Dijkgraaf - Folia 29: Die andere universiteit
Die andere universiteit
Mag ik het even met u over een delicaat onderwerp hebben? Misschien moeten we even een rustig hoekje uitzoeken, wat dichter bij elkaar gaan zitten en de stem dempen.
Pssst, hebt u het al gehoord…? Ja, het is echt waar. Er is nog een universiteit in Amsterdam. Ja, echt! Een echte universiteit met echte studenten en echte hoogleraren die echt onderzoek doen. En weet u, die andere universiteit doet het helemaal niet zo slecht. Ze hebben flink wat toponderzoekers in huis, scoren heel goed bij allochtone studenten en hebben zich ondertussen ook nog een herkenbaar maatschappelijk profiel aangemeten: groen, sociaal en levensbeschouwelijk. De oude gereformeerde achtergrond is zogenaamd afgeworpen, maar is ondertussen nog steeds goed voor een half kabinet vol ministers. En eerlijk gezegd is onze universiteit maar 3 jaar ouder dan die andere. Niet door vertellen, hè.
Amsterdam is in vele opzichten een unieke stad, want waar vind je zoveel musea, theaters en winkels. Maar in de academische wereld is Amsterdam het uniekst als de enige stad die zowaar twee universiteiten heeft. En dat terwijl er prachtige steden zijn met geen universiteit, bijvoorbeeld die deftige plaats vlakbij Scheveningen. Wat zeg ik, er zijn zelfs complete provinciën zonder universiteit!
Nu bloeit er de laatste tijd gelukkig iets moois in Amsterdam. De twee instellingen staan al lang niet meer met de ruggen tegen elkaar. Ze hebben allebei een nieuw College dat de oude gevoeligheden heeft afgeschud en fris en vrolijk de toekomst in kijkt. Er wordt dan ook steeds meer samen gedaan. Al jaren lang zorgen de twee universiteiten gezamenlijk voor onze gebitten, er wordt gezusterlijk een University College opgezet en de bètafaculteiten gaan steeds nauwer samenwerken. Opvallend daarbij is hoe complementair de twee instellingen zijn, of zijn geworden, waarbij beslist niet altijd dezelfde partij de better half vormt.
Maar kom op, er is toch veel meer mogelijk! Denk eens al die kleine masterstudies bij de letteren, het aantrekken van buitenlandse studenten of de promotieopleidingen. Ik weet zeker dat bestuurders aan beide kanten wel eens héél stiekem in de kantlijn, met een zacht potloodje dat direct weer kan worden uitgegomd, de cijfers bij elkaar opgeteld hebben en zich hebben afgevraagd: hoe hoog zou een verenigde universiteit van Amsterdam in de nationale en internationale lijstjes komen te staan?
Pas op, daar komt iemand aan! Mondje dicht, hè.

















Collegevoorzitter Karel van der Toorn is opeens opgestapt. Wie moet hem opvolgen?
