Dijkgraaf: Nikkelen Nelis, 9 oktober 2009
Nikkelen Nelis
‘Ik wou dat ik zo veel over iets wist, als die jongeman over alles weet.’ Dat zei de Engelse premier Asquith eens over de jonge Churchill.
Het is bon ton te klagen dat er zo weinig universele genieën meer zijn. Waar is de renaissanceman gebleven die bij het opstaan eerst een potje schermt, ’s ochtends een kathedraal ontwerpt, tijdens de lunch de een wiskundig lemma bewijst, na twintig sonnetten geschreven te hebben de ministerraad voorzit, om dan ’s avonds wat te ontspannen bij het vertalen van Egyptische hiërogliefen? Maar een betere vraag is: Zitten we eigenlijk wel te wachten op zo’n nieuwe Leonardo of Michelangelo? Het leven is immers al versnipperd genoeg.
Deze tijd vraagt om multitasken, stimuleert multitasken, verheerlijkt multitasken. Ik weet het, want ik was een multitasker van het eerste uur. Zolang ik mij kan herinneren deed ik mijn schoolwerk altijd in de huiskamer, liefst met de televisie en de radio aan, een interessant gesprek tussen mijn ouders volgend met een stripboek en de poes bij de hand.
Toch verschijnt er meer en meer onderzoek dat laat zien dat multitaskers helemaal niet zo efficiënt zijn. In augustus publiceerden wetenschappers uit Stanford University resultaten die beslist onthutsend zijn. Multitaskers blijken overal slechter in te zijn. Ze zijn minder geconcentreerd, gemakkelijker afgeleid, slecht in het organiseren en zwak in de overgangen tussen taken. Ze zijn zelfs slecht in… multitasken!
Er is eigenlijk maar één taak waar de multitasker echt goed in is: zelfoverschatting. Er is bij multitaskers een duidelijk meetbaar verschil tussen hun prestaties en hun eigen indruk van die prestaties. Ze zijn gewoon te druk om te zien waar het fout gaat.
Waarom stoppen we niet allemaal met deze waanzin? Ach, zoals iemand in een reactie op het onderzoek zei: ‘Ook al wint de schilpad uiteindelijk van de haas, wat ben je liever? Een oude verschrompelde schilpad of een kwieke kwikzilverige haas?’
Met een accordeon op z’n borst, een drumstel op z’n rug, een mondharmonica, een tamboerijn en een wasbord maakt Nikkelen Nelis zeker een heleboel lawaai voor één persoon. Maar hij is geen symfonieorkest. En niemand pinkt een traan weg bij zijn muziek.
Deze column is ook geen diepgravend en samenhangend essay over de kortademigheid van de moderne maatschappij. Daar heb ik trouwens helemaal geen tijd voor en ik ben al door mijn maximale aantal woorden heen.
Tingelingeling-rakketakke-boem-boem… pets-pets.
Robbert Dijkgraaf

















Collegevoorzitter Karel van der Toorn is opeens opgestapt. Wie moet hem opvolgen?
