Foto: Marc Kolle
opinie

‘Mooi, een latrelatie tussen UvA en HvA’

Gerlof Donga,
7 september 2016 - 09:15

Alles wijst op een aanstaande (boedel)scheiding tussen HvA en UvA. Docent en onderzoeker Gerlof Donga waarschuwt voor een overhaaste flitsscheiding. Hij roept op eerst eens de kansen te verzilveren.

De relatie tussen HvA en UvA kent een weerbarstig verleden. Als we de berichtgeving sinds de Maagdenhuisbezetting van vorig jaar moeten geloven, lijkt het op een gedwongen huwelijk. De emoties liepen hoog op. Decanen van de UvA meenden dat de relatie zo snel mogelijk moest worden ontbonden, want de HvA zou zichzelf niet kunnen onderhouden. Studenten van de UvA hebben weinig binding met hun leeftijdgenoten aan de HvA. Als het bijvoorbeeld op protesteren aankomt, zijn ze bij de HvA bezig met studie en werk, en zijn ze nauwelijks solidair. Voordat de onderzoeken van Berenschot en Deloitte naar de samenwerking tussen HvA en UvA afgelopen juni van start gingen, was de toon al gezet. Eigenlijk konden we maar beter uit elkaar gaan. De cultuur is immers zo verschillend. We streven allebei totaal verschillende doelen na. En we kennen elkaar nauwelijks.


Tegelijk is er ook het eigen verleden van de HvA. De fusie met de HES in 2004 bijvoorbeeld, waarbij een van de voorwaarden vanuit de HES nota bene was om nauwer samen te werken met de UvA. En er is de vergaande integratie van de ondersteunende diensten, zoals inmiddels ook de bibliotheek. Die heeft belangrijke besparingen opgeleverd, ook dat is nog eens precies uitgezocht.

De invoering van lectoraten en kenniscentra bij de hogescholen heeft ervoor gezorgd dat het onderscheid tussen hbo en wo in rap tempo vervaagt

De onderzoeksrapporten van Deloitte en Berenschot worden deze week verwacht. Uit een interview met de nieuwe bestuursvoorzitter Geert ten Dam op Folia.nl verneem ik dat we niet alle samenwerking tussen HvA en UvA overboord gooien. Mooi, we kunnen dus een latrelatie beginnen. Beide organisaties hebben binding met de Amsterdamse regio. En voor zover dit uit de stukken te achterhalen valt (de huidige documenten op de UvA-site zijn lang niet allemaal leesbaar), zijn er bij aanvang van de samenwerking drie doelstellingen geformuleerd. Kort samengevat: betere doorstroming voor studenten (zelfs gezamenlijke propedeuses), nieuwe opleidingen die gezamenlijk worden aangeboden (vooral op innovatieve terreinen waar eigenlijk geen duidelijk onderscheid meer is tussen hbo en wo) en het realiseren van financiële voordelen door het bundelen van onderwijs- en studentenvoorzieningen. Zo komt er meer geld vrij voor het primaire proces van onderwijs en onderzoek.


Deze derde doelstelling is volgens de UvA al enige malen onderzocht en de uitkomsten worden als positief ervaren, dat wil zeggen dat er inderdaad besparingen zijn gerealiseerd. Of dat geld ook ten goede is gekomen aan het primaire proces wordt hopelijk duidelijk uit de onderzoeken van Berenschot en Deloitte. Ook moet daaruit blijken hoe het zit met de eerste twee uitgangspunten. Op die terreinen zijn niet veel zichtbare vorderingen gemaakt.

Naar verwachting zal het binaire stelsel ook in Nederland verdwijnen of aan belang verliezen

Als de uitkomst is dat HvA en UvA beter kunnen scheiden, wil ik daar enige kanttekeningen bij plaatsen. Sinds de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek vormen het hbo en het wo samen het hoger onderwijs in Nederland. De invoering van lectoraten en kenniscentra bij de hogescholen heeft ervoor gezorgd dat het onderscheid tussen hbo en wo in rap tempo vervaagt. Ook de universiteiten veranderen door nieuwe kennisgebieden waarbij veel nauwer met het bedrijfsleven wordt samengewerkt – mede onder de toenemende druk om gevonden kennis te valoriseren.


In het buitenland is het niet ongebruikelijk onderscheid te maken tussen professionele en wetenschappelijke universiteiten. Dat onderscheid duidt dan vooral op verschillen tussen vakgebieden en kennisdomeinen, niet tussen niveaus. Naar verwachting zal het binaire stelsel ook in Nederland verdwijnen of aan belang verliezen. Samenwerking tussen hogeronderwijsinstellingen zal normaler worden.


Dat roept de vraag op hoe zinvol het is om HvA en UvA te ontvlechten. Ik zou veel liever zien dat we, alvorens uit elkaar te gaan, de aanwezige kansen benutten. Het geld dat wordt bespaard door bij elkaar te blijven, kunnen we besteden aan vernieuwing in het onderwijs, in onderwijsvormen én in kennisdomeinen. Naar mijn idee bieden de kenniscentra aan de HvA uitstekende mogelijkheden om te helpen de valorisatie van de UvA te verbeteren en kunnen delen van het onderwijs gemeenschappelijk worden verbeterd. Dan komt de doorstroming van studenten ook beter op gang. Per slot van rekening delen we onze onderwijsruimtes al.

 

Gerlof Donga is docent en onderzoeker en voormalig lid van de Centrale Medezeggenschapsraad van de HvA.