Foto: granada_turnier (cc, via Flickr)
opinie

Van Aalten | Apocalyps

Thomas van Aalten,
4 juli 2017 - 11:06

Ik neem u mee naar de zomers uit mijn jeugd. Die waren namelijk van mijn vierde tot mijn zeventiende vrij identiek: we reden met de auto – waar altijd wat aan mankeerde – en een caravan naar Italië. Een keer poogden mijn ouders een vakantie in Noord-Frankrijk. Er was een spookkasteel op een heuvel, het regende veel en we aten Saromapudding in de caravan. Dit was niet de bedoeling, nooit meer maakten we die fout.

Hoeveel Peugeots het zijn geweest weet ik niet, de modellen evenmin, maar sinds die vakanties weet ik dat je een Franse auto eigenlijk nooit mag vertrouwen. De ergste beproeving was ‘iets met de koeling’, zodat mijn vader tijdens de rit noodgedwongen de verwarming in de auto moest laten loeien. Airconditioning was nog iets van een andere planeet: we moesten maar natte handdoeken in de nek leggen tegen de hitte. Opgevouwen zat ik op de achterbank tussen mijn broer en zus.

 

En na een paar dagen rijden eindigden we op de plek van bestemming, een decor als van een Apocalyps in de jaren vijftig. De zee was zeer vervuild en de horizon werd elk jaar weer opgesierd door boorplatforms, maar verder was de omgeving al decennia onveranderd. Elke avond stond ik met mijn broer en zus en neven en nichten bij de pingpongtafel op de camping, al dan niet muzikaal omlijst door een lokale zanger met keyboard die tot diep in de nacht in de bar zijn oeuvre liet horen. Vaak timmerde ik op een computerkast met Pacman en deed ik alsof ik er muntstukken in had geworpen.

 

Steeds als de zomervakantie nadert, komt er een flard uit die tijd voorbij. Zo’n eindeloze zomer waarbij het volgend schooljaar mijlenver verwijderd lijkt.

 

En hoe ouder ik word, hoe groter het verlangen.