Dijkgraaf - Folia 31: Modellen
Modellen
Als je jezelf niet groter kunt maken, dan moet je de wereld maar kleiner maken.
Als jongetje was ik een bevlogen modelbouwer. Japanse slagschepen, Franse huzaren, Italiaanse raceauto’s of Duitse tanks – mijn kinderkamer stond er vol mee. Met minuscule kwastjes beschilderd kwamen de stukjes plastic tot leven. Hoogtepunt was `de baan’, een schaalmodel van Holland waar mijn boezemvriend en ik eindeloos met miniatuurautootjes rondreden. Voor ons geen elektrische treinen. Openbaar vervoer gaat alleen maar stom rechtuit. Nee, zelf vrijuit rondrijden in je eigen auto door je eigen stratenplan, inclusief een zelf ontworpen verkeerslichtensysteem gemaakt uit een oude klok en een conservenblikje.
De geschiedenis herhaalt zich onverbiddelijk, want nu heb ik zelf twee van die jongetjes thuis die mijn studeerkamer hebben omgetoverd in een betoverd berglandschap. In de grazige weiden naast mijn fysicaboeken vindt een mythische strijd plaats tussen paardmannen, orks en hoge elven. Terwijl ik dit stukje schrijf staan twee legers in dikke rijen met dampende paarden en trotse vaandels tegenover elkaar opgesteld, klaar om de laatste slag te beginnen. Het is dus even snel doortypen.
De dames onder u die tot zover in dit stukje zijn gekomen mag ik feliciteren. Want volgens mij is er voor vrouwen niets oninteressanter dan geconfronteerd te worden met de infantiele fascinatie van jongens voor lilliputterwereldjes. Wat is daar nou aan? Groei toch op! Breng je wereld terug naar de menselijke maat. Ga eens met echte poppen spelen.
Toch is modelbouw een interessant psychologisch verschijnsel, alleen al door de hink-stap-sprongen van de fantasie. Zo doen sommige details er alles toe – de gevlamde adelaar op een miniatuurschild van een ridder bijvoorbeeld – en zijn andere weer volkomen irrelevant. Diezelfde ridder mag gerust op een vierkante plastic plaat vast getimmerd staan en een gedrapeerd gordijn is genoeg om een berglandschap te suggereren.
Het is opvallend hoeveel wetenschappelijk onderzoek weg heeft van die avonturen in miniatuurformaat, althans in de ogen van deze jongen. Geen plastic riddertjes, draken en kanonnen, maar boeken, formules en computercodes, even gedetailleerd opgetekend met een kwastje met een paar haren. Is het toeval dat ik nog steeds in een `standaardmodel’ leef, nu van kleine deeltjes in plaats van autootjes, een wereld geregeerd door de sterke kracht en de zwakke kracht, die quarks en gluonen knechten, op zoek naar het mysterieuze Higgs-deeltje en de ontbrekende donkere materie? En dat alles op de twee vierkante meters van mijn bureautafel?
Ik denk dat ik maar eens een nieuwe lijn plastic actiepoppetjes ga uitbrengen.

















Collegevoorzitter Karel van der Toorn is opeens opgestapt. Wie moet hem opvolgen?
