Foto: Marc Kolle
opinie

Tijd voor echte topbestuurders

Murat Aydemir,
3 september 2015 - 08:04

Hedendaagse universitaire bestuurders wijzen naar de overheid als het even tegenzit. Kwalijk, want een echte bestuurder neemt verantwoordelijkheid, vindt Murat Aydemir.

De universitaire bestuurscultuur kenmerkt zich door een opmerkelijke paradox. De bestuurders zien zichzelf graag als creatieve en visionaire leiders, voorzien van bijpassende functieprofielen en onkostenvergoedingen. Die zienswijze blijft overeind zolang die niet geconfronteerd wordt met zichtbaar verzet. Maar du moment dat dat wel gebeurt, zoals de afgelopen tijd het geval was aan de UvA, laten de topbestuurders zich opeens van een heel andere kant zien. Toen het nog eens toelichten van het gevoerde beleid de storm niet tot bedaren bracht, bleek de laatste verdedigingslinie van de bestuurders onveranderlijk een beroep op noodzakelijkheid en onvermijdelijkheid.

 

Het gevoerde beleid was niet langer de uitkomst van frisse blikken en creatieve oplossingen; nee, ‘zo hebben we het nu eenmaal met zijn allen afgesproken in dit land’. Het was allemaal de schuld van ‘het systeem’, ‘de overheid’ en ‘de politiek’. Het hele stelsel, en met name de financiering, van het hoger onderwijs is door de overheid zo fijnmazig voorzien van prikkels – perverse dan wel alledaagse, maar allemaal even dwingend – dat de ruimte voor eigen keuzes zo goed als verwaarloosbaar is.

 

Onvermoede eigenzinnigheid

En, zo durfden de topmanagers nu toe te geven, ze waren het soms heus oneens met maatregelen die de overheid hen gedwongen had uit te voeren! Niet dat we daar eerder iets van gemerkt hadden, en ook niet dat de betreffende bestuurders het publiekelijk hadden opgenomen tegen diezelfde overheid om na een lange strijd hun nederlaag toe te geven, maar nu moest hun naoorlogs verzet niettemin gelden als het bewijs van zowel hun onvermoede eigenzinnigheid als hun structurele machteloosheid.

 

'Academisch bestuur is weinig meer dan het inspelen op en uitvoeren van wat de overheid toch al wil'

Al met al was het een overtuigende demonstratie van de holheid van het hedendaagse bestuur. Het visionaire beleid wordt in laatste instantie bepaald door een externe bron: de overheid. Ziedaar de paradox, aan de ene kant het pandoer van de topbestuurders, zogenaamd gemotiveerd door hun zeldzame talenten; aan de andere kant de meest passieve werkopvatting: de overgave aan een externe noodzaak of macht, iets waartoe vrijwel iedereen in staat moet worden geacht. Academisch bestuur is weinig meer dan het inspelen op en uitvoeren van wat de overheid toch al wil. De simpele reden dat de bestuurders van de UvA zo spectaculair in gebreke zijn gebleven wat betreft het verantwoorden van hun beleid is dat het om te beginnen hun beleid niet was.

 

De vereenzelviging met uitvoering op een moment van crisis laat zien dat universitaire bestuurders geen bestuurders meer zijn, maar managers. Bestuur en management zijn geen synoniemen van elkaar, maar aan elkaar tegengesteld. Bestuurders zijn hoofdelijk verantwoordelijk voor hun keuzes en hun beslissingen. Managers zijn systeemfunctionarissen: ze regelen en voeren uit wat de overheid, het systeem, de markt, de procedure, het organogram, het protocol of de tool bepaalt. Managers functioneren binnen een vooraf gegeven systematiek, ze kunnen nauwelijks buiten dat kader denken

'Elke aanzet tot inhoudelijk debat is de afgelopen jaren gesmoord in de technische details van prestatieafspraken, internationale rankings, key performance-indicators en governance modellen.'

Ze blinken dan ook niet bepaald uit in incasseringsvermogen. Elke aanzet tot inhoudelijk debat is de afgelopen jaren gesmoord in de technische details van prestatieafspraken, internationale rankings, key performance-indicators en governance modellen. De discussie over de rol van de universiteit in de hedendaagse samenleving is juist binnen de universiteiten niet of nauwelijks gevoerd. Wie fundamentele tegenspraak wenst te bieden, welnu, die is zo goed als een terrorist. De actievoerders ‘intimideren de academische gemeenschap’, ‘creëren systematisch een sfeer van angst’, zijn uit op de ‘stelselmatige ontregeling van de universiteit’.

 

Steeds meer conformiteit

Volgens de beginselen van het New Public Management had het beste van markt en staat met elkaar gecombineerd moeten worden; het resultaat is het slechtste van beide. Want samen zijn ze geslaagd in wat elk afzonderlijk nooit had klaargespeeld: de volledige onteigening van de universiteit. Het is juist de ‘terugtredende’ overheid die haar controle over het publieke domein eindeloos uitbreidt. Dwingend en passief agressief organiseert ze een steeds grotere conformiteit aan de ‘onzichtbare hand’ van de economie; privatisering en nationalisering komen zo op hetzelfde neer. Het ‘zelfstandige’ bestuur van de universiteiten is daardoor een wassen neus geworden.

'Het "zelfstandige" bestuur van de universiteiten is een wassen neus geworden.'

Er moet nu een nieuwe bestuursvoorzitter komen, binnenkort een nieuwe rector. Het zou goed zijn als de leden van de Raad van Toezicht hun gedachten laten gaan over wat voor bestuurders ze nu willen. Ofwel het gebruikelijke soort gedweeë uitvoerders, maar dat kunnen dan gewoon nette onderambtenaren zijn met een representatief voorkomen.

 

Ofwel daadwerkelijke topbestuurders, die voor de universiteit een eigen en eigenzinnige identiteit durven op te eisen, waar nodig tegen de overheid ingaan (en bereid zijn de consequenties daarvan te aanvaarden), en een open dialoog aandurven met studenten en docenten over de plek van de universiteit in de hedendaagse samenleving.

 

Murat Aydemir is hoofddocent literatuurwetenschap aan de UvA.