De UvA misleidt studenten en docenten door te doen alsof de verhuizing naar het Roeterseiland voor iedereen beter is. Terwijl het alleen maar om geld gaat, stelt tweedejaarsstudent culturele antropologie Sophie van Oostvoorn. 'Meer interactie? In het nieuwe gebouw kom je elkaar juist niet tegen.'

Beter en innovatief onderwijs, integratie met de stad en haar maatschappelijke discussies en een kenniscentrum dat past bij deze tijd: het Roeterseiland in een notendop volgens de UvA. Instellings- en beleidsplannen staan bol van allerlei beloftes over het Roeterseiland: er zal een optimaal studeerklimaat gecreëerd worden voor studenten, docenten en onderzoekers. Door het neerzetten van een nieuw gebouw zullen zelfs studieresultaten verbeteren; het gebouw belooft een walhalla te worden voor de gebruikers. Maar zullen de studenten er werkelijk op vooruitgaan door een gebouw, of gaat de verhuizing toch ergens anders over?

'Zien werken doet werken'

De UvA zegt dat de belangrijkste reden van de verhuizing het versterken van de banden tussen studenten, docenten en onderzoekers is. Want, zo staat bijvoorbeeld beschreven in het Instellingsplan 2011-2014: ‘In de open stadscampussen kunnen zij [studenten en docenten] elkaar op een natuurlijke en gemakkelijke manier ontmoeten.’ Ook zullen studenten elkaar onderling makkelijker ontmoeten en elkaar zien werken. ‘En zien werken doet werken’, dus volgens de UvA gaan we met z’n allen betere studieresultaten behalen wanneer we naar het Roeterseiland gaan. Maar is dat wel zo?

In de begroting van 2013 beargumenteert de UvA dat de concentratie van verschillende faciliteiten op bepaalde plekken in de stad stimulerend zal werken op de studieresultaten. Op welke manier dit precies gaat gebeuren, wordt niet duidelijk. Hoe komt de UvA hierop? Is er onderzoek naar gedaan, of hebben studenten dit aangeven? Het enige argument dat hier wordt gegeven is ‘zien werken, doet werken’.

Verwacht de UvA dat als studenten anderen zien studeren op een zonnige vrijdagmiddag, zij ook gelijk de boeken openslaan in plaats van door te lopen naar een terrasje? Die nieuwe studeerplekken moeten wel heel aantrekkelijk zijn, willen ze kunnen wedijveren met een zonnig terras met wellicht een alcoholische versnapering. Daarnaast zien studenten elkaar al studeren in bijvoorbeeld de Oudemanhuispoort en het Bushuis. Dus daar hebben we geen nieuw gebouw voor nodig.

Op het Roeterseiland zal er meer interactie gaan plaatsvinden tussen studenten en docenten, volgens de UvA. Hartstikke gezellig, maar in het nieuwe B/C-gebouw worden de studenten en docenten juist van elkaar gescheiden. Volgens de voorlopige plannen komen de hoorcollegezalen en werkgroeplokalen op de onderste drie verdiepingen en de kantoren van de docenten op de verdiepingen daarboven. Dus in principe hebben de studenten daar niet veel te zoeken, behalve als ze een afspraak hebben met een docent. Daarnaast zullen de gangen waar de kantoren komen alleen toegankelijk zijn met een pasje. En wie hebben die pasjes? De docenten, niet de studenten. De interactie tussen studenten en docenten wordt dus niet bevorderd, in tegendeel: de docenten zullen onzichtbaar worden voor studenten.

Slappe argumenten

Als antropologiestudent breng ik veel tijd door in het Spinhuis. Hier zijn de werkgroeplokalen en kantoren van docenten allemaal in hetzelfde gebouw van ongeveer 10.000 m2. Daarnaast hebben we hier de Common Room, waar docenten en studenten van verschillende disciplines elkaar regelmatig spreken onder het genot van een kopje koffie of een broodje. Hier is wél sprake van een natuurlijke en gemakkelijk ontmoeting. Hoe dit moet gaan gebeuren in een gebouw dat ongeveer twee keer zo groot is en waar niet alleen studenten en docenten van antropologie rondlopen, maar van de hele FMG, is voor mij een raadsel.

De UvA gaat er ook vanuit dat wanneer men elkaar zo gemakkelijk en natuurlijk ontmoet, er meer betrokkenheid bij de universiteit ontstaat. Dus in een gebouw met heel veel mensen die elkaar niet kennen, verwacht de UvA dat studenten plotseling heel betrokken zullen zijn?

Een van de charmes van de UvA vind ik de monumentale panden waar de colleges gegeven worden: ’s ochtends hoorcollege in de Oudemanhuispoort en even een kopje koffie in het Spinhuis voordat je naar werkgroep moet. Natuurlijk is het begrijpelijk dat de UvA verschillende faculteiten bij elkaar wil hebben. Dat scheelt een enorme hoeveelheid stook- en andere onderhoudskosten. En je bent meteen van die bewerkelijke monumentale panden af. Maar zeg dat dan gewoon, en kom niet met van die slappe gelegenheidsargumenten die bovendien onwaar blijken te zijn.

We gaan verhuizen voor de centjes. Niet voor de gezelligheid of voor betere studieresultaten.

Dit opinie-artikel verscheen ook in Folia Magazine.