Fresco - Folia 12: Tour d'Amsterdam
Tour d’Amsterdam
Ik fiets, op dat door buitenlanders zo bejubelde, milieuvriendelijke vervoermiddel, door de stad die door diezelfde buitenlanders als het Mekka van de fietsers wordt beschouwd. Waar heuvels ontbreken, de wind slechts een liefkozende briesje is en het nooit lijkt te regenen. Die unieke stad waar letterlijk iedereen fietst: moeders en vaders met kinderen (en dat zonder helm!) voor en achter, oudere dames met kekke mandjes aan het stuur waarin plaats is voor vrolijke hondjes met scheve oren en zelfs een enkele onverstoorbare poes, jonge zakenmannen met fladderende colbertjes en de mobiele telefoon tussen schouder en oor geklemd. Stoere vrouwen met platte laarzen en bakfietsen voor de boodschappen en de kinderschare uit de hele buurt.
Af en toe is Amsterdam heel even een fietsersparadijs. Waar anders in de wereld zie je een jongen stoer tegen de brug opfietsen, met een meisje achterop dat verliefd haar hoofd tegen zijn rug vleit? Maar veel vaker is dat Amsterdam een hel waar fietsers onderling en met automobilisten en voetgangers in een voortdurende guerrilla zijn verwikkeld. Daartussen de toeristen, zich van geen kwaad en regels bewust. Uit het niets schieten auto’s links en rechts de weg op, als oorlogszuchtige tanks, slaan autoportieren rakelings langs je voorwiel met de kracht van een houwitser, banen brommers zich een weg als ongeleide projectielen met de snelheid van het licht. Tegen het verkeer in rijden zonder licht, met zijn drieën naast elkaar, over de stoep, in voetgangersgebieden, over de tramrails – het is in Amsterdam niet alleen mogelijk, maar je bent een sul als je er niet aan meedoet. Want dit is nu eenmaal Amsterdam en niemand die in deze chaos ingrijpt.
Het is een oorlog van allen tegen allen, en alle middelen zijn geoorloofd, nee verplicht in deze strijd om de vierkante centimers asfalt.
Behalve dan voor die enkele inburgerende fietser die door angst verlamd iedere keer weer treuzelt om zich in het verkeer te werpen. Ik heb nog nooit zo veel horen schelden, met zo veel mij onbekende kwalificaties, als voor het rode stoplicht. Ik weet het, stoppen voor het rode licht is even belachelijk ouderwets als je hand uitsteken of over je schouder kijken voor je afslaat.
Het hoogtepunt in mijn fietscarrière kwam toen ik onlangs op een stille zondagavond in het uitgestorven Amsterdam-Zuid, keurig in bezit van voor- en achterlicht en identiteitsbewijs, door een barse politieagent beboet werd wegens door rood licht rijden en wegens gebrek aan medewerking. Zo gaat dat in het paradijs, als je te langzaam fietst.
Louise O. Fresco is universiteitshoogleraar duurzame ontwikkeling.

















Karel van der Toorn is voor vier jaar herbenoemd als voorzitter van het College van Bestuur. Goed?

