan de Universiteit van Amsterdam

















Collegevoorzitter Karel van der Toorn is opeens opgestapt. Wie moet hem opvolgen?
