8-8-4: De ultieme afwijzing van de diepgang
UvA in de uitverkoop
‘Tja jongens, het was toch weer wat meer stof ik dacht, volgende week behandelen we het staartje van deze werkgroep’. Einde van het semester: ‘Oei, we zijn eigenlijk maar tot 1400 gekomen, terwijl we de literatuur tot 1648 hadden moeten bespreken, tja, dat maken we volgend semester dan wel goed’. En wat te denken van dit: ‘Ach meisje, die vraag gaat wel erg diep, dit is een vaak waarin we alleen even kunnen snuffelen aan de theorieën die ik voor jullie uitkies.’
Deze week werden wij opgeschrikt uit onze universiteitsdromen van breed, diepgaand onderwijs en grote kennisverwerving, toen wij een mailtje kregen van de bezorgde Facultaire Studentenraad (FSR) en later deze week ook nog van de eveneens bezorgde informatiedienst Faculteit Geesteswetenschappen, die meldden dat de semesterindeling op de Universiteit van Amsterdam rigoureus veranderd gaat worden. Door het College van Bestuur is het voorstel aangenomen, om de semesters voor alle faculteiten, inclusief Faculteit Geesteswetenschappen, niet meer de twee keer vijftien weken (vier blokken van zeven weken) met een “adempauze” (feitelijk tentamenperiode) in januari en juni in het jaar te laten zijn. Nee, het nieuwe plan behelst (voor zover dit nu bekend is, de informatievoorziening is erg schaars op dit terrein) dat studenten de vakken per blok krijgen aangeboden, waarin een blok vier of acht weken duurt.
Het argument van het CvB voor deze herindeling is, dat het studierendement omhoog moet, wat inhoudt dat 70 procent van de studenten binnen vier jaar moet afstuderen, en dat het volgen van onderwijs aan de Vrije Universiteit, waar dit systeem al bestaat, gemakkelijker gaat. Dat buitenlandse studenten in de knoop komen omdat ze geen herkansingsmogelijkheid meer hebben aan het einde van hun half jaar aan de UvA en dat samenwerking met andere universiteiten dan de VU binnen en buiten Nederland bemoeilijkt wordt door over te gaan op 6 en 12-punts systeem in plaats van het 5 en 10-punts systeem wat er al is en goed werkt te behouden, lijken geen steekhoudende argumenten te zijn voor het CvB.
Het idee lijkt überhaupt niet goed overdacht: vier tot acht weken voor één vak? Hoe moet dat in vredesnaam vormgegeven worden? Met vakken die vijftien weken duren lukt het nog niet de voorgeschreven stof te behandelen. Wat heeft het voor een desastreus effect op ons curriculum als je vakken van vier weken krijgt? Vier weken is niet eens genoeg om één theorie te begrijpen. Een nuttig, informatief en verdiepend essay schrijven lukt na een semester redelijk, wanneer je er extra tijd en moeite in stopt –iets waar wij alleen maar positief tegenover sta en ook zeker doen- maar hoe is het mogelijk na acht weken –en dan gaan wij uit van de optimistische blokken- een degelijk essay af te leveren, of eigenlijk, hoe kun je in acht weken degelijke kennis opdoen die je werkelijk begrijpt en kan plaatsen? Of, als we de essays afschaffen –hele goede zaak voor een opleiding als bijvoorbeeld Literatuurwetenschap of Wijsbegeerte- hoe wil je dan een goed tentamen opstellen waarin je de opgedane kennis van je studenten test en kan zien, dat ze de stof doorgronden?
Niet: kennis laat zich niet in een paar uur vergaren. Boeken doorgronden, colleges begrijpen en goede essays schrijven kost nu eenmaal tijd. Kennis is geen zaak die te meten is volgens de eisen van efficiëntie: zo kort, snel en winstgevend mogelijk En daarom gaat de UvA nu in de uitverkoop. Voor bepaalde opleidingen kan het ophakken van een semester misschien heel goed werken (al hebben wij ook hier onze twijfels over, zeker nu er geluiden vanuit de Faculteit Geneeskunde te horen zijn, een faculteit waar dit systeem al ingevoerd is, die zeggen dat het systeem niet deugt); technische begrippen worden in een paar weken er doorheen geduwd en de student begrijpt ze dan door en door, maar hoe moet dit in vredesnaam met een filosofisch-georiënteerde opleiding? En laten we eerlijk zijn, vrijwel alle opleidingen binnen Geesteswetenschappen hebben een sterk filosofisch karakter. Hoe kun je reflecteren op aangeboden theorieën, als je niet eens de tijd krijgt deze theorieën tot je te nemen? Hoe kun je nog begrijpen waar je over praat, wanneer het er op de universiteit feitelijk niet meer om gaat dat je het begrijpt, maar dat je ‘effectief’ werkt en dat betekent dus: veel vakken volgt, veel tentamens maakt en feitelijk niets goed kan leren beheersen.
Op dit moment is één semester al te weinig, om bijvoorbeeld de filosofie van Kant of Hegel proberen te doorgronden. Nu al krijgen wij zeer gefragmenteerd onderwijs en moeten we geen boeken, maar hoofdstukken of halve hoofdstukken lezen. Er kan geroken worden aan diverse theorieën en filosofen, maar door telkens weer opnieuw doorgevoerde bezuinigingen, is de diepgang vrijwel helemaal verdwenen. De nieuwe semesterindeling zien wij als de ultieme afwijzing van de diepgang, omdat er in deze nieuwe indeling en de nieuwe vakkenindeling die hier noodzakelijkerwijs op volgt, geen ruimte kan zijn voor het globale beeld wat we nu voorgeschoteld krijgen én diepgang.
De kwaliteit van het onderwijs zal dus niet stijgen met een dergelijke maatregel, maar afnemen, omdat studenten nog minder leren van de magere kennis die ze nu al voorgeschoteld krijgen. Als gevolg hiervan zal het rendement van de universiteit in slagingspercentages misschien stijgen, kwalitatief gezien betekent dit daarentegen alleen maar een verlies. Studenten richten zich niet meer op kennisverwerving, maar het halen van voldoendes, waardoor het bachelor- maar ook het masterdiploma wat na respectievelijk drie, vier of vijf jaar wordt gehaald, geen enkele waarde meer heeft. De universiteit levert dan geen intellectuelen meer en trekt de zesjescultuur waar in het middelbaar onderwijs al jaren over geklaagd wordt, door naar het wetenschappelijk onderwijs.
En hoe kun je als universiteit dan nog beweren dat je wetenschappers aflevert, dat je kwalitatief hoog onderwijs levert en het beste uit je studenten naar boven haalt? Deze nieuwe maatregelen mogen vanuit dat oogpunt niet eens getroffen worden op een universiteit.
Wanneer onderwijsmaatregelen als een verandering van de semesterindeling en een radicale verandering van de vakken en het curriculum van de opleiding het onderwijs ten goede komen, als wij in de voorgeschreven vier jaar een degelijke, diepgaande opleiding genieten en hier weggaan met een diploma op zak wat daadwerkelijk iets betekent, dan hoor je ons niet klagen.
Deze voorgestelde maatregel dient echter niet een verbetering van het onderwijs, maar slechts een doel dat is ingegeven door rendement en efficiëntie. Daarvoor zijn we niet naar de UvA gekomen: dan kunnen we net zo goed een thuiscursus filosofie volgen en heeft de LOI straks nog meer diepgang dan de universiteit.
Wat is een universiteit als in een paar colleges alle te behandelen stof in een uurtje door een collegezaal wordt gepompt? Als de UvA zich wil profileren als een universiteit van niveau, waar kritische wetenschappers afstuderen en de stof met diepgang behandeld wordt, waar studenten leren nadenken over en reflecteren op wat ze leren, moet er niet gekeken naar een rendementsplan dat op de korte termijn zoveel mogelijk winst oplevert.
Wat wil de UvA zijn? Een bedrijf met winstoogmerk, een bolwerk van effectiviteit, of een instituut dat goede wetenschappers aflevert, diepgaand onderzoek verricht en goed onderwijs garandeert? Wil de universiteit het geld of de kennis bovenaan stellen? Het beangstigt ons zeer, maar de nieuwe maatregelen lijken eerder het eerste standpunt na te streven dan het tweede. Dit is niet iets wat een universiteit –als ze zich tenminste een universiteit wil blijven noemen- past. De uitverkoop van het onderwijs, winst maken en het rendement zo hoog mogelijk opschroeven? De UvA heeft, als universiteit, als instituut waar kennis vergaard dient te worden, wel betere taken om zich aan te wijden.
Léonie Mol, student literatuurwetenschap en Arabische taal en cultuur
Sinead Wendt, student literatuurwetenschap en Duitse taal en cultuur.

















Geneeskunde kent al jaren een numerus fixus, maar de minister wil die nu afschaffen. Mee eens of niet?

