Fresco - Folia 34: Oude gebouwen
Oude gebouwen
Maakt het uit in wat voor gebouw je studeert? Telkens als ik in Cambridge en Oxford rondloopt, kan ik niet anders dan dat beamen. Niets is stimulerender dan die symbolen van een eerbiedwaardige traditie, gestold in middeleeuwse gebouwen waar een plechtstatige stilte heerst en waar de geesten van illustrere voorgangers nog in de bibliotheken lijken te zweven. Of ik denk aan Coimbra, dat tot de oudste Europese universiteiten behoort, met zijn verstilde binnenplaats waar alleen een zwarte kat de hitte trotseert. Ik herinner me ook Montpellier en Uppsala, het eerste een paradijs met bloeiende mimosa, het andere een wintersprookje met brandende vetpotjes in de sneeuw.
Iets van die karakteristieken vind je terug in Yale en andere Amerikaanse Ivy League universiteiten, die met hun door klimop begroeide gebouwen – de naam zegt het al –graag refereren aan het oude Europa. Oud en eerbiedwaardig is geen garantie voor kwaliteit maar het schept wel een gevoel dat je deel uitmaakt van een lange keten van denkers, zelfs als die keten een beetje fake is zoals in sommige pseudo-klassieke gebouwen.
Als het gebouw niet oud is, dan moet er iets tegenover staan dat het bijzonder maakt. In Stanford, California, bevinden zich talloze gebouwen die het studeren stimuleren: ze zijn rank en transparant, gemaakt van moderne, milieuvriendelijke materialen zoals bamboe, staan vol comfortabele banken en hebben keukens waar je zelf eten kunt klaar maken. In Singapore bevindt de Management Universiteit zich in een hypermoderne wolkenkrabber zonder zichtbare referentie aan de traditie, maar dat staat de academische concentratie geenszins in de weg.
Maakt het gebouw uit, of waar het ligt? Ik heb ooit in Wageningen college gelopen in een aantal van de mooiste Nederlandse gebouwen van de 20e eeuw, het complex van Blaauw (oa de laboratoria voor landmeetkunde, microbiologie en bosbouw), maar ik was toen eerlijk gezegd meer gecharmeerd van de ligging op Wageningse berg en het uitzicht over de Rijn dan van de gebouwen zelf.
Waarschijnlijk is het toch de immateriele omgeving, die ongrijpbare sfeer die maakt of studenten voelen dat het een plek van kennis en leren is, die belangrijker is dan de locatie of de architectuur. Dus is er nog veel werk aan de winkel bij de voorgenomen verhuizingen naar Roeterseiland en de verdere inrichting van het Science Park. Oude gebouwen zijn op zich geen garantie voor gemotiveerde staf, enthousiaste studenten of studieresultaten. Maar ze geven ons als het ware een plaats in de geschiedenis. En helaas, soms zijn oude gebouwen dingen die voorbij gaan.


















Moet de universiteit een nieuwe bul verstrekken aan een tot man getransformeerde oud UvA-studente?
