Foto: Sebastiaan ter Burg (cc, via Flickr)
opinie

‘Wie voor echte democratie is voert de opkomstplicht in’

Jasmijn Van Raemdonck,
1 maart 2017 - 09:25

Toen student Jasmijn Van Raemdonck naar Nederland verhuisde was ze verontwaardigd dat mensen thuis mogen blijven bij de parlementsverkiezingen. ‘Bij een opkomst van 75 procent kun je niet spreken van een echte democratie.’

Toen Groot-Brittannië vorig jaar besloot uit de Europese Unie te stappen zeiden huilende jongeren op televisie dat ze er spijt van hadden niet te zijn gaan stemmen.In de Verenigde Staten werd Donald Trump verkozen tot president terwijl maar 55 procent van de kiesgerechtigden was komen opdagen. Ook daar zeggen veel thuisblijvers nu spijt te hebben. In Nederland zou de partij van Geert Wilders op 15 maart weleens de grootste kunnen worden. Alles behalve dat, zeggen veel Nederlanders. Toch is het onwaarschijnlijk dat zij massaal gaan stemmen om dit te voorkomen. De opkomst bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2012 was 74,6 procent.

 

Dan kun je niet spreken van een echte democratie. Nederland zou een voorbeeld moeten nemen aan België: wie voor echte democratie is voert de opkomstplicht in.

Als er zoveel op het spel staat, waarom voeren ze hier dan niet, net als in België, de opkomstplicht in?

Toen ik een half jaar geleden vanuit Brussel naar Amsterdam verhuisde was ik dan ook verontwaardigd toen ik vernam dat zo veel Nederlanders niet de moeite namen zich tijdens de Tweede Kamerverkiezingen naar de stembus te begeven. Als er zoveel op het spel staat, waarom voeren ze hier dan niet, net als in België, de opkomstplicht in?

 

Van de Belgische wet moeten alle stemgerechtigden zich op verkiezingsdag naar het stemkantoor begeven (wie niet verschijnt, krijgt een boete – die belachelijk laag is, en eerder aanmoedigt dan bedreigt). Een democratie bestaat immers pas wanneer de verkiezingsuitslag effectief een weerspiegeling is van de mening van de bevolking. Dat is bij stemrecht niet het geval, aangezien vooral lager opgeleiden, mensen met een minder uitgesproken mening, ongeïnteresseerden en luieriken het laten afweten.

Opkomstplicht dwingt burgers actief na te denken over de problemen waar we voor staan

Een plicht opleggen aan de burgers wordt tegenwoordig als weinig democratisch beschouwd. Als je echt vrij bent dan mag je zelf bepalen of je wel of niet gaat stemmen. Maar dan denk ik aan de Britse jongeren die nu bedroefd zijn omdat hun land uit de Europese Unie stapt. Wilde ‘het volk’ het wel als ruim 30 procent niet kwam opdagen? En wat te denken van mensen die uit protest niet stemmen? Een Nederlandse studiegenoot zei me dat zij nooit ging stemmen omdat zij een afkeer had van alle Nederlandse partijen en van het systeem an sich. Zij zou, net als de Amerikanen die noch voor Trump, noch voor Clinton waren, in een systeem met opkomstplicht bij wijze van proteststem altijd nog blanco kunnen stemmen. Officieel spreken de Belgen daarom ook van opkomstplicht. Wel worden de mensen die zich niet naar de stembus begeven uit desinteresse of zelfs pure luiigheid hierdoor verplicht naar het stemkantoor te trekken, waardoor de vertegenwoordiging van de bevolking zo sterk mogelijk wordt en we ook als de blanco stemmen naar de winnende partij gaan, wéten dat een groot deel van de bevolking de gevestigde partijen maar niks vindt. Nu wordt daarover gespeculeerd, en populistische partijen spinnen er garen bij door steeds in naam van ‘het volk’ te spreken.

 

Plichten worden vaak geassocieerd met ondemocratische praktijken. Toch zou een opkomstplicht juist moeten worden ervaren als een uitgesproken privilege dat voluit moet worden benut. De verplichting stuurt het krachtige signaal uit naar de burgers dat stemmen van groot belang is. Opkomstplicht dwingt burgers actief na te denken over de problemen waar we voor staan.

 

Eén keer om de vier jaar een bolletje gaan kleuren. Als dat de prijs is die ik voor democratie moet betalen, doe ik het met een glimlach.

 

Jasmijn Van Raemdonck is masterstudent geschiedenis en redactiestagiair bij Folia.

Lees meer over