Dijkgraaf: Reizen en trekken, 11 september 2009
Reizen en trekken
Vast punt in mijn studentenleven was de groenteboer op de hoek. De zaak werd met strakke hand geleid door een hoogbejaard echtpaar. Achter de toonbank stonden hun twee zonen en een dochter, alle drie ergens in de vijftig en ongetrouwd. Zij hadden harde boerenkoppen met rood dooraderde wangen en neuzen. De westenwind had alle kleur uit hun haar gewaaid en hun bonkige handen waren gemaakt om bintjes mee te scheppen. De ene zoon was ernstig en had volgens mij wel eens een serieus gesprek willen voeren. De andere zoon was vrolijk en floot altijd hetzelfde deuntje. De winkeldochter slofte rond alsof zij het totale gewicht van de familie op haar schouders droeg en dat was waarschijnlijk ook zo.
Hun smaak in groente kwam van dezelfde koude grond als de uitgestalde waar: appelen en peren, wortelen, kool en prei. En natuurlijk aardappelen, in alle soorten en maten, liefst met een dikke laag Groningse klei eromheen. Iedereen die minder dan een mud kocht, werd meewarig bekeken. Daar ging de toekomst van ons land. Exotische waar als `bananen’ – het woord werd uitgesproken alsof het in de dierentuin hoorde – vonden ze maar een overbodige luxe. Het enige verzetje dat de klant werd gegund, was zo nu en dan een bosje `Peter en Selie’ dat met een pakket soepgroente in een oude krant werd gerold.
Na een tijdje werd duidelijk dat er nog een tweede dochter bestond. Deze afvallige had de grote oversteek gemaakt en was geëmigreerd naar… de drogisterij aan de overkant van de straat. Daar, tussen de deodorant en shampoo belichaamde zij met haar huwelijk, kinderen en kleurspoeling alles wat het groenteboerenleven niet nodig had.
Iedere zomer ging de groentewinkel twee weken dicht. Niet dat de familie op vakantie ging. ‘Nee, mijnheer, reizen en trekken is niets voor ons soort mensen.’ Die weken kon je soms een van de zonen in de stad tegenkomen, in burgerkloffie en met een verwarde uitdrukking dwalend over de grachten. Het duurde even voor je hen herkende, zo ver weg van de boerenkool.
Toen ik eens laat op een mooie zomeravond langs de winkel liep, zag ik een rood vuurtje in de pikdonkere etalage oplichten. De serieuze zoon stond tussen de lege kisten een sigaret te roken. Hij staarde naar buiten. Droomde hij van verre kusten? Waar de bananenbomen groeiden?
Gelukkig kon over een paar dagen de winkel weer open.
Robbert Dijkgraaf

















Collegevoorzitter Karel van der Toorn is opeens opgestapt. Wie moet hem opvolgen?
