Dijkgraaf: Goed opletten, 27 november 2009
Goed opletten
Even een vraag aan alle docenten onder u. Vindt u dat u bovengemiddeld goed les geeft? Waarschijnlijk wel, want recent onderzoek liet zien dat 95% van de ondervraagden dat van zichzelf vindt.
Maar wat vinden de studenten er zelf van? Gelukkig wordt daar ook steeds meer onderzoek naar gedaan. De meest opzienbarende resultaten komen van een Amerikaanse hoogleraar natuurkunde. En niet zo maar een. Carl Wieman ontving in 2001 de Nobelprijs voor zijn werk aan ultrakoude gassen. De laatste tijd legt hij zich toe op de didactiek van de fysica. De ontdekkingen die hij daar heeft gedaan zijn zo mogelijk nog wonderlijker.
Neem het volgende experiment. Studenten werden enkele simpele vragen gesteld nadat ze een college hadden gevolgd over geluidsgolven. Dat college draaide eigenlijk om maar één punt: waar komt het geluid van een viool vandaan? De docent legde met veel details uit dat de vioolsnaar niet genoeg luchtmoleculen kan laten trillen en dat het de meevibrerende klankkast is die het geluid veroorzaakt.
Aan het einde van het college werd de studenten gevraagd: wat maakt het geluid van de viool? Is dat de snaar of de klankkast? Wat denkt u dat het percentage studenten was dat deze vraag goed beantwoordde?
Fout. Het was maar 10 procent. Dat wil zeggen, 90 procent had de hoofdzaak niet begrepen.
In een ander experiment kregen de studenten eerst de vraag te zien en vervolgens een videoregistratie van een wereldberoemde docent die de stof kraakhelder uitlegde. Hoeveel studenten wisten nu het goede antwoord te geven? Eén op de twintig! In een derde experiment werd alleen maar gevraagd waar het college over ging. De meeste studenten hadden geen clou.
Het grote probleem is natuurlijk niet deze ondermaatse prestaties. De ondervraagde studenten waren niet dom, stoned of dronken. Het probleem is ook niet dat de kwaliteit van de docent. Dit waren allemaal prima hoogleraren aan gerenommeerde universiteiten. Het echte probleem is de enorme kloof tussen de verwachting en de werkelijkheid. De gemiddelde docent denkt dat 90 procent het wel heeft begrepen en 10 procent niet, terwijl de werkelijkheid in de collegebanken precies omgekeerd is.
De typische docent is als een klusjesman die vrolijk allerlei schilderijtjes ophangt en met een voldaan gevoel de deur van de rijk gedecoreerde kamer achter zich dichttrekt. Maar de haakjes zitten slechts met plakbandjes aan het behang vast en donderen onmiddellijk op de grond. In werkelijkheid is er slechts een lege muur te zien waar de studenten beteuterd naar kijken. Wat nodig is, zijn betere haakjes en een kist vol gereedschap.
Robbert Dijkgraaf

















Collegevoorzitter Karel van der Toorn is opeens opgestapt. Wie moet hem opvolgen?
