Foto: Nationaal archief
opinie

Lekker stereotyperen | De leider

6 februari 2017 - 13:15

Het was ons ter ore gekomen dat zeker een derde van de wetenschappelijk medewerkers van de afdeling Economie & EconometrieDat blijkt uit het rapport van de commissie Democratisering & Decentralisering, pagina 175. het een slecht idee vindt dat ‘medewerkers zoveel mogelijk in staat worden gesteld om in collegiaal overleg en zelfstandig hun werkzaamheden te organiseren.’ Daar wilden we het fijne van weten, dus gingen we op zoek naar waar die 33 procent zich schuil hield.

Een pientere economiestudent wees ons op een gangetje, links achterin de kelder van het E-gebouw. Volgens haar had de 33 procent zich daar gevestigd. Ze vertelde dat er voor binnenkomst een identiteitscontrole plaatsvond en dat ze het niet zo hadden op niet-economen. In de wc verwisselden we dus onze linkse slobbertrui voor een krijtstreep pak met corporate feel. Zo zouden we niet opvallen.

 

De blik van de controleur wisselde in hoog tempo tussen onze perskaart en ons progressieve hoofd. Na anderhalve minuut knikte hij kort, we mochten door het poortje. We maakten eerst een korte ronde langs de werkruimtes. Achter het door zweetdruppels bevochtigde glas zagen we promovendi zwijgend op toetsenborden rammen. Niemand had Facebook of Twitter open staan, later zouden we leren dat dat hier strikt verboden is. Boven hun hoofden hing een bord met een digitale teller: erop werd per medewerker het aantal geplotte grafieken bijgehouden.

Foto: Nationaal archief

Terwijl we stonden te kijken kwam de opzichter naast ons staan - aan zijn gordel droeg hij een flexibele RVS-liniaal en om zijn nek een conducteursfluit. Hij wees naar het meisje rechts in de hoek. ‘Zij haalt haar targets al drie dagen niet,’ zei hij. ‘Waarschijnlijk kan ze aan het eind van de week haar spullen pakken. Ze zegt dat ze meer tijd nodig heeft, omdat ze een interessant probleem te pakken heeft. Maar ja: dat doe je maar in je eigen tijd, als je hier bent, draait het om de dagtargets.’ We keken hem verbouwereerd aan. ‘Ik ben Ed trouwens,’ zei hij. En hij stak zijn knoestige hand uit.

 

Toen we Ed vertelden dat we een reportage voor Folia maakten, wilde hij ons wel een rondleiding geven. Onder de portretten van Henry Ford en Milton Friedman stond het koffieapparaat. ‘Extra sterke bonen, niet die slappe thee die je op de rest van de universiteit hebt. Daar draaien onze jongens en meisjes prima op.’ Hij gaf ons een mok. Meteen na de eerste slok gierde de cafeïne door onze aderen. ‘Kom, ik zal jullie even aan de hoogleraar-opperbevelhebber voorstellen.’ En hij ging ons voor naar de andere kant van de afdeling.

 

Achter een groot ijzeren bureau vonden we de opperbevelhebber. Zijn glimmend zwarte jasje was onder een laag eremedailles – stuk voor stuk ontvangen voor toppublicaties - amper zichtbaar. Boven zijn hoofd hing een poster met een gigantisch schema ingevuld met namen en functietitels. Toen hij ons ernaar zag kijken, zei hij: ‘Dat is onze commandostructuur. Wij geloven niet in overleg of eigen initiatief, het draait hier om efficiëntie. En daarvoor is een duidelijke hiërarchie en sterk leiderschap noodzakelijk.’ We keken hem vragend aan. ‘Kijk, ik ben zeker niet voor dictatuur,’ vervolgde hij. ‘Maar kijk eens naar China. Dat marcheert. De productie daar is ongekend. Wij verzanden hier alleen maar in overleg en polderen, en dat moet dan democratie heten.'

 

Bij de uitgang schudde Ed ons royaal de hand. ‘Succes met het stuk nog!’ zei hij. ‘We willen het graag voor publicatie nog even inzien, voor we ermee akkoord gaan.’